-
KG:003:2026:7 DSR, BOR, toerekening van ondernemingsvermogen bij tracking stocks
Publicatiedatum 08-05-2026, 10:14 | Laatste update 12-05-2026, 9:33 | Aanleiding E is enig aandeelhouder van E BV. F is enig aandeelhouder van F BV. E BV en F BV houden aandelen in EF BV. EF BV houdt alle aandelen in…
-
KG:003:2026:5 DSR, BOR, toerekening van ondernemingsvermogen bij direct gehouden tracking stocks
Publicatiedatum 08-05-2026, 10:13 | Laatste update 08-05-2026, 10:13 | Aanleiding A en B zijn aandeelhouders van AB BV. AB BV drijft een materiële onderneming en heeft zowel ondernemingsvermogen als beleggingsvermogen. Het aandelenkapitaal van AB BV bestaat uit aandelen A en…
-
KG:003:2026:6 DSR, BOR, toerekening van ondernemingsvermogen bij indirect gehouden tracking stocks
Publicatiedatum 08-05-2026, 10:12 | Laatste update 08-05-2026, 10:12 | Aanleiding C is enig aandeelhouder van C BV. D is enig aandeelhouder van D BV. Gezamenlijk houden C BV en D BV alle aandelen in CD BV. CD BV drijft een…
-
KG:003:2026:4 Negatief loon en aanmerkelijk belang
Publicatiedatum 09-04-2026, 16:30 | Laatste update 09-04-2026, 16:30 | Aanleiding X heeft als onderdeel van een aandelenparticipatieplan van zijn werkgever aandelen om niet verworven in Z BV. De waarde in het economisch verkeer van deze aandelen bedraagt € 1.000.000. Dit…
-
2015518
In deze belastinguitspraak wordt vastgesteld dat het schuldig gebleven dividend van mevrouw S als regulier voordeel kan worden aangemerkt volgens artikel 412a Wet IB 2001. De ruling bevestigt dat de omzetting van de vordering in een agiostorting de toepassing van deze bepaling niet belemmert.
-
2015517
In deze belastinguitspraak wordt de fiscale werking van een bestuursbesluit tot verlettering van aandelen besproken. Het besluit heeft geen effect gehad omdat de verlettering niet heeft plaatsgevonden, waardoor fiscale transparantie blijft gelden volgens artikel 109 Wet IB 2001.
-
2015519
Dit document behandelt de kwalificatie van indirect gehouden preferente aandelen als ondernemingsvermogen bij schenking of vererving. Het besluit bevestigt dat, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan, deze aandelen als ondernemingsvermogen kunnen worden aangemerkt.
-
2015520
In deze belastinguitspraak wordt de vraag behandeld of de terugbetaling van aandelenkapitaal onbelast kan plaatsvinden. De ruling concludeert dat dit mogelijk is, mits de voorwaarden van artikel 413 eerste lid letter b worden nageleefd.
-
1926100
In deze belastinguitspraak wordt geconcludeerd dat er geen gefaciliteerde aandelenfusie kan plaatsvinden omdat de nieuwe holding niet de meerderheid van stemrechten heeft verworven. De juridische splitsing die volgde op de aandelenfusie belemmert deze verwerving, waardoor de faciliteit niet van toepassing is.
-
1926102
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of de erfbreuk bepalend is voor de toepassing van de faciliteit van artikel 412a Wet IB 2001. Het oordeel is dat de mate waarin het vererfde aanmerkelijk belang wordt verkregen, bepalend is voor het gebruik van de faciliteit.
-
1926103
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of valutaverlies kan worden meegenomen in het inkomen. Het oordeel stelt dat de valutakoers op het moment van vervreemding en verkrijging bepalend is voor de berekening van het aanmerkelijk belang. Valutaverliezen zijn derhalve relevant voor de belastingheffing.
-
1926101
Deze belastinguitspraak behandelt de toepassing van artikel 412a Wet IB2001 in het geval van juridische fusies en splitsingen. De conclusie is dat de faciliteit kan worden toegepast onder bepaalde voorwaarden, maar niet bij uitkeringen door andere vennootschappen dan die waarvan de aandelen krachtens erfrecht zijn verkregen.
-
1926106
Deze belastinguitspraak behandelt de berekening van het forfaitaire voordeel bij immigratie. De conclusie is dat het voordeel moet worden berekend op basis van de waarde per immigratiedatum, waarbij dividenduitkeringen van voor deze datum niet in mindering komen.
-
1926104
In deze belastinguitspraak wordt de vraag behandeld of de voorgenomen aandelenruil gericht is op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing. De inspecteur concludeert dat dit het geval is, wat leidt tot een afwijzing van het verzoek. De ruling benadrukt de fiscale motieven achter de herstructurering van de aandelen.
-
1926068
Deze belastinguitspraak behandelt de fiscale gevolgen van het overlijden van de heer J en de impact op de verdeling van aandelen binnen de gemeenschap van goederen. Het oordeel stelt dat er een vervreemdingsvoordeel moet worden genomen over 50% van de aandelen, wat leidt tot belastingheffing.
-
1926105
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of een vordering in een holding als ondernemingsvermogen kan worden gekwalificeerd volgens artikel 417a zevende lid Wet IB2001. De conclusie is dat de vordering niet als ondernemingsvermogen kwalificeert, wat gevolgen heeft voor de fiscale behandeling bij bedrijfsopvolging.
-
1926069
In deze belastinguitspraak wordt vastgesteld dat het verlies uit de liquidatie van HBV alleen in box 2 kan worden genomen. Artikel 424 Wet IB2001 staat niet in de weg voor het in aanmerking nemen van dit verlies.
-
1926070
Deze memo behandelt de vraag of mevrouw M recht heeft op de meetrekregeling van art. 410 Wet IB 2001. Het besluit concludeert dat zij recht heeft op deze regeling, omdat haar vader een aanmerkelijk belang heeft in de Spaanse vennootschappen, wat haar positie versterkt.
-
1926064
Dit document behandelt de vraag of de faciliteit van artikel 412a Wet IB2001 van toepassing is op reguliere voordelen verkregen via een turboverdeling na overlijden. De ruling concludeert dat deze faciliteit beperkt is tot onvoorziene situaties zoals overlijden en niet van toepassing is op reguliere voordelen.
-
1926071
In deze belastinguitspraak wordt geconcludeerd dat de fusie tussen twee vennootschappen niet in overwegende mate gericht is op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing. De afwijzing van het verzoek om fiscale begeleiding wordt bevestigd, omdat de zakelijke motieven onvoldoende zijn onderbouwd.
-
1926065
Deze belastinguitspraak behandelt de fiscale gevolgen van een borgstellingsovereenkomst en de verkoop van aandelen door de heer P. De uitspraak concludeert dat de kwijtschelding van de schuld door de ANBI als een gift kwalificeert en dat de transacties leiden tot een verhoging van de verkrijgingsprijs van het aanmerkelijk belang.
-
1926067
Deze belastinguitspraak behandelt de waardering van een tegenprestatie in het kader van een schenking. Het besluit stelt dat de tegenprestatie als een gift moet worden aangemerkt, wat gevolgen heeft voor de schenkbelasting en de conserverende aanslag.
-
1926066
In deze belastinguitspraak wordt behandeld of een deel van de lijfrentebetaling als rente kan worden gekwalificeerd en daarmee als reguliere kosten. De ruling concludeert dat dit niet het geval is, omdat het berekende rente bedrag slechts een rekengrootheid is en niet relevant voor de reguliere kosten.
-
1926072
In deze belastinguitspraak wordt de herstructurering van een concern besproken in het kader van de aandelenfusiefaciliteit. De conclusie is dat niet wordt voldaan aan het stemrechtcriterium, waardoor de faciliteit niet kan worden toegepast.
-
1921465
Deze belastinguitspraak behandelt de fiscale gevolgen van een compensatiebetaling van een moeder aan haar zoon in het kader van de verkrijgingsprijs van aandelen. De ruling concludeert dat deze betaling geen fiscale consequenties heeft en niet leidt tot een verhoging van de verkrijgingsprijs van de aandelen.
-
1921467
Deze uitspraak behandelt de fiscale gevolgen van betalingen op onzakelijke borgstellingen na de ontbinding van vennootschappen. Het Hof bevestigt dat dergelijke betalingen kunnen leiden tot een verhoging van het aanmerkelijk belang verlies, zelfs na faillissement. Dit biedt belastingplichtigen mogelijkheden voor belastingaftrek in box 1.
-
1921471
In deze casus wordt de fiscale behandeling van een herstructurering besproken waarbij aandelen worden gefuseerd en agio wordt gestort. De conclusie is dat er sprake is van een uitdeling ter grootte van 60% door de agiostorting, wat fiscale gevolgen heeft voor de aandeelhouders.
-
1921473
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of een open commanditaire vennootschap verschillende soorten participaties kan hebben en hoe de verkrijgingsprijs van participaties dient te worden toegerekend. Het besluit concludeert dat de uitgifte van B-participaties niet als bonusaandelen kwalificeert en dat de verkrijgingsprijs over de A- en B-participaties verdeeld moet worden.
-
1921470
In deze memo wordt vastgesteld dat de betaalde schenkbelasting geen onderdeel uitmaakt van de verkrijgingsprijs bij de schenking van aandelen. De ruling verduidelijkt dat er geen direct causaal verband is tussen de schenkbelasting en de verkrijging van de aandelen.
-
1921472
In deze belastinguitspraak wordt de vraag behandeld of de aanbiedingsplicht invloed heeft op de kwalificatie van aandelen als ondernemingsvermogen. De ruling concludeert dat de aanbiedingsplicht geen beletsel vormt voor de doorschuifregeling en dat de cum prefs als ondernemingsvermogen kwalificeren.
-
1921469
Deze belastinguitspraak behandelt de toerekening van schulden aan activa na de verdeling van een huwelijkse gemeenschap. De rechtbank concludeert dat hypothecaire schulden evenredig moeten worden toegerekend aan de toegedeelde bezittingen, waarbij de historische band tussen schuld en bezit van belang is.
-
1921474
Dit document behandelt de fiscale gevolgen van een tweetrapsschenking en de toepassing van de 36 maanden termijn bij overlijden van de bezwaarde. De Belastingdienst concludeert dat deze termijn niet van toepassing is bij verkrijging door overlijden.
-
1921476
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of een splitsing na overlijden gericht is op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing. De conclusie is dat er geen goedkeuring van toepassing is en dat de splitsing niet direct gericht is op belastingontwijking.
-
1921466
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of een converteerbare lening als een optierecht kan worden aangemerkt volgens de Nederlandse belastingwetgeving. De conclusie is dat het conversierecht niet leidt tot een aanmerkelijk belang, omdat het recht niet garandeert dat de houder meer dan 5% van de aandelen verkrijgt.
-
1921475
In deze belastinguitspraak wordt goedgekeurd dat aan de 36-maandseis is voldaan, ondanks het tussenschuiven van werknemers naar een payrollbedrijf. Dit besluit is relevant voor situaties waarin werknemers feitelijk werkzaam blijven binnen de onderneming, ook al zijn ze administratief ondergebracht bij een derde partij.
-
1921468
Deze belastinguitspraak behandelt de goedkeuring van werkzaamheden verricht door een persoonlijke houdstervennootschap in het kader van een schenking. De uitspraak bevestigt dat voldaan is aan de dienstbetrekkingseis zoals beschreven in de Wet IB 2001.
-
1921514
Deze belastinguitspraak bevestigt dat Nederland geen heffingsrecht heeft over forfaitair rendement na emigratie naar de Verenigde Staten. Daarnaast wordt vastgesteld dat Nederland alleen kan heffen op basis van tijdsevenredigheid voor de maanden waarin de belastingplichtige nog in Nederland woonachtig was.
-
1921513
Deze belastinguitspraak behandelt de toepassing van artikel 412a Wet IB2001 met betrekking tot erfgenamen die aandelen verkrijgen. Het besluit is dat alleen de in België wonende erfgenaam gebruik kan maken van de faciliteit, terwijl de in Nederland woonachtige erfgenamen niet in aanmerking komen.
-
1921515
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of de belanghebbende een aanmerkelijk belanghouder is na het overlijden van haar vader en of haar overlijden leidt tot vervreemding van aandelen in Holding BV. De conclusie bevestigt dat beide vragen positief beantwoord moeten worden.
-
1921516
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of de wijziging van huwelijkse voorwaarden leidt tot een belaste vervreemding van aandelen. Het oordeel is dat dit niet het geval is, omdat artikel 417 van toepassing is. Daarnaast wordt geconcludeerd dat de voorgenomen aandelenfusie en splitsing niet in overwegende mate gericht zijn op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing.
-
1921517
Deze belastinguitspraak behandelt de verkrijgingsprijs van een 50% belang dat een man heeft verkregen na het overlijden van zijn vrouw. De ruling concludeert dat de verkrijgingsprijs voor het eigen pakket van de man 67Awr bedraagt, terwijl het pakket verkregen van de echtgenote ook een verkrijgingsprijs van 67Awr euro heeft.
-
1921521
In deze belastinguitspraak wordt geconcludeerd dat de winstdelende lening van de heer X niet kwalificeert als een aanmerkelijk belang. Dit betekent dat de lening niet onder de voorwaarden van deelnemerschapsleningen valt, wat gevolgen heeft voor de belastingheffing.
-
1921518
Deze uitspraak behandelt de vraag of de erfbreuk bepalend is voor het gebruik van de faciliteit van artikel 412a Wet IB 2001. De ruling concludeert dat de mate waarin het vererfde aanmerkelijk belang wordt verkregen, bepalend is voor het gebruik van de faciliteit.
-
1921523
In deze belastinguitspraak wordt geconcludeerd dat het niet noodzakelijk is om aandelen te decertificeren voor een aandelenfusie. De economische eigendom van de aandelen is bepalend voor de toepassing van de aandelenfusiefaciliteit.
-
1921520
In deze belastinguitspraak wordt geconcludeerd dat de voorgenomen aandelenfusie niet kwalificeert als een aandelenfusie volgens artikel 355 Wet IB 2001. Dit komt voort uit de onzakelijke voorwaarden en het doel om belastingheffing te ontgaan of uit te stellen.
-
1921524
In deze belastinguitspraak wordt bevestigd dat de toezegging van de staatssecretaris van toepassing is, waardoor er sprake is van een kwalificerende splitsing. De uitspraak benadrukt dat de splitsing gericht is op een reële bedrijfsopvolging en dat het afgesplitste vermogen kwalificeert als ondernemingsvermogen.
-
1921519
In deze belastinguitspraak wordt vastgesteld dat een ZZP'er niet voldoet aan de eisen van de dienstbetrekking voor de doorschuifregeling bij schenking van aandelen. Dit besluit is in overeenstemming met de parlementaire geschiedenis en de huidige wetgeving.
-
1921526
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of een juridische fusie en splitsing voldoen aan de eis van 36 maanden dienstbetrekking voor bedrijfsopvolging. De ruling concludeert dat er geen sprake is van ontgaan en dat aan het vereiste wordt voldaan.
-
1921525
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of de overdrachtsbelasting een onderdeel vormt van de verkrijgingsprijs van aanmerkelijk belang aandelen. De conclusie is dat de overdrachtsbelasting inderdaad tot de verkrijgingsprijs gerekend moet worden, wat impliciet wordt bevestigd door rechtspraak.
-
1921527
In deze belastinguitspraak wordt beoordeeld of een aandelenruil voldoet aan het stemrechtvereiste volgens artikel 355 van de Wet IB 2001. De conclusie is dat de aandelenruil, gezien de gehele structuur van rechtshandelingen, aan het vereiste voldoet.