1774478

AI-samenvatting

Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of er sprake is van een schenking bij de omzetting van een stichting naar een BV of vereniging en het opheffen van de vermogensklem. Het antwoord is negatief, aangezien het opheffen van de vermogensklem niet leidt tot verarming van de rechtspersoon.

Kennisgroepstandpunt

Belastingdienst
Kennisgroep Successiewet
Doorkiesnummer 5412e
Postbus 18500
3501 CM Utrecht

Datum deze conceptversie
Behandelaar
Uw kenmerk
Kenmerk KGSW19.0017

Betreft conceptversie
Successiewet. Giftbegrip, opheffing vermogensklem 2:18 BW

Geachte mevrouw/heer,

Recent hebt u een vraag gesteld aan de kennisgroep Successiewet. Ik bericht u daarop als volgt.

**Vraag**
Is sprake van een schenking als stichting X zich op grond van art. 2:18 BW omzet in een BV of vereniging, en de rechter op verzoek van X de vermogensklem opheft?

**Antwoord**
Nee. Het opheffen van de vermogensklem is geen handeling waardoor de rechtspersoon — onder voorwaarde dat de rechter het verzoek toewijst — verarmt.

**Toelichting**
Het giftbegrip in de Successiewet is gestoeld op het BW, zie art. 1, zevende lid SW. Een gift is een handeling waardoor een ander verrijkt ten koste van eigen vermogen (art. 7:186, tweede lid, BW). Vraag is dus of er een ander verrijkt wanneer een rechtspersoon verandert van rechtsvorm. Dat zou kunnen als een stichting (direct en indirect eigenaar van zijn eigen vermogen) zich omzet in een BV (direct eigenaar van haar eigen vermogen, maar indirect zijn de aandeelhouders dat). De aandeelhouders zouden dan verrijken. Door de werking van de vermogensklem van art. 2:18 BW verrijken de aandeelhouders niet: het vermogen dat er was ten tijde van de stichting blijft geoormerkt voor doeleinden van de stichting.

Wanneer de vermogensklem op verzoek van de rechtspersoon door de rechter wordt opgeheven, verrijken in beginsel de aandeelhouders wel. Als dit ook de bedoeling van het verzoek van de BV is, zal ook sprake zijn van een bevoordelingsbedoeling. De BV verarmt echter niet. Eerst was zij eigenaar onder gehoudenheid een deel van het vermogen te besteden conform de vermogensklem, na de uitspraak van de rechter is de BV eigenaar van haar vermogen maar zijn dat in economische zin van de aandeelhouders. Ergo, als de vermogensklem verdwijnt, verarmt de BV niet.

Dat is niet anders wanneer een stichting zich omzet in een vereniging. De leden hebben dan vaak recht op het vermogen van de vereniging als deze wordt ontbonden. Dat is een toekomstig onzekere gebeurtenis waarbij de leden ten tijde van de omzetting niet dezelfde behoeven te zijn als ten tijde van de ontbinding van de vereniging. Afgezien daarvan geldt ook hier dat de vereniging niet verarmt als op haar verzoek de rechter de vermogensklem opheft.

**Bezoekadres**
In uw antwoord datum en kenmerk van deze brief vermelden
Orteliuslaan 1000
Utrecht – Papendorp

Hoogachtend,
Belastingdienst/Kennisgroep Successiewet
namens deze,

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *