AI-samenvatting
Deze belastinguitspraak behandelt de fiscale gevolgen van de aanvaarding van een begunstiging bij levensverzekeringen. Aanvaarding leidt tot een schenking, maar de belastingheffing vindt pas plaats als de opschortende voorwaarde in vervulling gaat.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
**1774476**
Belastingdienst
Kennisgroep Successiewet
Doorkiesnummer 5.1.2e
3501 GM Utrecht
Datum: 11 januari 2021
Behandelaar: Postbus 18500
Aan: 512e|— werkgroep – 5.1.2e
„verzekeringenproducten
Per email
Uw kenmerk
Kenmerk: KGSW 19.0012
**Betreft:** Successiewet. Giftbegrip, onherroepelijke begunstiging — aanvaarding en afstand doen.
Geachte mevrouw/heer,
Recent hebt u een vraag gesteld aan de kennisgroep Successiewet. Ik bericht u daarop als volgt.
**Vragen:**
1) Leidt aanvaarding van een begunstiging tijdens de opbouwfase van een levensverzekering — zonder overlijdensclausule — tot een schenking?
2) Wie is de schenker als de onherroepelijke begunstigde voor c.q. na het ingaan van de uitkeringen alsnog afstand doet van zijn recht op uitkering?
**Antwoorden:**
1) Ja, aanvaarding tijdens de opbouwfase van de begunstiging leidt tot een schenking ten tijde van die aanvaarding. Civiel is de schenking immers compleet op het moment van aanvaarding (artikel 7:188 BW). Wel betreft het een schenking onder opschortende voorwaarde, omdat de begunstigde voor het ingaan van de uitkering(-en) kan overlijden. Voor de schenkbelasting wordt de schenking pas belast als de opschortende voorwaarde in vervulling gaat (artikel 1, lid 9 SW). NB Als de polis bepaalt dat de uitkeringen toekomen aan de begunstigde of diens erfgenamen, is er vanuit de schenker bezien geen opschortende voorwaarde, en speelt art. 1, negende lid, SW geen rol. In dat geval is er direct een schenking.
2) Afstand leidt tot een schenking door de onherroepelijke begunstigde. Als de onherroepelijke begunstigde voor het ingaan van de uitkeringen alsnog afstand doet van zijn recht op uitkering (zie art. 7:969, derde lid, BW), komt het recht op uitkering weer in de macht van de verzekeringsnemer. Doordat het recht op uitkering terugkeert naar de verzekeringsnemer leidt het afstand doen tot een schenking van de onherroepelijke begunstigde aan de verzekeringsnemer. Over deze schenking is schenkbelasting verschuldigd. NB Door afstand te doen is de opschortende voorwaarde niet in vervulling gegaan, aangezien niet kan worden getoetst of de begunstigde in leven zou zijn op het moment van ingaan van de uitkeringen. Hierdoor komt er fiscaal geen schenking tot stand tussen de verzekeringsnemer en de onherroepelijke begunstigde, waardoor er geen heffing van schenkbelasting plaatsvindt.
—Als de onherroepelijke begunstigde pas afstand doet op het moment dat de uitkeringen aanvangen, komt het recht op uitkering toe aan de opvolgende begunstigde. De verzekeringsnemer kan immers de begunstiging niet meer wijzigen. In dat geval schenkt de onherroepelijke begunstigde het recht op uitkering aan de opvolgende begunstigde. Dit zou alleen anders zijn indien de onherroepelijke begunstigde niet de wil heeft om de opvolgende begunstigde te bevoordelen. In het afstand doen met de bewustheid dat hierdoor de opvolgende begunstigden worden bevoordeeld, lijkt de wil tot bevoordeling echter al besloten te liggen. Afstand doen impliceert immers dat de opvolgende begunstigde een voordeel krijgt (zie BNB 1994/261).
**Toelichting**
In deze toelichting worden de bepalingen in het BW als uitgangspunt gehanteerd. Deze zijn van regelend recht waardoor partijen hiervan kunnen afwijken. Eén van de mogelijkheden van afwijken is het opnemen van een overlijdensclausule in de polisvoorwaarden. In deze beantwoording wordt er van uitgegaan dat het regelend recht is gevolgd.
**Wanneer is aanwijzing begunstiging een schenking?**
A. Geen aanvaarding
Zolang de begunstiging van een ander dan de verzekeringsnemer herroepelijk is, is er geen sprake van een schenking. Met het bepaalde in artikel 7:188 BW over “kunnen aanvaarden” wordt fiscaal niets gedaan. Deze is voornamelijk bedoeld om te voorkomen dat de polis civielrechtelijk niet gaat ‘zweven’ tussen verzekeringsnemer en begunstigde.
Als de begunstigde niet heeft aanvaard vindt de schenking (pas) plaats op het moment dat de begunstiging niet meer kan worden gewijzigd vanwege het opeisbaar worden van één uitkering. De begunstiging wordt op dat moment onherroepelijk voor enkel die uitkering. Er is dan sprake van een gift van die ene uitkering door de verzekeringsnemer aan de begunstigde. Men spreekt dan van schenking van termijn voor termijn.
B. Aanvaarding vòòr aanvang uitkeringen
Bij aanvaarding van de begunstiging is civiel sprake van een gift tussen de verzekeringsnemer en de onherroepelijke begunstigde, zie artikel 7:188 BW. Op dat moment wordt voldaan aan de vereisten van verarming, verrijking en wil tot bevoordeling. Het is echter een schenking onder opschortende voorwaarde, omdat de onherroepelijke begunstigde voor het ingaan van de uitkering kan overlijden. In dat geval vervalt zijn aanwijzing als onherroepelijk begunstigde (artikel 7:967, lid 1, onder b, BW). Het recht op uitkering geldt tussen de verzekeraar en de onherroepelijke begunstigde. De betreffende rechten en plichten zijn gekoppeld aan het derdenbeding.
Fiscaal vindt pas heffing plaats op het moment dat de opschortende voorwaarde in werking treedt. De opschortende voorwaarde kan je als volgt definiëren: De onherroepelijk begunstigde moet in leven zijn op moment van aanvang van de uitkeringen.
**Overlijden voor aanvang uitkeringen**
Zolang de polis niet tot uitkering is gekomen, heeft de onherroepelijke begunstigde een zelfstandig recht op de uitkering onder de voorwaarde dat hij in leven is wanneer de uitkering(-en) aanvangt (aanvangen). Op grond van artikel 7:967, lid 1, BW vervalt bij voortijdig overlijden dit recht van de onherroepelijke begunstigde. Hierdoor behoort geen recht op uitkering (fictief) tot zijn nalatenschap.
Als spiegelbeeld heeft de verzekeringsnemer een recht op de uitkering onder opschortende voorwaarde. Het recht op uitkering komt immers terug bij de verzekeringsnemer als de onherroepelijke begunstigde voor aanvang van de uitkeringen overlijdt. Het recht op uitkering geldt tussen de verzekeraar en de begunstigde / verzekeringsnemer.
**Afstand doen van aanwijzing tot begunstiging**
De begunstigde die al aanvaard heeft maar bij nader inzien toch geen uitkering wenst te ontvangen, kan afstand doen van zijn recht op uitkering (artikel 7:969, lid 3 BW). Hierdoor gaat de overeenkomst tussen de verzekeraar en de begunstigde teniet (artikel 6:160 BW). De verzekeraar heeft hierdoor niet meer de verplichting om aan de onherroepelijke begunstigde uit te keren. Afhankelijk van het moment van afstand doen schenkt de (eerste) onherroepelijk begunstigde aan de verzekeringsnemer of de opvolgende begunstigde.
Doet de begunstigde deze afstand voordat de uitkeringen zijn aangevangen dan komt het recht op uitkering bij de verzekeringsnemer terug. In dat geval kunnen zich in de tijd bezien civielrechtelijk drie schenkingen voordoen:
1. Eerst bij het sluiten van de verzekering + aanvaarding; dit is een schenking onder opschortende voorwaarde tussen de verzekeringsnemer en de eerste onherroepelijk begunstigde — fiscaal i.v.m. art. 1, negende lid, SW nog geen schenking.
2. Dan bij de afstand door de onherroepelijk begunstigde; dit is een schenking van de oorspronkelijke eerste onherroepelijk begunstigde aan de verzekeringsnemer — ook fiscaal een schenking.
3. En bij een nieuwe aanwijzing + aanvaarding; dit is een schenking onder opschortende voorwaarde van de verzekeringsnemer aan de nieuwe onherroepelijke begunstigde — fiscaal een schenking op moment van ingaan van de uitkeringen.
Doet de begunstigde afstand van zijn recht op uitkering nadat de uitkeringen zijn aangevangen dan komt het recht op uitkering bij de opvolgende begunstigde terecht.
**Renseignementen**
De verzekeringsmaatschappijen moeten schenk-renseignementen opmaken en naar de Belastingdienst sturen op het moment dat de uitkeringen ingaan. Dan is duidelijk wie de verkrijger van de uitkering(-en) is. Dit sluit aan bij de fiscale behandeling bij een schenking onder opschortende voorwaarde.
In artikel 10d UBSW is opgenomen wanneer er een renseignement moet worden opgemaakt. Dat is bij een schenking het geval als een ander dan de verzekeringsnemer verkrijgt.
Voor de IB moeten de verzekeringsmaatschappijen tijdens de looptijd van de verzekeringen box 3-renseignementen op naam van de onherroepelijke begunstigde sturen. Civiel klopt dit aangezien bij een schenking onder opschortende voorwaarde de schenking op moment van aanvaarding van de begunstiging civiel compleet is.
Hoogachtend,
Belastingdienst/Kennisgroep Successiewet
namens deze,
§.1.2e
Geef een reactie