1774472

AI-samenvatting

Deze belastinguitspraak behandelt de toepassing van de BOR in het geval van de omschakeling van grond voor bietenteelt naar een zonne- of windpark. De ruling concludeert dat de ondergrond van het zonne- of windpark deel blijft uitmaken van de oorspronkelijke onderneming, wat betekent dat er geen strijd is met de voortzettingseis.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

**Belastingdienst**
Kennisgroep Successiewet
Doorkiesnummer
Pastbus 18500
3501 CM Utrecht
Datum: 26 oktober 2020
Behandelaar: Belastingdienst t.a.v. 512e
Uw kenmerk: KGSW 19.0006
Betreft: Successiewet. BOR, omschakeling naar een zonne- of windpark, bezitseis / voortzettingseis

Geachte mevrouw/heer,

Recent hebt u een vraag gesteld aan de kennisgroep Successiewet. Ik bericht u daarop als volgt.

**Vraag**
Hoe gaat de BOR (bezitseis en voortzettingseis) om met het aanwenden van grond voor het exploiteren van een zonne- of windpark?

**Casus**
Een ondernemer heeft een bedrijf (bijvoorbeeld: suikerbietenteelt). Tot de onderneming behoort grond. Op moment T besluit de ondernemer een deel van de grond niet langer te gebruiken voor bietenteelt, maar als ondergrond van een door hem te exploiteren zonne- of windpark. Het moment T ligt binnen de bezits- danwel de voortzettingstermijn. Wat zijn de gevolgen voor de BOR?

**Antwoord**
De BOR haakt aan bij het ondernemingsbegrip in de IB. Onttrekking van een bedrijfsmiddel aan een onderneming leidt in beginsel niet tot staking van die onderneming, en dus niet tot strijd met de voortzettingseis. Dat is anders wanneer sprake is van duurzame inkrimping van een onderneming als bedoeld in HR 16 oktober 1985, nr. 23 025, BNB 1985/320. Duurzame inkrimping leidt tot gedeeltelijke staking in de inkomstenbelasting. Dan houdt de verkrijger gedeeltelijk op winst te genieten uit de verkregen onderneming. Als dat gebeurt binnen 5 jaar na de verkrijging wordt voor dat deel niet voldaan aan de voortzettingseis.

**Tegemoetkoming voortzettingseis**
Voor gedeeltelijke staking wegens duurzame inkrimping is vereist dat de omzet én het vermogen van de onderneming binnen een korte tijdsspanne met tenminste 30% afneemt. Gedeeltelijke omschakeling naar een zonne- of windpark kan voor de inkomstenbelasting betekenen dat dezelfde persoon gedeeltelijk staakt en een tweede onderneming start. Strikt genomen gaat in zo’n geval de ondergrond van het zonne- of windpark over van de oorspronkelijke onderneming naar de nieuwe ‘energie-onderneming’, en neemt het vermogen van de verkregen onderneming af. Als ook de omzet van de oorspronkelijke onderneming met tenminste 30% afneemt, kan er dus sprake zijn van duurzame inkrimping.

Voor de inkomstenbelasting is echter goedgekeurd dat in geval van een tweede onderneming, de ondergrond van het zonne- of windpark geacht wordt deel uit te blijven maken van de oorspronkelijke onderneming. Zie het beleidsbesluit van 23 november 2018, 2018-115091 (V-N 2018/674). Er hoeft daarom bij de onttrekking van de grond niet afgerekend te worden in de [GEANONIMISEERD] over de stille reserve van de ondergrond. Als dit besluit wordt gevolgd voor de BOR blijft de ondergrond van de ‘energie-onderneming’ behoren tot de oorspronkelijke onderneming. Het vermogen van die oorspronkelijke onderneming neemt dan niet af, waardoor duurzame inkrimping niet zal plaatsvinden en dus ook geen strijd met de voortzettingseis optreedt. Of dit besluit ook voor de BOR wordt gevolgd, is nog niet bekend. Tot die tijd is er bij duurzame inkrimping strijd met de voortzettingseis, hetgeen leidt tot deels terugnemen van de BOR. In zo’n geval kun je belanghebbenden wijzen op de mogelijkheid om een verzoek om toepassing van de hardheidsclausule in te dienen.

Raadpleeg voor de vraag of er wel of niet een nieuwe onderneming ontstaat en of er sprake is van een duurzame inkrimping, een collega voor de IB.

NB Indien —al dan niet in het kader van het opwekken van zonne- of windenergie— de grond overgaat naar het privévermogen, kan dat betekenen dat de oorspronkelijke onderneming zowel qua omzet als vermogen inkrimpt. Voor deze gevallen geldt geen goedkeurend IB-besluit. De duurzame inkrimping leidt tot strijd met de voortzettingseis, en de verleende BOR-faciliteiten worden naar evenredigheid teruggenomen.

**Bezitseis**
Als een (potentiële) schenker of erflater binnen de bezitsperiode met de exploitatie van een zonne- of windpark een tweede onderneming start, kan voor die nieuwe onderneming de BOR niet worden toegepast. De ondergrond wordt voor de inkomstenbelasting geacht nog te behoren tot de oorspronkelijke onderneming. Deze lijn doortrekkend zou het logisch zijn dat bij schenking of vererving van de oorspronkelijke onderneming, de BOR ook op deze ondergrond van toepassing is. Of daarvoor beleidsmatig een goedkeuring wordt afgegeven is aan het ministerie. Tot dat er helderheid is, kunnen belanghebbenden (alleen) via een beroep op de hardheidsclausule verzoeken om ook BOR te krijgen over de ondergrond van het zonne- of windpark.

Hoogachtend,
namens de Belastingdienst/Kennisgroep Successiewet

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *