1774468

AI-samenvatting

Deze belastinguitspraak behandelt de toepassing van artikel 12 van de Successiewet in het geval van een schenking door een bezwaarde binnen 180 dagen voor overlijden. De schenking wordt als fictieve verkrijging aangemerkt en opgeteld bij de erfrechtelijke verkrijging van de begiftigde.

Kennisgroepstandpunt

Belastingdienst
Kennisgroep Successiewet
Doorkiesnummer
Postbus 18500
3501 CM Utrecht
buiten verzoek
Behandelaar
5.1.2e : 5.1.2e |
Uw kenmerk
Kenmerk
KGSW20.0023
Betreft conceptversie
Successiewet, Fictie art 12 en schenking uit bezwaard vermogen (tweetrapsmaking).

Geachte mevrouw/heer,

Recent hebt u een vraag gesteld aan de kennisgroep Successiewet. Ik bericht u daarop als volgt.

Vraag
Wordt artikel 12 SW toegepast indien een bezwaarde binnen 180 dagen voor diens overlijden een schenking doet uit het onder tweetrapsverband verkregen vermogen, waarover hij mag beschikken?

Antwoord
Ja, de schenking wordt als fictieve verkrijging opgeteld bij de erfrechtelijke verkrijging die de begiftigde uit de nalatenschap van de bezwaarde (en niet van de insteller van de tweetrapsmaking) verkrijgt. Er is geen ander die de rechtshandeling van art. 12 heeft verricht, dan de bezwaarde.

Toelichting
Art. 12 sluit aan bij schenkingen die een erflater doet. Een erflater kan alleen schenken hetgeen tot zijn vermogen behoort. De bezwaarde is eigenaar van het tweetrapsvermogen, zij het dat hij die heeft verkregen onder een ontbindende voorwaarde. Als hij de bevoegdheid heeft te schenken uit het tweetrapsvermogen, dan sluit hij van hetgeen hij schenkt de ontbindende voorwaarde af. Daarmee komt de schenking onvoorwaardelijk uit zijn vermogen en wordt, indien de bezwaarde binnen 180 dagen daarna overlijdt, dan ook terecht als fictieve verkrijging uit zijn nalatenschap aangemerkt.

De schenking wordt belast als schenking tussen bezwaarde en de begiftigde. Uiteraard moet B wel de bevoegdheid hebben om uit het bezwaarde vermogen bij wijze van vertering ook schenkingen te doen. Als hij dat niet heeft en dus handelde in strijd met de bepalingen die insteller A heeft meegegeven, heeft de verwachter een terugvorderactie. Die verkrijgt de verwachter ten gevolge van het overlijden van de bezwaarde uit de nalatenschap van insteller A en is als zodanig belast met erfbelasting.

buiten verzoek
Bezoekadres
In uw antwoord datum en kenmerk van deze brief vermelden
Orteliuslaan 1000
Utrecht – Papendorp

Casus
Erflater A laat bij zijn overlijden in jaar 1 zijn hele nalatenschap (100) na aan zijn echtgenoot B (bezwaarde), onder de bepaling dat hetgeen daar onverteerd uit overblijft bij het overlijden van B, toekomt aan C (verwachter). B schenkt op 1 februari van jaar 9 uit het bezwaarde vermogen 30 aan C. Bij het overlijden van B op 1 mei van jaar 9 is er van het bezwaarde vermogen nog 60 over. Het eigen ‘onbezwaarde’ vermogen van B bedraagt 45. C is enig erfgenaam van B.

Uitwerking
C krijgt een schenking van B van 30. Daarnaast verkrijgt C voor de erfbelasting 60 als tweede trap uit de nalatenschap van A en 45 als reguliere erfrechtelijke verkrijging uit de nalatenschap van B. Op de schenking is art. 12 van toepassing, zodat de fiscale verkrijging van C uit de nalatenschap van B in totaal 30 + 45 = 75 bedraagt. Op de erfbelasting komt het bedrag van de geheven schenkbelasting in mindering, voor zover er sprake is van dubbele heffing.

Hoogachtend,
Belastingdienst/Kennisgroep Successiewet
namens deze,
5.1.2e

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *