1774467

AI-samenvatting

Deze belastinguitspraak behandelt de fiscale gevolgen van (af)splitsingen in het kader van de schenkbelasting en de BOR. Het belastbaar feit vindt plaats bij de schenkingsovereenkomst, en legaten van toekomstige aandelen zijn geldig, zelfs als de splitsing nog niet is doorgevoerd.

Kennisgroepstandpunt

1774467
Kenmerk 1
Belastingdienst
Kennisgroep Successiewet
Telefoonnummer
Datum
oktober 2021
Behandelaar
5.1.28 |
: Uw kenmerk
Kenmerk
KGSW 21.0021
Betreft
Successiewet. BOR, splitsing en terugwerkende kracht.

Geachte mevrouw/heer,

In reactie op uw vraag ontvangt u hierbij het antwoord namens de kennisgroepen Successiewet en Aanmerkelijk Belang.

Vraag
1. Vindt het belastbaar feit / moment voor de schenkbelasting plaats bij de civielrechtelijke levering?
2. Kan voor de vraag of er sprake is van een gift al rekening worden gehouden met het ontstaan van aandelen in een nieuwe vennootschap zoals die bij afsplitsing ontstaat, zonder dat de (af)splitsing ten tijde van de schenking statutair al is doorgevoerd?
3. Is een legaat van aandelen in een nieuwe vennootschap zoals die bij afsplitsing zal ontstaan, geldig als die (af)splitsing ten tijde van het overlijden nog niet is doorgevoerd?
4. Hoe wordt voor de BOR omgegaan met de terugwerkende kracht uit het beleidsbesluit BLKB 2015/33M voor de Vpb?

Antwoord
1. Nee, het belastbaar feit / moment in de schenkbelasting sluit aan bij het tot stand komen van de schenkingsovereenkomst*. Het relevante moment is daarbij het moment waarop aanbod en aanvaarding plaatsvinden. De levering ter uitvoering daarvan, is voor vaststellen van het belastbaar feit of het tijdstip van de schenking niet van belang.
2. Ja, er kan voor het vaststellen van een schenking rekening worden gehouden met de gevolgen van een (af)splitsing, ook vóór de notariële vastlegging daarvan. Sinds het vervallen van artikel 7A:1704 BW per 1 januari 2003 kan een schenking immers ook toekomstige goederen betreffen. Wel moet het object van schenking voldoende duidelijk zijn. Daarvan is sprake als ten tijde van de schenkingsovereenkomst in redelijkheid vaststaat dat en hoe de splitsing plaats zal vinden. Als de afsplitsing in zo’n geval niet doorgaat, vervalt de schenking niet. De schenker is dan tot een vervangende prestatie gehouden.

Kenmerk 2
3. Ja. Een legaat is een vorderingsrecht. Ook als het te vorderen goed nog niet bestaat, maar wel voldoende bepaalbaar is, is sprake van een geldig legaat. Een goed hoeft immers niet tot de nalatenschap te behoren om te kunnen worden gelegateerd. Daarvoor is wel nodig dat uit het testament blijkt dat erflater dat niet tot zijn nalatenschap behorend goed wil legateren (zie art. 4: 49-1 BW). Daarvan is bijvoorbeeld sprake als een enig aandeelhouder van een BV bij testament aan de executeur 1) opdraagt die BV te splitsen en 2) de aandelen van de nieuwe (afgesplitste) vennootschap legateert.
4. Nee, het beleidsbesluit BLKB 2015/33M is louter voor toepassing op art. 14a Vpb. Het vroegste tijdstip waarop binnen de Successiewet de gevolgen van een voorgenomen (af)splitsing in aanmerking kunnen worden genomen, zijn die hiervoor vermeld. Vervroegen naar het begin van het boekjaar van de vennootschap —zoals in de Vpb— geldt niet in de Successiewet, al was het maar omdat voor een tijdstipbelasting als de schenk- of erfbelasting de aanvang van een boekjaar geen belang heeft.

“Als van die overeenkomst geen zekerheid van dagtekening bestaat zoals bij een notariële leveringsakte, is het aan belanghebbende om de eerdere schenkingsdatum aannemelijk te maken.

Hoogachtend,
namens Belastingdienst/Kennisgroep Successiewet
§.1.2e

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *