AI-samenvatting
Deze memo behandelt de vraag of de vrijstelling van overdrachtsbelasting bij juridische fusies tussen ANBI's ook geldt voor onroerende zaken die niet direct voor ANBI-doeleinden worden gebruikt. De conclusie is dat deze vrijstelling ook van toepassing is op dergelijke onroerende zaken.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
**Belastingdienst**
**Memo**
**1.0 Feiten**
Van Woonstichting Aveen, zogeheten “toegelaten instelling” die beschikt over de ANBI-status, zijn in het kader van een juridische fusie al haar activa, waaronder onroerende zaken, en al haar passiva (onder algemene titel) overgegaan op Stichting Woningcorporatiesr, eveneens een “toegelaten instelling” die beschikt over de ANBI-status. Een beperkt deel van de in dit kader door Stichting Woningcorporaties verkregen onroerende zaken betreft ‘commercieel vastgoed’, zijnde onroerende zaken die niet in het kader van de zogenaamde Diensten van Algemeen Economisch Belang (DAEB) worden aangewend. Anders gezegd: deze onroerende zaken zijn niet te rangschikken als ‘verhuur in de sociale sector’. Het betreft losse garages, winkels op de begane grond van een wooncomplex en/of woningen die worden verhuurd in de vrije sector.
**2.0 (Rechts)vraag**
Is in geval van een verkrijging ingevolge juridische fusie tussen ANBI’s de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, letter h, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer juncto artikel 5d van het Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer, ook van toepassing op de verkrijging van onroerende zaken die niet direct worden aangewend voor de ANBI taak?
**3.0 Antwoord**
De kennisgroep overdrachtsbelasting is van mening dat in geval van een verkrijging ingevolge juridische fusie tussen ANBI’s de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, letter h, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer juncto artikel 5d van het Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer, ook van toepassing is op de verkrijging van onroerende zaken die niet direct worden aangewend voor de ANBI taak. Gelet op de geschiedenis van de vrijstelling bij juridische fusie tussen ANBI's (alleen in het besluit van 2009 werd ook voor de juridische fusie een dienstbaarheidseis gesteld), de huidige wettekst en de Nota van Toelichting is de kennisgroep van mening dat het tweede lid van artikel 5d van het Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer alleen betrekking heeft op de vrijstelling bij een taakoverdracht en niet op de vrijstelling bij de juridische fusie.
**Directie Vaktechniek**
**Belastingen**
**Kennisgroep**
**Overdrachtsbelasting**
**Contactpersoon**
**Datum**
31 mei 2018
**Bijlagen**
0
**Versienummer**
1.0
**Nummer kennisvraag**
18-052-02
—
**4.0 Beschouwing**
**1988**
Vanaf 1988 was voor de “in het algemeen belang werkzame instellingen” de kwijtscheldingsresolutie de bepaling op grond waarvan vrijstelling voor de overdrachtsbelasting kon worden verkregen. In de kwijtscheldingsresolutie van 27 december 1988, nr. IB88/1084 was in onderdeel 4 opgenomen:
“4. Fusie, reorganisatie en wijziging van rechtsvorm door in het algemeen belang werkzame instellingen
a. Bij een fusie tussen twee of meer binnen Nederland gevestigde instellingen, werkzaam in het algemeen belang, met hetzelfde doel en dezelfde feitelijke werkzaamheden, in het kader waarvan alle activa en passiva van een of meer dergelijke instellingen worden overgedragen aan een van de fuserende instellingen of aan een in het kader van de fusie nieuw opgerichte dergelijke instelling, wordt met betrekking tot die overdracht een tegemoetkoming verleend ten bedrage van de verschuldigde overdrachtsbelasting. Daarbij geldt het vereiste dat bij de overdracht commerciële factoren geen rol spelen, hetgeen o.a. betekent dat de overdragende instelling in het algemeen geen koopsom mag bedingen.
b. Indien een dergelijke instelling een gedeelte van haar taak onderbrengt bij een andere instelling en de op dat gedeelte van haar taak betrekking hebbende activa en passiva overdraagt aan die andere instelling, wordt eveneens met betrekking tot die overdracht een tegemoetkoming verleend ten bedrage van de verschuldigde overdrachtsbelasting. Daarbij geldt het vorenvermelde vereiste dat commerciële factoren geen rol spelen, terwijl voorts de overgedragen onroerende goederen bij beide instellingen dienstbaar moeten zijn aan dezelfde, ten algemene nutte te verrichten werkzaamheden.
c. Ook wordt een tegemoetkoming verleend ten bedrage van de verschuldigde overdrachtsbelasting indien een dergelijke instelling haar rechtsvorm wijzigt, bijvoorbeeld bij omzetting van een vereniging in een stichting met dezelfde doelstelling. Daarbij geldt eveneens het vorenvermelde vereiste dat commerciële factoren geen rol spelen, terwijl voorts aan de leden van de vereniging geen uitkeringen in verband met de omzetting mogen worden gedaan.
Voor de toepassing van de letters a, b en c worden binnen Nederland gevestigde, niet aan de vennootschapsbelasting onderworpen dan wel daarvan vrijgestelde verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid welke ten minste 25 leden tellen, op een lijn gesteld met instellingen, werkzaam in het algemeen belang.”
In dit besluit is met betrekking tot een fusie geen voorwaarde opgenomen over het gebruik van de onroerende zaken. Bij een taakoverdracht is wel opgenomen dat de overgedragen onroerende zaken bij beide instellingen dienstbaar moeten zijn aan dezelfde, ten algemene nutte te verrichten werkzaamheden.
**2003**
Ook bij de kwijtschelding die bij een fusie wordt verleend op basis van de brief, specifiek met betrekking tot kerken, van de Staatssecretaris van Financiën van 22 oktober 2003, worden geen voorwaarden gesteld aan het gebruik van de onroerende zaken. Bij een taakoverdracht wordt verwezen naar de kwijtscheldingsresolutie waarin wel een voorwaarde is opgenomen.
**2009**
De resolutie van 1988 is op 10 juli 2009 vervangen door het besluit met nummer CPP2009/773M:
2. Fusie en taakoverdracht
De verkrijging door een ANBI of een vereniging van onroerende zaken is belast met overdrachtsbelasting (artikel 2 van de WBR).
2.1. Goedkeuring
Met toepassing van de hardheidsclausule keur ik goed dat op verzoek geen overdrachtsbelasting wordt geheven bij de verkrijging van onroerende zaken door een fusie of een taakoverdracht tussen ANBI's of tussen verenigingen, als bedoeld in artikel 6.33, eerste lid, onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001.
**Voorwaarden**
Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden:
– Het gehele vermogen van de verdwijnende ANBI of vereniging gaat onder algemene titel over op de verkrijgende ANBI of vereniging. Bij een taakoverdracht worden alle activa en passiva die betrekking hebben op de overgedragen taak aan de verkrijgende ANBI of vereniging overgedragen.
– De verkrijgende ANBI of vereniging zet de activiteiten van de verdwijnende of overdragende ANBI of vereniging voort en de verkregen onroerende zaken blijven dienstbaar aan deze activiteiten.
– Bij de overgang of overdracht spelen commerciële factoren geen rol.
De goedkeuring ziet uitsluitend op de verkrijging van de onroerende zaken die voor werkzaamheden in het kader van het algemeen nut of voor de verenigingsactiviteiten worden aangewend. Tot deze onroerende zaken kan ook het eigen kantoorpand worden gerekend. De goedkeuring geldt niet voor andere onroerende zaken, bijvoorbeeld beleggingspanden.
**Toelichting**
De goedkeuring geldt ook voor een fusie of taakoverdracht tussen een ANBI en een vereniging of tussen meerdere ANBI's of verenigingen. De voorwaarden zijn er op gericht dat het vermogen (inclusief eventuele reserves) beschikbaar blijft voor dezelfde werkzaamheid in de sfeer van het algemeen nut of voor de verenigingsactiviteiten. Commerciële factoren mogen geen rol spelen. Dit betekent dat de verdwijnende ANBI's of verenigingen geen uitkeringen uit hun vermogen mogen doen. Daarnaast mogen zij in geval van een taakoverdracht geen koopsom of andere prestaties bedingen. Een symbolische koopsom van € 1 is hierbij toegestaan. De eis dat geen koopsom mag worden bedongen geldt niet in de situatie waarin op grond van publiekrechtelijke regelgeving een koopsom wordt bedongen ter grootte van ten hoogste de boekwaarde van het overgedragen vermogensbestanddeel.
De goedkeuring geldt uitsluitend voor de verkrijging van onroerende zaken door een fusie of taakafsplitsing en derhalve niet voor de verkrijging van ‘losse’ onroerende zaken. Dit geldt ongeacht of deze onroerende zaken binnen het kader van het algemeen nut of de verenigingsactiviteiten worden aangewend. Een dergelijke verkrijging verschilt feitelijk niet van een verkrijging op grond van een koop en verkoop van die onroerende zaken tegen een koopsom.
Het bovenstaande brengt met zich mee dat, in geval van een afsplitsing van een taak, de goedkeuring niet geldt voor zover deze taak uitsluitend de exploitatie van onroerende zaken inhoudt. Een dergelijke, al dan niet op winst gerichte exploitatie van onroerende zaken, waaronder de terbeschikkingstelling bij overeenkomst van verhuur, is geen taak in de sfeer van het algemeen nut of verenigingsactiviteit.”
In dit besluit zit een tegenstrijdigheid omdat in eerste instantie is bepaald dat het gehele vermogen moet overgaan waarna vervolgens wordt gesteld dat de goedkeuring uitsluitend ziet op de verkrijging van onroerende zaken die voor werkzaamheden in het kader van het algemeen nut of voor de verenigingsactiviteiten worden aangewend. Er is geen duidelijk onderscheid tussen de fusie en de taakoverdracht.
**2010**
Met ingang van 1 januari 2010 is artikel 5d van het Uitvoeringsbesluit van kracht. Dit artikel verving de kwijtscheldingsbepalingen. De tekst van dit artikel luidt:
1. De in artikel 15, eerste lid, onderdeel h, van de wet bedoelde vrijstelling is op een verkrijging door een vereniging als bedoeld in artikel 6.33, onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001 of een algemeen nut beogende instelling van toepassing:
a. bij een juridische fusie tussen twee of meer van deze verenigingen of instellingen, indien in het kader daarvan alle activa en passiva van één of meer van de verdwijnende verenigingen of instellingen onder algemene titel overgaan op de verkrijgende vereniging of instelling of op een in het kader van de fusie nieuw opgerichte dergelijke vereniging of instelling, mits bij de overgang commerciële factoren geen rol spelen;
b. bij een taakoverdracht tussen twee of meer van deze verenigingen of instellingen, indien in het kader daarvan alle activa en passiva die betrekking hebben op de overgedragen taak aan de verkrijgende vereniging of instelling worden overgedragen, mits bij de overdracht commerciële factoren geen rol spelen.
2. De vrijstelling is niet van toepassing op de verkrijging indien de overdracht uitsluitend de exploitatie van onroerende zaken inhoudt of de afzonderlijke overdracht van onroerende zaken betreft of als de onroerende zaken niet worden aangewend voor de overgedragen taak.
3. De belasting die door toepassing van artikel 15, eerste lid, onderdeel h, van de wet niet is geheven, is alsnog verschuldigd indien de verkrijgende vereniging of instelling binnen drie jaren na de fusie of taakoverdracht niet meer bestaat of niet meer aangemerkt wordt als een vereniging als bedoeld in artikel 6.33, onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001 of een algemeen nut beogende instelling.
4. Het derde lid blijft buiten toepassing indien een verkrijgende vereniging of instelling niet langer als vereniging als bedoeld in artikel 6.33, onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001 of een algemeen nut beogende instelling wordt aangemerkt als gevolg van een juridische fusie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, of als gevolg van een taakoverdracht als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, voor zover de belasting betrekking heeft op onroerende zaken die in het kader van deze juridische fusie zijn overgegaan of in het kader van deze taakoverdracht zijn overgedragen.
In de Nota van Toelichting (Stb. 2009 615) op de invoering van dit artikel staat dat de voorwaarden uit dit artikel erop zijn gericht dat het vermogen (inclusief eventuele reserves) beschikbaar blijft voor activiteiten in de sfeer van het algemeen nut of voor verenigingsactiviteiten. Daarbij wordt gemeld dat de vrijstelling niet geldt voor de overdracht van losse onroerende zaken. De vrijstelling is niet van toepassing indien de overdracht uitsluitend de exploitatie van onroerende zaken inhoudt. Een dergelijke, al dan niet op winst gerichte, exploitatie van onroerende zaken, waaronder de terbeschikkingstelling bij overeenkomst van huur, is geen taak in de sfeer van het algemeen nut of in het kader van verenigingsactiviteiten. De vrijstelling is eveneens niet van toepassing indien de onroerende zaken niet worden aangewend voor de overgedragen taak.
In lid 2 van artikel 5b van het Uitvoeringsbesluit en de Nota van Toelichting wordt, zoals vaker in het verleden, weer gesproken over onroerende zaken die niet worden aangewend voor de overgedragen taak.
**31 mei 2018**
Geef een reactie