Categorie: Overdrachtsbelasting

  • 1703530

    In deze memo wordt geconcludeerd dat er geen belastbaar feit voor de overdrachtsbelasting is bij de afkoop van de economische eigendom. De Kennisgroep stelt dat de voorwaarden van de overeenkomst geen voorbehoud van economische eigendom impliceren.

  • 1771561

    Dit bindend advies behandelt de maatstaf van heffing bij de verkrijging van een verpleeghuis in het kader van huurkoop. De ruling concludeert dat de overeenkomst als huurkoop moet worden gekwalificeerd en dat de heffingsmaatstaf de waarde in het economische verkeer is.

  • 1703518

    In deze memo wordt bevestigd dat artikel 5b van het Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer van toepassing is bij de juridische fusie tussen Beheer BV en Bouw. Hierdoor kan Bouw onroerende zaken verkrijgen zonder heffing van overdrachtsbelasting.

  • 1774357

    In deze memo wordt de vraag behandeld of er sprake is van een verdachte vennootschap bij de verkrijging van economische eigendom van onroerende zaken. De conclusie is dat de economische eigendom als onroerende zaak wordt aangemerkt en dat er voldaan is aan de bezitseis.

  • 1771560

    Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of een rechtspersoon voldoet aan de doel-eis van artikel 4 Wbr met betrekking tot de exploitatie van onroerende zaken. De conclusie is dat de onroerende zaken niet hoofdzakelijk dienstbaar zijn aan de exploitatie, maar meer aan andersoortige bedrijfsuitoefening.

  • 1703727

    In deze memo wordt besproken of het 2% tarief voor overdrachtsbelasting van toepassing is bij de aankoop van een woning met de intentie deze te slopen en een nieuwe woning te bouwen. De conclusie is dat dit niet het geval is, aangezien de woning niet als hoofdverblijf wordt gebruikt.

  • 1703733

    In deze belastinguitspraak wordt vastgesteld dat A BV 80% van zijn vastgoed exploiteert, ondanks dat het vastgoed verhuurd wordt aan een VOF waarin A BV zelf participeert. De ruling verduidelijkt de toepassing van artikel 4 van de Wet Belastingen van Rechtsverkeer in deze context.

  • 1703525

    In deze belastinguitspraak wordt behandeld of een huurvoortzettingsbeding de waarde van een opstalrecht kan verhogen. De ruling concludeert dat dit mogelijk is, maar afhankelijk van specifieke voorwaarden. Dit heeft implicaties voor de overdrachtsbelasting bij de verkrijging van opstalrechten.

  • 1703533

    In deze belastinguitspraak wordt besproken of een belanghebbende kan kiezen tussen twee vrijstellingen bij een splitsing. De ruling bevestigt dat beide vrijstellingen onafhankelijk van elkaar beoordeeld moeten worden, wat de mogelijkheden voor belastingheffing beïnvloedt.

  • 1703725

    In deze belastinguitspraak wordt besproken of het 2%-tarief en de startersvrijstelling van toepassing zijn bij de verkrijging van een tweede woning. Het blijkt dat slechts één woning als hoofdverblijf kan gelden, wat invloed heeft op de toepasselijkheid van de OVB-faciliteiten. Daarnaast kan er geen keuze gemaakt worden tussen twee woningen.

  • 1703719

    In deze belastinguitspraak wordt geconcludeerd dat de coöperatie niet kwalificeert als een coöperatie met een in aandelen verdeeld kapitaal volgens artikel 5a, zevende lid, UBBR. Dit besluit is gebaseerd op de specifieke kenmerken van de coöperatie en de wettelijke vereisten.

  • 1771563

    Deze belastinguitspraak behandelt de mogelijkheid om economisch onroerend goed in te brengen in een vennootschap zonder de overige vennoten. De conclusie is dat dit mogelijk is, afhankelijk van de afspraken in de vennootschapsovereenkomst, waarbij ook de implicaties van stille reserves worden besproken.

  • 1771562

    Dit document behandelt de heffing van overdrachtsbelasting bij de inkoop van aandelen door een onroerende zaak rechtspersoon (OZR). De ruling concludeert dat zowel de inkoop door de OZR als de schenking van aandelen door aandeelhouders belast zijn met overdrachtsbelasting, met toepassing van artikel 13 WBR.

  • 1703718

    Deze belastinguitspraak behandelt de vraag wanneer iemand tot het huishouden van de verkrijger behoort. Het begrip ‘huishouden’ is niet wettelijk gedefinieerd, en de beoordeling is casuïstisch, waarbij de gezamenlijke activiteiten en het gebruik van de woning centraal staan.

  • 1703522

    In deze belastinguitspraak wordt bevestigd dat de waarde in het economische verkeer van een onroerende zaak kan worden afgeleid van de koopsom voor de aandelen. Indien deze waarde lager is, geldt deze lagere waarde als maatstaf voor de heffing van overdrachtsbelasting.

  • 1703526

    In deze belastinguitspraak wordt de toepassing van artikel 10 WBR besproken met betrekking tot onroerende bezittingen in kleine deelnemingen. De conclusie is dat onroerende bezittingen van een deelneming alleen worden meegenomen in de heffingsmaatstaf als de deelneming zelf als onroerende zaakrechtspersoon kwalificeert.

  • 1703708

    Deze belastinguitspraak behandelt de verkrijging van blote eigendom van een onroerende zaak die is bezwaard met een opstalrecht. De ruling bevestigt dat, mits aan de voorwaarden wordt voldaan, de verkrijging vrijgesteld kan zijn van overdrachtsbelasting of belast kan worden tegen het verlaagde tarief van 2%.

  • 1771567

    In dit bindend advies wordt bevestigd dat voor de toepassing van de samenwonersvrijstelling in de Wet op belastingen van rechtsverkeer, de voorwaarde van een gemeenschappelijke huishouding gerechtvaardigd is. Dit begrip is niet gedefinieerd in de wet, maar de interpretatie sluit aan bij de doelstellingen van de regeling.

  • 1774392

    In dit bindend advies wordt geconcludeerd dat de verkrijging van een waterbassin, bestaande uit een aarden wal met folie, niet vrijgesteld is van overdrachtsbelasting volgens artikel 15 lid 1 letter q WBR. De kennisgroep herziet haar eerdere standpunt en stelt vast dat het waterbassin niet als cultuurgrond kan worden aangemerkt.

  • 1774393

    Deze uitspraak behandelt de toepassing van vrijstellingen voor de overdrachtsbelasting bij juridische fusies tussen vennootschappen. Het advies stelt dat bij een fusie waarbij de moedervennootschap opgaat in de dochtervennootschap, de juridische fusievrijstelling van artikel 5bis UBBR van toepassing is.

  • 1771572

    In dit bindend advies wordt geconcludeerd dat een kloostercomplex niet als woning kan worden aangemerkt volgens artikel 14, lid 2 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer. Dit betekent dat het verlaagde tarief voor overdrachtsbelasting niet van toepassing is op dergelijke onroerende zaken.

  • 1771566

    Dit bindend advies betreft de toepassing van de vrijstelling voor overdrachtsbelasting bij juridische fusies tussen Algemeen Nut Beogende Instellingen (ANBI’s). De ruling bevestigt dat de vrijstelling ook geldt voor onroerende zaken die niet direct voor de ANBI-taak worden gebruikt.

  • 1703721

    In deze belastinguitspraak wordt geconcludeerd dat de parkeergarages van Parkeergarage BV hoofdzakelijk dienstbaar zijn aan het verkrijgen, vervreemden of exploiteren van onroerende zaken. Dit besluit is gebaseerd op de feitelijke werkzaamheden van de vennootschap en de relevante wetgeving.

  • 1703537

    In deze belastinguitspraak wordt geconcludeerd dat artikel 15 lid 1 letter b WBR niet van toepassing is op de verkrijging van certificaten, omdat de certificaathouders niet de gehele onderneming voortzetten. Dit heeft implicaties voor de overdrachtsbelasting in situaties waarin slechts economische belangen worden overgedragen.

  • 1703709

    In deze belastinguitspraak wordt geconcludeerd dat de vrijstelling bij verkrijging krachtens juridische splitsing niet van toepassing is, omdat de splitsing voornamelijk gericht is op het uitstellen van belastingheffing. Dit heeft gevolgen voor de fiscale behandeling van de betrokken vennootschappen.

  • 1703535

    In deze belastinguitspraak wordt bevestigd dat de verkrijging van niet-DAEB-vastgoed onder de vrijstelling valt. Tevens wordt gesteld dat de activiteiten met betrekking tot dit vastgoed deel uitmaken van de overgedragen ANBI-taak, wat belangrijk is voor de toepassing van belastingvrijstellingen.

  • 1703723

    Deze memo behandelt de vraag hoeveel overdrachtsbelasting verschuldigd is bij een derde verkrijging binnen zes maanden na een tweede verkrijging. De ruling concludeert dat artikel 13 WBR van toepassing is, waardoor de waarde verminderd wordt met het bedrag van de eerder verschuldigde belasting.

  • 1771564

    Deze kennisgroepvraag behandelt de toepassing van de vrijstelling volgens artikel 15, lid 1, letter c van de Wet op de belasting van rechtsverkeer. Het antwoord bevestigt dat de vrijstelling van toepassing is, mits er sprake is van een publiekrechtelijke rechtspersoon die een publieke taak uitoefent.

  • 1774391

    Dit bindend advies behandelt de vraag of de verkrijging van een WKO-installatie onder de vrijstelling van artikel 15, lid 1, onderdeel y van de Wet op belastingen van rechtsverkeer valt. Het antwoord is negatief, omdat een WKO-installatie niet als een netwerk van leidingen wordt beschouwd in de zin van de wet.

  • 1771570

    Dit bindend advies behandelt de toepassing van de artikelen 9, 10 en 13 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (WBR) bij de verkrijging van aandelen in een onroerend goed lichaam. De conclusie is dat de compensatie van het overdrachtsbelastingvoordeel niet tot de maatstaf van heffing behoort, maar dat de heffing plaatsvindt over de waarde…

  • 1774390

    Dit bindend advies betreft de toepassing van artikel 14 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer. De conclusie is dat de verkrijging van een woonzorg-complex belast is tegen het normale tarief van 6%, aangezien het gebouw is ontworpen als verzorgingsinstelling en de oorspronkelijke aard niet is gewijzigd.

  • 1771559

    Deze memo behandelt de vraag of de vrijstelling van overdrachtsbelasting bij juridische fusies tussen ANBI’s ook geldt voor onroerende zaken die niet direct voor ANBI-doeleinden worden gebruikt. De conclusie is dat deze vrijstelling ook van toepassing is op dergelijke onroerende zaken.

  • 1771565

    Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of de toetreding van mevrouw D als aandeelhouder van H B.V. leidt tot de verschuldigdheid van overdrachtsbelasting. De conclusie is dat deze toetreding niet leidt tot een dergelijke verplichting, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan.

  • 1703520

    Dit memo behandelt de waarde van een zelfstandig huuraanvullend recht van opstal zonder retributieplicht voor de overdrachtsbelasting. De kennisgroep concludeert dat dit recht waarde kan hebben, afhankelijk van de gebruiksbevoegdheden die eruit voortvloeien.

  • 1703736

    Deze belastinguitspraak behandelt de gevolgen van de wijzigingen in de Registratiewet 1917 voor de overdracht van aandelen in vennootschappen die onroerend goed bezitten. Het besluit verduidelijkt dat registratierechten verschuldigd zijn bij deze overdrachten, afhankelijk van de waarde van het onroerend goed.

  • 1703547

    In deze uitspraak wordt behandeld of de certificering van aandelen de toepassing van artikel 15 lid 1 onderdeel b WBR belemmert. Het Hof concludeert dat de volledige zeggenschap over de onderneming van de ouder op het kind moet overgaan voor de vrijstelling van overdrachtsbelasting. Dit is essentieel voor de voortzetting van de bedrijfsvoering.

  • 1774095

    Dit document behandelt de toepassing van de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, letter b, Wbr op de verkrijging van aandelen in Kind 1 Holding BV en Kind 2 Holding BV. De ruling concludeert dat de vrijstelling van toepassing is, omdat de onroerende zaak als buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen wordt beschouwd.

  • 1703750

    In deze belastinguitspraak wordt de maatstaf van heffing voor erfpacht behandeld. De ruling concludeert dat de heffingsmaatstaf gebaseerd is op het verschil in waarde tussen het oude en nieuwe erfpachtrecht, inclusief de gekapitaliseerde canon. Dit biedt duidelijkheid voor de fiscale behandeling van erfpachttransacties.

  • 1774096

    Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of een tuin in Nederland kan worden aangemerkt als aanhorigheid bij een woning in België voor de toepassing van het verlaagde tarief van 2%. De ruling concludeert dat het verlaagde tarief van toepassing is, gezien de directe werking van het Europese recht.

  • 1703744

    In deze belastinguitspraak wordt behandeld of bij de verkrijging van zowel juridische als economische eigendom in één notariële akte door C, een afzonderlijke verkrijging van economische eigendom in aanmerking moet worden genomen. De conclusie is dat het verlaagde tarief of de startersvrijstelling van toepassing is, zonder dat een aparte verkrijging van economische eigendom nodig is.

  • 1703752

    Dit document behandelt de toepassing van het verlaagde tarief en de startersvrijstelling voor aanhorigheden bij de verkrijging van een woning. De conclusie is dat de voorwaarden voor de hoofdverblijfverklaring alleen van toepassing zijn op de woning zelf en niet op de aanhorigheden. Hierdoor is geen hoofdverblijfverklaring vereist voor aanhorigheden.

  • 1703746

    In deze belastinguitspraak wordt geconcludeerd dat de vrijstelling voor interne reorganisaties vervalt wanneer door de verkrijging van aandelen een ander concern ontstaat. Dit is in lijn met de bepalingen in artikel 5b van de UBBR.

  • 1774109

    In deze belastinguitspraak wordt geconcludeerd dat de verkrijging van aandelen in Holding Vader BV door Kind 1 en Kind 2 niet onder artikel 15, eerste lid, letter b, Wbr valt. Dit betekent dat er geen vrijstelling van overdrachtsbelasting van toepassing is, aangezien de onroerende zaken niet dienstbaar zijn aan de materiële onderneming van Holding Vader…

  • 1774108

    In deze belastinguitspraak wordt geconcludeerd dat de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, letter b van de Wet belastingen van rechtsverkeer niet van toepassing is op de verkrijging van de aandelen in Holding Vader BV. Dit geldt voor alle beschreven situaties, omdat Holding Vader BV geen materiële onderneming drijft.

  • 1703747

    In deze belastinguitspraak wordt bevestigd dat de vrijstelling van artikel 15, lid 1, letter g, WBR van toepassing is op de verkrijging van zowel de economische als de juridische eigendom van een woning door A na de scheiding van A en B. Dit is gebaseerd op de voorwaarden van de wet en eerdere jurisprudentie.

  • 1703545

    Dit document behandelt de vraag of de vrijstelling van artikel 15-1-b WBR van toepassing is op de verkrijging van certificaten door de zoon. De conclusie is dat dit afhankelijk is van de intentie en voorwaarden van een eventueel overnameplan.

  • 1774097

    Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of de toetreding van een zoon tot een bestaande maatschap leidt tot ontbinding van die maatschap. De conclusie is dat de bestaande maatschap voortgezet wordt en dat de toetreding van de zoon geen ontbinding met zich meebrengt.

  • 1703551

    In deze belastinguitspraak wordt geconcludeerd dat er geen recht bestaat op de 15-1-e WBR vrijstelling bij het ontbinden van een oude vennootschap onder firma (vof) en het oprichten van een nieuwe vof met hetzelfde registratienummer. De beslissing is gebaseerd op de wettelijke vereisten voor inbreng van een onderneming in een vennootschap.

  • 1703541

    In deze belastinguitspraak is beoordeeld of BV B kwalificeert als een onroerendezaakrechtspersoon volgens artikel 4 WBR. Het antwoord is negatief, omdat de onroerende zaak niet dienstbaar is aan de exploitatie ervan.

  • 1774326

    Dit bindend advies behandelt de vraag of de verpanding van aandelen in silo-BV’s leidt tot de verbreking van een concern met F BV, wat gevolgen zou hebben voor de vrijstelling van overdrachtsbelasting. Het antwoord stelt dat verpanding geen verbreking van het concern met zich meebrengt.