1770503

AI-samenvatting

Deze belastinguitspraak behandelt de herziening van de keuze voor thuiswerkdagen in het kader van de coronamaatregelen met Duitsland en België. De keuze kan herzien worden tot het moment waarop de aanslag onherroepelijk vaststaat, en ambtshalve vermindering is mogelijk onder bepaalde voorwaarden.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

**Onderwerp:** Herziening keuzemogelijkheid thuiswerkdagen ingevolge coronaovereenkomsten met Duitsland en België
**Datum ontvangst KG:** 23 april 2021
**Naam ktr vraagsteller:** [GEANONIMISEERD]
**Behandelaar KG:** [GEANONIMISEERD]
**Datum naar secretaris:** 20 maart 2021

In de COVID-19 gezondheidscrisisovereenkomsten met Duitsland (Stcrt 2020 21381) en België (Stcrt 2020 25956) is in onderdeel een keuzemogelijkheid opgenomen om een fictie toe te passen op de thuiswerkdagen tijdens de COVID-19 gezondheidscrisis. Tot welk moment kan de gemaakte keuze worden herzien of is het mogelijk de aanslag ambtshalve te verminderen?

De keuze kan worden herzien tot de aanslag onherroepelijk vaststaat. Ambtshalve vermindering nadat de aanslag onherroepelijk vaststaat is mogelijk als:
– De keuze in het andere land later wordt gemaakt dan wel ook herzien wordt.
– De belastingplichtige bewijs aanlevert dat de herziening van deze keuze in het andere land tot heffing heeft geleid.

**Aanleiding**
In het kader van Corona heeft Nederland vorig jaar met Duitsland en België afspraken gemaakt omtrent de belastingheffing bij grensarbeiders. Deze bilaterale afspraken bieden de betreffende belastingplichtigen de mogelijkheid om thuiswerkdagen fiscaal te behandelen als dagen gewerkt in de oorspronkelijke werkstaat. De belastingplichtigen moeten in Nederland dezelfde keuze maken als in Duitsland respectievelijk België.

De belastingplichtigen zullen een afweging moeten maken van de gevolgen van hun keuze. Om te bepalen wat de voordeligste keuze voor de belastingplichtige is, dienen de fiscale gevolgen van het al dan niet toepassen van de bilaterale maatregel in twee landen in kaart gebracht te worden. De keuze die de belastingplichtige maakt bij het invullen van het biljet, zelfstandig of met hulp van dienstverlening of een adviseur, kan achteraf niet de meest wenselijke blijken te zijn.

Het in kaart brengen van de gevolgen van de keuze is complex. Bovendien zal in Duitsland en België in veel gevallen pas later de aangifte ingediend worden dan in Nederland, met name indien geen adviseur betrokken is. Ook de aanslag komt in veel gevallen veel later dan in Nederland gebruikelijk is. Daarnaast is bij inwoners van Nederland mogelijk de compensatieregeling van toepassing.

**Beschouwing**
Deze bilaterale afspraken bieden de betreffende belastingplichtigen de mogelijkheid om thuiswerkdagen fiscaal te behandelen als dagen gewerkt in de oorspronkelijke werkstaat. De belastingplichtigen moeten in Nederland dezelfde keuze maken als in Duitsland respectievelijk België.

Bovenstaande in acht nemend is het de vraag tot welk moment de belastingplichtige de keuze kan herzien. De keuze kan herzien worden tot het moment waarop de aanslag onherroepelijk vaststaat. De keuze kan worden herzien tot het moment waarop in beide landen de aanslag onherroepelijk vaststaat. De keuze kan worden herzien tot het moment van een jaar na verloop van het kalenderjaar waarop de keuze betrekking heeft (ambtshalve aanslag op te leggen).

**Ambtshalve vermindering**
Is de uitzondering van artikel 45aa onderd Uitv reg IB 2001 van toepassing? In artikel 45aa onder Uitv reg IB 2001 is opgenomen dat niet verminderd wordt wanneer de onjuistheid van de belastingaanslag voortvloeit uit de omstandigheid dat eerst nadat die belastingaanslag onherroepelijk vast is komen te staan, een beroep wordt gedaan op een fiscale faciliteit waarop een beroep moet worden gedaan bij de aangifte of op een ander wettelijk voorgeschreven moment.

De overeenkomst die door Nederland is gesloten met Duitsland en België vermeldt dat het gaat om een fictie waarop een beroep kan worden gedaan. De vraag is of er een parallel getrokken dient te worden met het keuzerecht fiscaal partnerschap (artikel Wet IB 2001, vervallen per 01-01-2011) of het keuzerecht buitenlandse belastingplichtige (artikel Wet IB, vervallen per 01-01-2015).

In artikel Wet IB 2001 was in de specifieke situatie in de wettekst uitdrukkelijk opgenomen dat de keuze bij aangifte gemaakt diende te worden en dat hierop later niet teruggekomen kon worden. De keuze diende derhalve tijdig feitelijk kenbaar gemaakt te zijn aan de inspecteur, zodat hij er bij het vaststellen van de definitieve aanslag rekening mee kon houden. Het verzoek om keuze tot herziening werd dan aangemerkt als aanvulling op de aangifte tot het moment van onherroepelijk worden van de aangifte. Ook in het huidige artikel 17 lid, het toerekenen van bestanddelen, is specifiek bepaald dat dat hier jaarlijks bij aangifte voor wordt gekozen.

In het kader van artikel Wet IB 2001 besliste het Hof dat belastingplichtigen op hun keuze kunnen terugkomen tot aan het moment dat de aanslag onherroepelijk vaststaat (Hof Den Haag, december 2017, nr. 17 0505, NTFR 2018 562). Het tijdstip waarop de keuze moet worden uitgebracht en de wijze waarop is niet geregeld in artikel van de Wet IB. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt echter dat de keuze jaarlijks wordt gemaakt bij de aangifte inkomstenbelasting van het betreffende jaar.

Kan de keuze die op grond van de afspraak met Duitsland en België gemaakt wordt in hetzelfde licht gezien worden? Het verschil is mijns inziens dat in de overeenkomsten met Duitsland en België niet wordt ingegaan op het moment waarop de keuze onherroepelijk dient te worden gemaakt. Indien het oordeel is dat ambtshalve vermindering mogelijk is, dan zal enkel ambtshalve vermindering worden verleend indien:
– De keuze in het andere land later wordt gemaakt dan wel ook herzien wordt.
– De belastingplichtige bewijs aanlevert dat de herziening van deze keuze in het andere land tot heffing heeft geleid.

Dit laatste op grond van het feit dat de fictie consistent in beide landen gemaakt dient te worden. Bovendien dienen deze inkomstenbestanddelen in het andere land daadwerkelijk belast te zijn.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *