1770502

AI-samenvatting

Deze belastinguitspraak behandelt de toepassing van fictie voor thuiswerkdagen in het kader van de COVID-19 gezondheidscrisisovereenkomsten met Duitsland en België. Het besluit verduidelijkt dat werknemers voor de belastingjaren 2020 en 2021 afzonderlijk kunnen kiezen om gebruik te maken van deze fictie.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

Onderwerp: Toepassing Fictie thuiswerkdagen ingevolge coronaovereenkomsten met Duitsland en België
Datum ontvangst KG: 25 februari 2021
Naam ktr vraagsteller: [GEANONIMISEERD]
Behandelaar KG: [GEANONIMISEERD]
Datum naar secretaris: 3 februari 2021

In de COVID-19 gezondheidscrisisovereenkomsten met Duitsland (Stcrt. 2020, 21381) en België (Stcrt. 2020, 25956) is in onderdeel een mogelijkheid opgenomen om een fictie toe te passen op de thuiswerkdagen tijdens de COVID-19 gezondheidscrisis. De overeenkomsten zijn ook in 2021 van toepassing. Moet de opgenomen fictie voor het belastingjaar 2020 en het belastingjaar 2021 consistent worden toegepast? Mag bijvoorbeeld voor het belastingjaar 2020 wel van de fictie gebruik worden gemaakt en voor het belastingjaar 2021 niet?

Voor ieder jaar afzonderlijk mag een beroep worden gedaan op de COVID-19 gezondheidscrisisovereenkomsten. De fictie zoals die is opgenomen in punt van beide overeenkomsten is een afwijking van de reguliere toepassing van een belastingverdrag voor dagen dat een werknemer ten gevolge van de COVID-19 pandemie thuis moet werken. Met de gedachte dat de reguliere toepassing van een belastingverdrag steeds mogelijk moet blijven, kan voor 2020 en 2021 afzonderlijk door de werknemer afgewogen worden of hij al dan niet gebruik wil maken van de in de COVID-19 gezondheidscrisisovereenkomsten geboden mogelijkheid om de thuiswerkdagen fictief aan te merken als dagen gewerkt in het werkland.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *