1770441

AI-samenvatting

Deze ruling behandelt de fiscale behandeling van uitkeringen uit de Wet invoering extra geboorteverlof (WIEG) en hoe deze zich verhouden tot belastingverdragen. De uitkeringen worden gekwalificeerd als sociale zekerheidsuitkeringen, wat invloed heeft op de belastingplicht van werknemers die in Nederland wonen en voor een buitenlandse werkgever werken.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

**Onderwerp:** Wet invoering extra geboorteverlof WIEG
**Datum ontvangst KG:** 17 September 2020
**Naam ktr:** vraagsteller
**Herziening eerdere vraag en antwoord**
**Standpunt KG:** Loonbelasting algemeen
**Behandelaar KG:** 2e
**Datum naar secretaris:** 27 oktober 2020

**Vraag**
Onder welke bepaling in een belastingverdrag vallen de uitkeringen uit de Wet invoering extra geboorteverlof WIEG? Hoe zijn de gevolgen van de WIEG voor de VO 883 2004?

**Antwoord**
Er moet onderscheid gemaakt worden tussen het geboorteverlof en het nieuw ingevoerde aanvullend geboorteverlof. De loondoorbetaling die de werkgever moet verrichten tijdens het geboorteverlof valt onder het artikel voor niet zelfstandige arbeid (art. 15 OESO). Voor de VO 883 2004 is de loondoorbetaling bij geboorteverlof aan te merken als arbeidsinkomen.

De uitkering voor het aanvullend geboorteverlof dat de werkgever ontvangt en doorbetaalt aan de werknemer is voor de toepassing van de Wet LB loon. Voor de toepassing van een belastingverdrag is echter sprake van een sociale zekerheidsuitkering. Dat betekent dat het pensioenartikel of het artikel voor overige inkomsten van toepassing is.

De uitkering voor het aanvullend geboorteverlof die het UWV uitkeert aan de rechthebbende werknemer is aan te merken als een sociale zekerheidsuitkering voor de toepassing van een belastingverdrag. Voor respectievelijk de belastingverdragen met Duitsland en België is art. 17 resp. art. 18 van toepassing. De aanvullende uitkering valt voor de toepassing van de VO 883 2004 onder art. 11 tweede lid en wordt gelijkgesteld met arbeidsinkomen.

In het kader van het Algemeen Overleg met de Tweede Kamer over grensarbeid op maart 2020 is de vraag gekomen wat de grenseffecten zijn van de Wet invoering extra geboorteverlof WIEG. Wet van 14 november 2018 tot wijziging van de Wet arbeid en zorg en enige andere wetten in verband met het geboorteverlof en het aanvullend geboorteverlof teneinde bij te dragen aan de ontwikkeling van de band tussen de partner van de moeder en het kind en tevens de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt te vergroten, alsmede uitbreiding van het adoptie- en pleegzorgverlof.

De WIEG verruimt het geboorteverlof naar eenmaal de wekelijkse arbeidsduur met loondoorbetaling en aanvullend vijf maal de wekelijkse arbeidsduur verlof op te nemen binnen zes maanden na de geboorte van het kind. Voor het aanvullend verlof bestaat dan recht op een uitkering van het UWV. Deze uitkering bedraagt 70% van het dagloon tot 70% van het maximum dagloon. Bovenwettelijke aanvulling tot 100% is mogelijk. Dit extra geboorteverlof kan een werknemer pas opnemen nadat eerst het geboorteverlof van eenmaal de wekelijkse arbeidsduur met loondoorbetaling is opgenomen. De werknemer is vrij in het opnemen van het gewone geboorteverlof van eenmaal de wekelijkse arbeidsduur met loondoorbetaling. Voor het aanvullend geboorteverlof geldt dat de werkgever wegens zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang het verlof na overleg met de werknemer anders kan inroosteren.

De uitkering voor het aanvullend geboorteverlof kan een werknemer aanvragen via de werkgever. Met deze manier van aanvragen wordt aangesloten bij de systematiek die geldt voor de aanvraag van uitkeringen voor zwangerschaps- en bevallingsverlof en voor de aanvraag voor uitkeringen voor adoptie en pleegzorgverlof.

**Loonbelasting**
De uitkering in verband met aanvullend geboorteverlof ex artikel 2b van de Wet arbeid en zorg vormt net als de andere uitkeringen uit de in artikel 11 eerste lid onderdeel van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB) genoemde aanspraken op werknemersverzekeringen loon uit dienstbetrekking. Op deze uitkering is de witte tabel van toepassing. De aanspraak op deze uitkering is vrijgesteld. De inhoudingsplicht voor deze uitkering ligt in beginsel bij het UWV. Wordt de uitkering door tussenkomst van de werkgever aan de werknemer betaald, dan is de werkgever de inhoudingsplichtige. Verder is in de Kamerstukken terug te vinden dat de WIEG onderdeel is van het pensioengevend loon.

Het bovenstaande werkt door naar de Wet IB. Voor de Wet IB is dan op basis van art. 81 Wet IB ook sprake van loon. Dit is alleen anders als de uitkering rechtstreeks door het UWV wordt uitbetaald aan de gerechtigde. Dan is sprake van een publiekrechtelijk periodieke uitkering (art. 101 Wet IB).

**30% vergoedingsregeling**
Voor de toepassing van het looncriterium van de 30% vergoedingsregeling betekent dit dat de uitkering valt onder het loon als bedoeld in artikel 10eb van het UBLB 1965. Het maakt hierbij niet uit of dit loon door de werkgever of het UWV wordt uitbetaald. Het blijft loon uit dezelfde dienstbetrekking in de zin van paragraaf van de Wet IB 2001.

Voor de toepassing van het looncriterium van de 30% vergoedingsregeling betekent dit dat als de werkgever de aanvullende geboorteverlofuitkering ad max 70% van het dagloon niet aanvult tot 100% van het reguliere loon, het loon kan dalen onder de loonnorm van artikel 10eb van het UBLB 1965. In de eindejaarsregeling aanpassing art. 2a URLB 2011 en vooruitlopend daarop in een besluit wordt geregeld dat het lagere salaris ten gevolge van het aanvullend geboorteverlof niet ertoe kan leiden dat de 30% regeling niet meer van toepassing is, zoals dat al geregeld is voor ouderschaps- en zwangerschapsverlof.

**Sociale zekerheid**
In de Kamerstukken is onder meer terug te vinden dat voor de VO 883 2004 het aanvullende geboorteverlof aangemerkt moet worden als een vaderschapsuitkering. Als een werknemer in Nederland sociaal verzekerd is, bestaat recht op de WIEG ook als sprake is van een buitenlandse werkgever. Dus het recht op WIEG is geen arbeidsrechtelijke aanspraak (vgl. de WULBZ) uitkering loondoorbetaling bij ziekte. Voor de VO 883 2004 valt de aanvullende uitkering onder art. 11 tweede lid en wordt gelijkgesteld met arbeidsinkomen, waardoor in beginsel de persoon in kwestie sociaal verzekerd blijft in Nederland.

**Toepassing belastingverdragen**
Het geboorteverlof bestaat uit twee verlofperiodes. Gedurende de eerste periode moet de werkgever het loon doorbetalen. De doorbetaling van het loon wordt voor het belastingverdrag behandeld als loon. Er wijzigt niets ten opzichte van de voor de WIEG bestaande situaties van ouderschapsverlof. Dus op dat loon is art. 15 van het OESO modelverdrag van toepassing. Relevant daarbij is waar betrokkene gedurende de periode van geboorteverlof gewerkt zou hebben als hij geen verlof had gehad.

Voor de sociale zekerheid heeft dit verlof ook geen consequenties. Het aanvullend verlof waarvoor recht bestaat op een aanvullende uitkering van het UWV is een sociale zekerheidsuitkering die nationaalrechtelijk is aan te merken als loon uit dienstbetrekking (zie onderdeel loonbelasting). De vraag is of voor de toepassing van het belastingverdrag op de uitkering het artikel voor niet zelfstandige arbeid van toepassing is of het artikel voor sociale zekerheid, meestal zijnde het pensioenartikel. Dat de uitkering voor de toepassing van de Wet LB als loon aan te merken is, blijkt uit het hierboven verwoorde standpunt van de KG LB algemeen. Voor de toepassing van een belastingverdrag moet de aanvullende uitkering aangemerkt worden als een sociale zekerheidsuitkering. Voor de belastingverdragen met België en Duitsland is daarmee het pensioenartikel van toepassing, respectievelijk art. 18 lid onderdeel en art. 17. Het heffingsrecht komt dan toe aan de woonstaat.

Art. 18 lid van het verdrag met België is niet van toepassing omdat geen sprake is van een uitkering ziekte, gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid of overtolligheid. Het Nederlandse voorbehoud in onderdeel 70 van het OESO commentaar maakt dat niet anders. Immers, dat voorbehoud is in het verdrag niet terug te vinden. Het valt te overwegen om ongewenste gevolgen, bijvoorbeeld verlies kwalificerende buitenlandse belastingplicht met België, te bespreken of deze uitkeringen niet onder art. 18 lid gebracht kunnen worden. Opgemerkt wordt dat een eventuele suppletie door de werkgever op het aanvullend geboorteverlof wel onder art. 15 valt. Dit compliceert de uitvoering uiteraard nog verder.

**Mogelijke praktische gevolgen**
Het bovenstaande levert voor de praktijk uiteraard de bekende aandachtspunten op. Als bijvoorbeeld iemand in Duitsland woont en de aanvullende WIEG uitkering ontvangt, is de uitkering in Duitsland belast, tenzij aan de 15.000 euro grens is voldaan. Stel dat hij 100% van zijn inkomsten eerder in NL belast had, verliest hij de kwalificerende buitenlandse belastingplicht. Immers, meestal is dan niet meer 90% belast in Nederland. Dan kan dit bijvoorbeeld gevolgen hebben voor de hypotheekrenteaftrek.

Bijkomend probleem is dat de uitkering voor het aanvullende geboorteverlof dat via de werkgever uitgekeerd wordt nauwelijks te onderkennen is door belastingplichtige en de Belastingdienst. Dat maakt het in de praktijk moeilijk om tot een juiste verdragstoepassing te komen, ook voor de buitenlandse fiscale autoriteiten.

Ook in Nederland sociaal verzekerde werknemers die werken voor een buitenlandse werkgever kunnen recht hebben op de aanvullende uitkering van de WIEG. Dat betekent dat de werknemer in Nederland kan wonen en bijvoorbeeld in Duitsland werkt. Dan bestaat de kans dat de aanvullende uitkering tot gevolg heeft dat de werknemer in Duitsland niet meer als unbeschränkt Steuerpflichtige wordt aangemerkt.

De ontvangst van een aanvullende uitkering in het kader van de WIEG zal niet snel tot een sociale zekerheidsswitch leiden. Aangekondigd is dat het belastingverdrag met Duitsland voor sociale zekerheidsuitkeringen bij protocol binnen afzienbare tijd zal worden gewijzigd. Sociale zekerheidsuitkeringen, niet zijnde pensioen, zijn dan altijd in het bronland belast.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *