AI-samenvatting
Deze belastinguitspraak behandelt de belastingheffing van beloningen voor leden van de directieraad van een Belgische NV in het kader van het belastingverdrag tussen Nederland en België. Het besluit stelt dat de beloning belastbaar is in België op basis van artikel 16 paragraaf 1, en dat artikel 16 paragraaf 4 niet van toepassing is.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
**Onderwerp**: Toepassing artikel 16 van het belastingverdrag Nederland – België
**Datum ontvangst KG**: 28 februari 2020
**Naam ktr vraagsteller**: [GEANONIMISEERD]
**Behandelaar KG**: [GEANONIMISEERD]
**Datum naar secretaris**: [GEANONIMISEERD]
**Vraag**
Is op leden van de directieraad van een Belgische NV artikel 16 paragraaf 1 of artikel 16 paragraaf 2 van het belastingverdrag Nederland – België van toepassing?
Het onderscheid tussen paragraaf 1 en paragraaf 2 is relevant voor de vraag of artikel 16 paragraaf 1 van het belastingverdrag Nederland – België van toepassing is.
**Antwoord**
De beloning van de leden van de directieraad is op grond van artikel 16 paragraaf 1 van het belastingverdrag in België belastbaar. Nu het bestuurders betreft als vermeld in artikel 16 paragraaf 2 van het belastingverdrag Nederland – België, is artikel 16 paragraaf 2 niet van toepassing.
Een Belgische NV heeft een dualistische bestuursstructuur. Dit houdt in dat het bestuur van de vennootschap wordt waargenomen door een Raad van Toezicht en een Directieraad. De Raad van Toezicht is een collegiaal orgaan dat minstens drie leden telt die natuurlijke of rechtspersonen zijn. Leden van de Raad van Toezicht kunnen niet tevens ook lid zijn van de Directieraad. De Directieraad is een collegiaal orgaan dat minstens drie leden telt die natuurlijke of rechtspersonen zijn. De Directieraad, die benoemd en ontslagen wordt door de Raad van Toezicht, zal als een formeel orgaan van de vennootschap kwalificeren. Leden van de Directieraad kunnen niet tevens ook lid zijn van de Raad van Toezicht. De directieleden mogen hun functie niet in de hoedanigheid van werknemer uitoefenen.
De Belgische NV heeft een vaste inrichting in Nederland.
**Artikel 107 WW**
De directieraad is een collegiaal orgaan dat minstens drie leden telt die natuurlijke of rechtspersonen zijn. Leden van de directieraad kunnen niet tevens ook lid zijn van de Raad van Toezicht. Leden van de directieraad kunnen in deze hoedanigheid niet door een arbeidsovereenkomst met de vennootschap zijn verbonden. De leden van de directieraad worden aangesteld en ontslagen door de Raad van Toezicht.
Een inwoner van Nederland die zelfstandig lid is van de Directieraad van de Belgische NV, is het heffingsrecht over zijn beloning als lid van de Directieraad aan Nederland of aan België toegewezen.
**Belgische Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen artikel 85 – 100**
**Artikel 107 WW**
—
**Artikel 16 Vennootschapsleidingen**
Beloningen die een persoon die inwoner is van een verdragsluitende Staat verkrijgt van een vennootschap die inwoner is van de andere verdragsluitende Staat ter zake van de uitoefening van een opdracht of taak als bestuurder, zaakvoerder, vereffenaar of ter zake van de uitoefening van functies die volgens de wetgeving van die andere Staat als soortgelijke functies worden beschouwd, mogen in die andere Staat worden belast.
Beloningen die een persoon die inwoner is van een verdragsluitende Staat verkrijgt van een vennootschap die inwoner is van de andere verdragsluitende Staat ter zake van de uitoefening buiten het kader van een dienstbetrekking van een leidende werkzaamheid of leidende functie van dagelijks bestuur van commerciële, technische of financiële aard, mogen in die andere Staat worden belast.
Beloningen die een persoon die inwoner is van een verdragsluitende Staat verkrijgt van een vennootschap die inwoner is van de andere verdragsluitende Staat ter zake van de uitoefening buiten het kader van een dienstbetrekking van werkzaamheden andere dan deze vermeld in de paragrafen, mogen in die andere Staat worden belast.
Niettegenstaande de bepalingen van de paragrafen, mogen de aldaar bedoelde beloningen die een persoon verkrijgt ter zake van de uitoefening van die werkzaamheden in een vaste inrichting gevestigd in de andere verdragsluitende Staat dan die waarvan de vennootschap inwoner is en die door deze vaste inrichting worden gedragen, in die andere Staat worden belast.
Artikel 16 is geformuleerd op basis van de Belgische rationale wetgeving met betrekking tot bestuurders. De Belgische rationale fiscale wetgeving kent zowel een formeel als een materieel bestuurdersbegrip, waarbij de uitdrukking bestuurder ruim moet worden opgevat, namelijk als lid van de vennootschapsleiding.
**Artikel 32 WIB 92**
Bezoldigingen van bedrijfsleiders zijn alle beloningen verleend of toegekend aan een natuurlijk persoon die
1° een opdracht als bestuurder, zaakvoerder, vereffenaar of gelijksoortige functies uitoefent
2° in de vennootschap een leidende functie of een leidende werkzaamheid van dagelijks bestuur van commerciële, financiële of technische aard uitoefent buiten een arbeidsovereenkomst.
De kennisgroep IBR IB niet winst LB heeft op 17 december 2015 een standpunt geformuleerd over artikel 16. Samenvattend betekent dit dat onder paragraaf 1 voor België niet alleen de formeel benoemde bestuurders van Belgische vennootschappen vallen, maar ook degenen die de functie in materieel opzicht vervullen. De beoordeling vindt plaats vanuit de optiek van de bronstaat (de staat waar de bestuurde vennootschap is gevestigd).
Paragraaf 2 gaat over leidinggevende werkzaamheden of leidinggevende functies van dagelijks bestuur van technische of commerciële aard. Kortom, een veel meer materiële benadering dan in paragraaf 1. Bovendien gaat het om de uitoefening van de functie buiten dienstbetrekking. In België zijn bestuurders in meer gevallen niet in dienstbetrekking, maar worden beschouwd als ondernemer. Bijvoorbeeld de bedrijfsleiders, voorheen werkende vennoten of zelfstandige interimmanagers. De heffing over beloningen van materiële leiders komt toe aan de staat van vestiging.
Paragraaf 2 maakt inbreuk op de paragraaf 1 indien de werkzaamheden worden verricht ten behoeve van een vaste inrichting. De heffing wordt dan toegewezen aan de staat waar de vaste inrichting is gevestigd.
**Tweede Kamer vergaderjaar 2001 – 2002, 28259 nr. Memorandum van Toelichting 42**
**Artikel 32 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992**
Geef een reactie