AI-samenvatting
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag welke einddatum op een 30 beschikking moet worden vermeld bij een wisseling van werkgever. Het besluit is genomen dat de nieuwe beschikking de oude einddatum moet vermelden, rekening houdend met de verkorting van de looptijd van de 30 bewijsregel.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
**Publicatiedatum:** 8-11-2019
**Geldigheidsperiode:**
**Kennisgroep:** IBR IB niet winst LB
**Categorie:** Wet LB
**Rubriek:** 30 regeling
**Subrubriek:** Niet van toepassing
**Verkorting looptijd 30-regeling: wisseling van werkgever**
**Vraag:**
Welke einddatum moet worden aangegeven op een na 1-1-19 afgegeven 30-beschikking in het kader van een wisseling van werkgever?
**Antwoord:**
De nieuw afgegeven beschikking dient de oude einddatum te vermelden.
**Casus:**
Een werknemer is op 1 januari 2017 begonnen met zijn tewerkstelling bij BV. Er wordt tijdig, binnen maanden na aanvang van de tewerkstelling, een gezamenlijk verzoek voor de toepassing van de bewijsregel ingediend. Op dit verzoek wordt positief beslist met een beschikking met een looptijd van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2024 (volledige jaar maximale looptijd in 2017). Per 1 januari 2019 stapt de werknemer over van BV naar NV. Het betreft een succesvolle wisseling binnen de maandstermijn en tijdig verzoek. De startdatum op de nieuwe beschikking zal 1 januari 2019 zijn. Voor de einddatum zijn er mogelijke opties:
– 31 december 2024: De einddatum van de oorspronkelijke beschikking
– 31 december 2021: De feitelijke einddatum na toepassing van het overgangsrecht
Met ingang van 1 januari 2019 is de maximale looptijd van de 30-bewijsregel verkort met 1 jaar tot een maximum van 5 jaar. Voor bestaande gevallen heeft de wetgever overgangsrecht geïntroduceerd. Op basis van dit overgangsrecht geldt de verkorting voor bestaande gevallen pas per 1 januari 2021; gedurende de jaren 2019 en 2020 wordt de oorspronkelijke looptijd gerespecteerd. De aanvang van de tewerkstelling is leidend voor de vraag of een beschikking met een maximale duur van 8 jaar (voor 2019) of met een maximale duur van 5 jaar (na 2018) moet worden afgegeven. Bij kantoor buitenland komen de eerste verzoeken tot continuering van de bewijsregel bij wisseling van inhoudingsplichtige binnen. Bij deze verzoeken tot continuering is de nieuwe tewerkstelling aangevangen in januari 2019. In dit kader komt de vraag op of bij afgifte van de nieuwe beschikking rekening moet worden gehouden met de huidige wet- en regelgeving 2019.
Na overleg tussen het Ministerie van Financiën, afdeling FJZ, kantoor buitenland en de Kennisgroep is in een memo van 16 mei 2019 de volgende standpunten ingenomen over de vraag welke einddatum formeelrechtelijk op de beschikking 30-bewijsregel voor ingekomen werknemers dient te worden vermeld.
**Eerste verzoek 30-bewijsregel aanvang tewerkstelling voor 1 januari 2019:**
Werknemers die starten met hun tewerkstelling voor 1 januari 2019 maar een beschikking 30-bewijsregel ontvangen na 31 december 2018 hebben tot februari 2019 een beschikking ontvangen met een looptijd van 8 jaar en zijn daarbij tevens geïnformeerd over de verkorting van de looptijd en het overgangsrecht. Vanaf eind februari 2019 worden dergelijke verzoeken aangehouden omdat de vraag is opgekomen of de looptijd op de beschikking op 5 jaar dan wel 8 jaar zou moeten worden gezet. Er is besloten om de beschikking af te geven rekening houdend met de maximale looptijd van 5 jaar. Bij deze beschikking zal een informatiebrief over de verkorting van de looptijd en het overgangsrecht worden gevoegd.
**Voortzetting 30-bewijsregel bij wisseling van inhoudingsplichtige aanvang nieuwe tewerkstelling voor 1 januari 2019:**
Zie het antwoord hierboven. Er is besloten om de beschikking af te geven rekening houdend met de maximale looptijd van 5 jaar. Bij deze beschikking zal een informatiebrief over de verkorting van de looptijd en het overgangsrecht worden gevoegd.
**Voortzetting 30-bewijsregel bij wisseling van inhoudingsplichtige aanvang nieuwe tewerkstelling na 31 december 2018:**
Het overgangsrecht, ook voor het UBLB, loopt tot en met 31 december 2020. Dat betekent dat bij deze werknemers voor wie geldt dat de 30-bewijsregel door de verkorting van de looptijd eindigt in 2019 of in 2020, die regeling blijft doorlopen tot en met 31 december 2020. Daarbij maakt het niet uit dat er een overgang van werkgever is geweest; daarvoor geldt dat de resterende looptijd als bedoeld in artikel 10ed lid UBLB per 1 januari 2019 wordt bepaald op basis van de nieuwe verkorte termijn maar met inachtneming van het overgangsrecht.
**Achterliggende stukken**
**Volledige tekst memo 16 mei 2019 opgesteld door kantoor buitenland afdeling 30-regeling**
**Bezwaren tegen de informatiebrief verkorting looptijd 30-bewijsregel**
**Inleiding:**
Vrijdag 20 april 2018 heeft het kabinet aangekondigd dat het voornemens is om de looptijd van de 30-bewijsregel per 1 januari 2019 te verkorten tot 5 jaar. Hiermee heeft het kabinet een aanbeveling opgevolgd uit de evaluatie van de 30-bewijsregel door Dialogic. Hoewel de verkorting in eerste instantie ook voor bestaande gevallen zou gelden, heeft het kabinet toch voor gedeeltelijk respecterend overgangsrecht geopteerd. Nadat de Tweede Kamer het belastingplan 2019, waar de verkorting van de looptijd van de bewijsregel onderdeel van uitmaakt, op 15 november 2018 had aangenomen, voegde op 18 december 2018 de Eerste Kamer toe. De verkorting van de looptijd van de bewijsregel was op dat moment een feit.
**Massale mailing:**
Op verzoek van het Ministerie van Financiën heeft de Belastingdienst, kantoor Buitenland, een tweetal massale mailingen verstuurd naar alle ten tijde van de mailing bij de Belastingdienst bekende ingekomen werknemers met een nog rechtsgeldige beschikking 30-bewijsregel om hen te informeren over de fiscale gevolgen van de verkorting. De eerste massale mailing heeft in juni 2018 plaatsgevonden. In deze brieven hebben wij zowel werknemer als werkgever geïnformeerd over de destijds nog voorgenomen beslissing van het kabinet om de looptijd van de bewijsregel te verkorten en de fiscale gevolgen hiervan. De tweede massale mailing is eind december 2018 verstuurd, nadat het Parlement het belastingplan 2019 had aangenomen. Met deze brief hebben wij zowel werknemer als werkgever geïnformeerd over het feit dat de verkorting van de looptijd van de bewijsregel door het Parlement is aangenomen. Daarnaast hebben wij in deze brieven het gedeeltelijk respecterend overgangsrecht nader toegelicht.
**Bezwaren tegen de algemeen informerende brief:**
Tegen deze laatste informerende brief hebben verschillende expats massaal bezwaar gemaakt; teller staat op 386 bezwaarschriften. Het merendeel van deze bezwaarschriften betreft een standaardbezwaarschrift dat is opgemaakt door het advocatenkantoor Stibbe op verzoek van The United Expats of the Netherlands. The United Expats of the Netherlands is een stichting die is opgericht door expats in reactie op het voornemen van het kabinet in april 2018 om de looptijd van de bewijsregel te verkorten. De stichting heeft eveneens het advocatenkantoor Stibbe verzocht om een juridische analyse op te stellen over de verkorting van de looptijd van de bewijsregel en het gedeeltelijk respecterend overgangsrecht. Daarnaast hebben een aantal expats een eigen brief opgemaakt waarin zij bezwaar maken tegen de verkorting van de looptijd van de bewijsregel. De Belastingdienst, kantoor Buitenland, heeft dit gesignaleerd aan het Ministerie van Financiën, afdeling FJZ.
**Standpunt Ministerie van Financiën, afdeling FJZ:**
Werknemers die vóór 1 januari 2019 een beschikking 30-bewijsregel voor ingekomen werknemers hebben ontvangen, zijn per brief geïnformeerd over de verkorting van de looptijd en het overgangsrecht. Een deel van hen heeft bezwaar gemaakt tegen deze brief. De vraag is of de brief een voor bezwaar vatbare beschikking is. Dit is niet het geval. De brief heeft, gezien de bewoordingen, een puur voorlichtend karakter. De bezwaren tegen de brief zijn kennelijk niet ontvankelijk. Floren is dan niet nodig. Bij deze memo is een concept niet-ontvankelijkheidsverklaring gevoegd om binnen de vaktechnische lijn te verspreiden. Deze brief is goedgekeurd door onze lokale specialisten formeel recht.
**Formele einddatum op de beschikking 30-bewijsregel:**
Het Ministerie van Financiën, afdeling FJZ, heeft eveneens een standpunt ingenomen welke einddatum formeelrechtelijk op de beschikking 30-bewijsregel voor ingekomen werknemers dient te worden vermeld in de volgende situaties.
**Eerste verzoek 30-bewijsregel aanvang tewerkstelling voor 1 januari 2019:**
Werknemers die starten met hun tewerkstelling voor 1 januari 2019 maar een beschikking 30-bewijsregel ontvangen na 31 december 2018 hebben tot februari 2019 een beschikking ontvangen met een looptijd van 8 jaar en zijn daarbij tevens geïnformeerd over de verkorting van de looptijd en het overgangsrecht. Vanaf eind februari 2019 worden dergelijke verzoeken aangehouden omdat de vraag is opgekomen of de looptijd op de beschikking op 5 jaar dan wel 8 jaar zou moeten worden gezet. Er is besloten om de beschikking af te geven rekening houdend met de maximale looptijd van 5 jaar. Bij deze beschikking zal een informatiebrief over de verkorting van de looptijd en het overgangsrecht worden gevoegd.
**Voortzetting 30-bewijsregel bij wisseling van inhoudingsplichtige aanvang nieuwe tewerkstelling voor 1 januari 2019:**
Zie het antwoord hierboven. Er is besloten om de beschikking af te geven rekening houdend met de maximale looptijd van 5 jaar. Bij deze beschikking zal een informatiebrief over de verkorting van de looptijd en het overgangsrecht worden gevoegd.
**Voortzetting 30-bewijsregel bij wisseling van inhoudingsplichtige aanvang nieuwe tewerkstelling na 31 december 2018:**
Het overgangsrecht, ook voor het UBLB, loopt tot en met 31 december 2020. Dat betekent dat bij deze werknemers voor wie geldt dat de 30-bewijsregel door de verkorting van de looptijd eindigt in 2019 of in 2020, die regeling blijft doorlopen tot en met 31 december 2020. Daarbij maakt het niet uit dat er een overgang van werkgever is geweest; daarvoor geldt dat de resterende looptijd als bedoeld in artikel 10ed lid UBLB per 1 januari 2019 wordt bepaald op basis van de nieuwe verkorte termijn maar met inachtneming van het overgangsrecht.
Geef een reactie