1770292

AI-samenvatting

Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of een promotiestudent die in Nederland studeert en daarna in dienst treedt, recht heeft op een vergoeding voor extra territoriale kosten. De ruling concludeert dat dit alleen mogelijk is als de student op het moment van indiensttreding vanuit het buitenland komt.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

**Publicatiedatum**
12 04 2018

**Geldigheidsperiode**
**Kennisgroep**
IBR IB niet winst LB

**Categorie**
Wet LB

**Rubriek**
30 regeling

**Sub rubriek**
Niet van toepassing

**Gerelateerde wet en regelgeving**
ET kosten student die gaat promoveren en werknemer wordt

**Vraag**
Een buitenlandse student studeert in Nederland en gaat daarna in Nederland promoveren. Gedurende de promotie krijgt de student een beurs of vergoeding waardoor de promotiestudent werknemer wordt. Kan aan de promotiestudent een vergoeding voor extra territoriale kosten art 31a tweede lid ond Wet LB worden gegeven? NB De vraag is van belang om te komen tot afspraken met universiteiten over vaste kostenvergoedingen voor extra kosten levensonderhoud voor buitenlandse bursalen en buitenlandse promotiestudenten.

**Antwoord**
Om een voormalige student van een Nederlandse universiteit als promotiestudent of bursaal een ET kosten vergoeding te kunnen geven, is onder meer van belang dat de betrokkene op het moment dat hij werknemer wordt vanuit het buitenland in dienstbetrekking is genomen. Daarvan is alleen sprake als de student voor het worden van werknemer niet in Nederland woonde. Voor de toepassing van de 30 regeling voor ingekomen werknemers gelden aanvullende voorwaarden.

**Kernvraag**
De casus betreft een student die studeert in Nederland en na zijn afstuderen in Nederland bij de universiteit als promotiestudent of bursaal werknemer wordt. Omdat hij voor de aanvang van de studie uit het buitenland afkomstig is, willen de universiteiten de betrokkenen een ET kosten vergoeding geven. De stelling van de universiteiten lijkt te zijn dat als je eenmaal uit het buitenland afkomstig bent en naar Nederland komt en dan werknemer wordt, op welk moment dan ook ET kosten vergoed kunnen worden. In ieder geval kan niet onbeperkt de ET kosten vergoeding gegeven worden. Een beperking in de tijd is te vinden in antwoord 10 in het besluit van 23 augustus 2013. In dat antwoord staat: "Het is echter in het algemeen niet aannemelijk dat na verloop van 10 jaar nog sprake is van tijdelijk verblijf of van extra kosten die met een dergelijk verblijf verband houden." Contrario zou je hieruit af kunnen leiden dat tot 10 jaar altijd sprake is van tijdelijk verblijf of extra kosten. In deze is echter de vraag of bij het begin van het werknemerschap de ET kosten vergoeding kan worden gegeven. Mij lijkt dat de tekst van art 31a lid ond Wet LB dan beslissend is.

In het UBLB zijn wel bepalingen opgenomen voor ingekomen werknemers; dat is echter een specifieke groep van uit het buitenland afkomstige werknemers. Wellicht biedt die lagere regelgeving UBLB wel inzicht in hetgeen de lagere regelgever bedoeld heeft in art 31a Wet LB, maar kan niet beslissend zijn.

De vragen die voor de gestelde vraag relevant zijn, zijn dan:
1. Is sprake van tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst?
2. Wordt men vanuit het buitenland in dienstbetrekking genomen?

**Ad 1. Is sprake van tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst?**
Voor ingekomen werknemers is beslist dat bij aanvang van de dienstbetrekking niet beoordeeld wordt of men tijdelijk naar Nederland komt. Ook als men zich permanent wil vestigen in Nederland, wordt men aangemerkt als ingekomen werknemer (antwoord in het besluit van 21 oktober 2005). Voor de niet ingekomen werknemer in de zin van het UBLB kan dan niet meer gesteld worden dat bij permanente vestiging in Nederland geen ET kosten vergoed kunnen worden. Daarmee lijkt vraag voor de onderhavige vraag niet meer relevant.

**Ad 2. Wordt men vanuit het buitenland in Nederland in dienstbetrekking genomen?**
Of een werknemer vanuit het buitenland in dienstbetrekking is genomen bij de inhoudingsplichtige is in de jurisprudentie aan de orde geweest. De Hoge Raad concludeerde op 24 oktober 2008 (ECLI NL HR 2008 BD3167) dat ter beantwoording van de vraag of belanghebbende door PTC uit een ander land is aangeworven, het Hof diende te beoordelen of PTC met belanghebbende een arbeidsovereenkomst is aangegaan op een moment waarop belanghebbende haar woonplaats buiten Nederland had en niet anders dan in situaties als opleiding of stage in Nederland werkzaam was. Uit dit arrest van de Hoge Raad blijkt dat de woonplaats relevant is. Dit zou betekenen dat relevant wordt of de student die in Nederland aanwezig is in Nederland woont. De tweede voorwaarde is dat men niet anders in Nederland werkzaam was dan als opleiding of stage. Gezien de bewoordingen van de Hoge Raad lijkt mij dat dit arrest ook van toepassing is voor de uitleg van art 31a Wet LB. Immers, de terminologie "uit een ander land aangeworven" en "vanuit het buitenland aangeworven" lijkt me identiek.

In art 10 lid UBLB is een uitzondering gemaakt op de hoofdregel dat wonen of werken in Nederland prohibitief is voor toepassing van de ET kosten vergoeding. Ook uit HR 16 September 2001 nr 10 02528 valt af te leiden dat werken in Nederland prohibitief is. Het betrof een inwoonster van België die korte tijd als ondernemer werkte en toen in dienstbetrekking ging werken. Uit dit arrest is in ieder geval af te leiden dat de algemene stelling van de universiteiten niet juist is. Het is dus niet zo dat als je eenmaal uit het buitenland afkomstig bent en naar Nederland komt en dan werknemer wordt, op welk moment dan ook ET kosten vergoed kunnen worden.

**Conclusie**
Om een voormalige student van een Nederlandse universiteit als promotiestudent of bursaal een ET kosten vergoeding te kunnen geven, is onder meer van belang dat de betrokkene op het moment dat hij werknemer wordt vanuit het buitenland in dienstbetrekking is genomen. Daarvan is alleen sprake als de student voor het worden van werknemer niet in Nederland woonde. Voor de toepassing van de 30 regeling voor ingekomen werknemers gelden aanvullende voorwaarden.

**Praktische gevolgen**
Het bovenstaande standpunt is voor de universiteit niet zo eenvoudig uitvoerbaar. Men zal immers de woonplaats van de werknemer moeten weten over de periode dat hij nog gewoon student was.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *