AI-samenvatting
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of het nieuwe OESO Commentaar gevolgd moet worden bij de belastingheffing van een ontslagvergoeding die in 2016 is genoten. De ruling concludeert dat de nieuwe regels van toepassing zijn, waardoor de toewijzingsregels uit eerdere arresten niet gelden.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
**Kennisgroep IBR IB niet winst LB formulier vragenregistratie**
**Onderwerp:** Verdeling heffingsrecht niet doorbelaste internationale ontslagvergoeding
**Datum ontvangst KG:** 30 januari 2018
**Naam / net vraagsteller:** [GEANONIMISEERD]
**Behandelaar KG:** [GEANONIMISEERD]
**Datum naar secretaris:** 13 april 2018
**Casusomschrijving**
[GEANONIMISEERD] heeft de Franse nationaliteit en is uitgezonden van Frankrijk naar Nederland van oktober 2010 tot 20 augustus 2016. In 2015 en 2016 was het inkomen volledig aan belastingheffing in Nederland onderworpen. In het kader van de uitzending is er tussen Frankrijk en [GEANONIMISEERD] een uitzendcontract opgesteld op basis van een netto salarisovereenkomst. Deze netto salarisovereenkomst hield in dat [GEANONIMISEERD] niet meer of minder belasting zou betalen gedurende de uitzending in Nederland dan hij zou hebben betaald indien hij niet zou zijn uitgezonden. Als gevolg hiervan is er middels de Franse salarisadministratie een hypothetische Franse belasting ingehouden en kwam de Nederlandse belasting volledig voor rekening van Nederland. In het kader van deze uitzending is aan de 30-regeling toegekend. Op 20 augustus 2016 is zijn uitzendovereenkomst beëindigd en is [GEANONIMISEERD] met zijn gezin weer terug naar Frankrijk verhuisd. Vanaf deze datum kwalificeert hij weer als niet-inwoner van Nederland. Van 20 augustus 2016 tot en met september 2016 heeft [GEANONIMISEERD] vakantiedagen opgenomen. Vanaf september 2016 tot 20 november 2016 was hij met garden leave. Op 20 november 2016 is zijn dienstbetrekking formeel beëindigd en heeft hij een eindafrekening ontvangen. Deze eindafrekening is onder andere bepaald op basis van zijn arbeidsperiode, leeftijd, salarisniveau en impact van het ontslag op zijn verdere carrière. De eindafrekening is volledig door Frankrijk uitbetaald, niet gecommuniceerd met Nederland, noch doorbelast naar Nederland. De ontvangen bedragen in het kader van de beëindiging van de dienstbetrekking zijn in de Franse inkomstenbelastingheffing betrokken.
**Vraagstelling**
Dient in de bovenstaande casus het nieuwe OESO Commentaar en de uitleg die hieraan gegeven wordt in het Besluit van 23 april 2015 erkend gevolgd te worden, of heeft de inspecteur de vrijheid de relevante feiten en omstandigheden zelfstandig te toetsen, mogelijk resulterend in het toepassen van de toewijzingsregels zoals volgend uit de arresten uit 2004? In de casus is sprake van een ontslagvergoeding die in 2016 genoten is. Het besluit van 23 april 2015 nr DGB 2015 584M geeft aan dat op deze ontslagvergoeding de regels uit het nieuwe commentaar worden toegepast. Dit betekent dat de toewijzingsregels uit de arresten uit 2004 geen toepassing vinden.
**Beslissing**
Het besluit van 23 april 2015 nr DGB 2015 584M, hierna het besluit, geeft voor de belastingheffing over ontslaguitkeringen uitsluitsel hoe rekening moet worden gehouden met de wijzigingen in het OESO commentaar. Voor ontslaguitkeringen genoten met ingang van 15 juli 2014 geldt het nieuwe OESO commentaar. In de casus is sprake van een ontslagvergoeding die in 2016 genoten is. Op deze ontslagvergoeding moeten de regels uit het nieuwe commentaar worden toegepast. Dit betekent dat de toewijzingsregels uit de arresten uit 2004 geen toepassing vinden. Het OESO commentaar onderkent veel verschillende deeluitkeringen die in een beëindigingsvergoeding begrepen kunnen zitten. Dit betekent dat de beëindigingsvergoeding gesplitst moet worden naar de verschillende deeluitkeringen. Bij een algemene ontslagvergoeding die een werkgever wettelijk of contractueel verplicht is te betalen bij ontslag, waarvan de berekening ook ziet op het arbeidsverleden, moet als algemene regel de heffing gebaseerd worden op de verdeling van de heffingsrechten gedurende de laatste 12 maanden. Of de beloning ten laste is gekomen van een werkgever in de werkstad is daarbij niet van belang. Voorgaande betekent dat afhankelijk van hoe de onderbouwing is van de ontslaguitkering in dit geval de algemene regel wel of niet kan worden toegepast op de verschillende deeluitkeringen. Volgens het besluit toetst de inspecteur in geval vaststaat dat sprake is van een algemene ontslagvergoeding niet of specifieke omstandigheden aanwezig zijn die een toerekening afwijkend van de 12-maandsperiode rechtvaardigen. Het gegeven dat Frankrijk alles geregeld heeft is dan ook niet relevant. Dit kan uiteraard anders zijn als de ontslagvergoeding een deeluitkering bevat die niet onder een van de categorieën in het OESO commentaar valt. Mocht de vergoeding bijvoorbeeld in het bijzonder zijn vastgesteld met het oog op de toekomst, waarvoor ook een berekeningswijze zou zijn toegepast, is de toerekening mogelijk ook anders. Denk maar aan de redenering voor overbrugging naar pensioen. Misschien is zoiets denkbaar voor overbrugging naar een nieuwe functie, maar dat zal dan concreet uit de onderbouwing van de vergoeding moeten blijken. In zoverre zal de inspecteur de relevante feiten en omstandigheden moeten toetsen.
**Referenties**
HR 11 juni 2004 nrs 37 714 ECLI NL HR 2004 AF7812 en 38 112 ECLI HR 2004 AF7816
Onderdeel besluit 2014 OESO commentaar paragraaf 16
Geef een reactie