1770280

AI-samenvatting

In deze belastinguitspraak wordt de toepassing van de verrekeningsmethode voor een in België wonende bestuurder met aandelenopties besproken. Het Ministerie concludeert dat het niet toepassen van de vrijstellingsmethode goed verdedigbaar is, en pleit voor de toepassing van de verrekeningsmethode conform verdragsrechtelijke uitgangspunten.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

**Publicatiedatum**
08 2018

**Geldigheidsperiode**
Kennisgroep
IBR IB niet winst LB

**Categorie**
Besluit voorkoming dubbele belasting

**Rubriek**
Niet van toepassing

**Subrubriek**
Niet van toepassing

**Gerelateerde wet en regelgeving**
Vrijstellingen of verrekeningsmethode voordelen uit aandelenopties bestuurder Belgische vennootschap

**Vraag**
In de kennisgroepvergadering van 31 oktober 2017 is een casus aan de orde gekomen inzake een in België wonende bestuurder die aandelenopties heeft. Hij wordt in België op dezelfde wijze belast als een werknemer. Dus in beginsel kan de evenredigheidsmethode van toepassing zijn zoals beschreven in het besluit van 18 juli 2008. Echter, België belast opties op het moment van toekennen en zeker in deze casus per saldo voor een heel veel lagere waarde dan belast zou zijn op het moment van uitoefenen. De jurisprudentie in casus als deze kan verschillend worden uitgelegd.

**Antwoord**
Uiteindelijk is er dan toch duidelijkheid gekomen over de visie die het Ministerie aanhangt. Het Ministerie acht het niet toepassen van de vrijstellingsmethode goed verdedigbaar. Dat zou inhouden dat we de verrekeningsmethode in deze casus toepassen conform het verdragsrechtelijk uitgangspunt. Bij een procedure zal het Ministerie dit standpunt ook onderschrijven. Hieronder de visie van het Ministerie FJZ, voormalig DGbel en IZ internationale zaken, onderdeel van DGFZ.

Onze indruk is dat er naar de ratio van de goedkeuring het nodige voor te zeggen is om vrijstelling te geven, hoewel België maar zeer beperkt heft en dit dus tot een omvangrijke dubbele niet-heffing zou leiden. Maar op basis van de tekst van het besluit en de jurisprudentie van de HR vinden wij de stelling dat Nederland kan bijheffen verrekening ook zeer goed verdedigbaar. In elk geval voor het deel dat in België niet in de heffing is betrokken. Wat ons betreft zou de inspecteur dit standpunt kunnen innemen, waarbij er dan waarschijnlijk een procedure van gaat komen. Omdat dit ook IZV-terrein is, hebben we hen gevraagd of zij hier nog beleidsmatige gedachten bij hebben. IZV ziet ook de spanning tussen ratio en tekst, maar heeft voorkeur voor het in deze casus verrekenen.

IZ is sterk voorstander om in deze casus te verrekenen. Zoals besproken kan argumentatie zijn dat niet voldaan wordt aan een van de voorwaarden uit het beleidsbesluit van 18 juli 2008 voor vrijstelling, omdat het verschil tussen de waarde van de aandelenopties bij uitoefening en toekenning niet daadwerkelijk in de grondslag voor belastingheffing wordt betrokken. Over een vergelijkbare zaak in relatie met de VS is in 2013 geprocedeerd, waarbij de insteek ook was om verrekening toe te passen en waarin de HR Financiën gelijk gaf. De zaak die nu voorligt en waarin ca. 10 miljoen onbelast blijft, geeft dus geen aanleiding tot een andere insteek dan in 2013. Theoretisch zijn er, zoals besproken, ook goede argumenten voor het uitgangspunt van vrijstelling vanuit de gedachte om bestuurders hetzelfde te behandelen als werknemers bij de voorkomingssystematiek. In het beleidsbesluit van juli 2008 wordt echter de voorwaarde gesteld dat de toepassing van de vrijstellingsmethode alleen zal worden toegestaan in zoverre door de belastingplichtige wordt aangetoond dat de directeuren- en commissarissenbeloningen in de andere verdragsluitende staat in de belastingheffing zijn betrokken. Aan deze voorwaarde wordt niet voldaan voor het verschil tussen de waarde bij uitoefening en toekenning van de aandelenoptie. Daardoor wordt niet toegekomen aan de tweede voorwaarde dat in zoverre bestuurdersbeloningen in de belastingheffing worden betrokken, moet worden bezien of deze niet in begunstigende zin afwijkt van de belastingheffing van arbeidsinkomsten van buitenlandse werknemers die in die staat werkzaamheden verrichten.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *