AI-samenvatting
Deze belastinguitspraak behandelt de kwalificatie van een wachtgelduitkering van een burgerambtenaar bij Defensie in relatie tot het belastingverdrag met Frankrijk. De uitspraak concludeert dat het heffingsrecht voor deze uitkering aan Nederland toekomt op basis van artikel 19 van het verdrag.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
**Kennisgroep IBR IB niet winst LB formulier vragenregistratie**
**Onderwerp:** Verdragstoepassing wachtgelduitkering
**Datum ontvangst KG:** 17-12-2018
**Naam ktr vraagsteller:** 2e
**Behandelaar KG:**
**Datum naar secretaris:**
**Vraag:**
Belastingplichtige is in april 2009 werkzaam als burgerambtenaar defensie. Op datum ontslag was hij 53 jaar. Uit fig blijkt dat hij vanaf mei 2017 wachtgelduitkering krijgt. Tot januari 2015 uitgekeerd door KPMG en daarna door WWplus uitkeringen. De uitkering bedraagt € 38.718 op jaarbasis. Belastingplichtige emigreert in maart 2017 naar Frankrijk.
[GEANONIMISEERD]
Onder welk artikel van het verdrag met Frankrijk valt de wachtgelduitkering en hoe kwalificeert een wachtgelduitkering in het algemeen bij verdragstoepassing?
**Pre-advies:**
Belastingplichtige was ambtenaar, werknemer van de Staat, dus aan artikel 15 niet zelfstandige arbeid kom ik naar mijn mening niet toe. Als het loon van de Staat betreft, is artikel 19 van toepassing. Artikel 18 pensioen is naar mijn mening niet van toepassing omdat het wachtgeld doorbetaling van loon niet kwalificeert als een pensioen, ook mede gelet op de leeftijd van belastingplichtige op moment van ontslag. Artikel 19 overheidsfuncties is voor wat betreft pensioen naar mijn mening niet van toepassing, zie mijn visie bij artikel 18 omdat het niet is te kwalificeren als pensioen. Of het wachtgeld is te kwalificeren als beloning ter zake van diensten bewezen aan die Staat als bedoeld in artikel 19 is mij onduidelijk. WWplus uitkeringen BV is een private instelling en uitvoerder in de sociale zekerheid. Is het wachtgeld daarmee voor verdragstoepassing een sociale verzekering? Zo ja, dan is de wachtgelduitkering naar mijn mening op basis van artikel 22 van het belastingverdrag met Frankrijk in Frankrijk belast, omdat een regeling met betrekking tot sociale verzekeringen ontbreekt in het Belastingverdrag met Frankrijk. Is het wachtgeld geen sociale verzekering bij verdragstoepassing en komt het wachtgeld ten laste van de Staat, de werkgever, dan zou het wachtgeld mogelijk als beloning ter zake van diensten bewezen aan die Staat kunnen kwalificeren naar analogie van de stamrechtjurisprudentie, dit ongeacht het feit dat de uitkeerder een private instelling is. Artikel 22 overige inkomsten is eventueel van toepassing als er dus sprake is van een sociale verzekering en tevens als het wachtgeld om een andere reden niet is te kwalificeren als beloning ter zake van diensten bewezen aan die Staat bedoeld in artikel 19.
De wachtgelduitkering valt onder artikel 19 van het Verdrag met Frankrijk, waardoor het heffingsrecht aan Nederland toekomt.
**Verdragstoepassing:**
Belastingplichtige was een burgerambtenaar bij Defensie en is op 53-jarige leeftijd ontslag verleend omdat het zowel in het interne als externe herplaatsingsonderzoek niet lukte om een andere betrekking te vinden. Het betreft met die reden een ontslag als bedoeld in artikel 116 lid onder Burgerlijke ambtenarenreglement Defensie. Het Sociaal Beleidskader Defensie is dan van toepassing. Op basis van dat Beleidskader heeft belastingplichtige de wachtgelduitkering kunnen aanvragen. Aangezien belastingplichtige inmiddels ouder is dan 55 jaar, heeft hij geen sollicitatieplicht meer. Gelet op het voorgaande gaat het hier om een wachtgelduitkering die is toegekend in verband met een overtolligheidsontslag en niet in verband met ziekte. De wachtgelduitkering in het onderhevige geval lijkt dan ook op een WW-uitkering. Verschil met een WW-uitkering is echter dat deze wachtgelduitkering niet openstaat voor alle werknemers die ontslagen worden. Het betreft nu immers een uitkering doorbetaling die specifiek aan belastingplichtige wordt toegekend op grond van het Sociaal Beleidskader Defensie en niet op grond van het algemene sociale zekerheidsstelsel.
Nu het niet gaat om een uitkering op grond van het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel, komt het besluit van IFZ van oktober 1996 niet in beeld. Omdat de uitkering wel is gebaseerd op het Sociaal Beleidskader Defensie, bestaat er een zeer nauwe samenhang tussen de wachtgelduitkering en de vroegere aanstelling van belastingplichtige als ambtenaar bij Defensie. Anders gezegd, de wachtgelduitkering houdt direct verband met deze vroegere aanstelling van belastingplichtige. De wachtgelden kunnen dan ook worden gezien als een tegemoetkoming voor de diensten die belastingplichtige in Nederlandse overheidsdienst heeft verricht.
De bepaling voor overheidsdienaren in het verdrag met Frankrijk is dan van toepassing.
**Artikel 19:**
Beloningen, daaronder begrepen pensioenen, door een van de Staten of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam of een publiekrechtelijke instelling daarvan, hetzij rechtstreeks, hetzij uit door hen in het leven geroepen fondsen, betaald aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten bewezen aan die Staat of aan dat onderdeel of dat plaatselijke publiekrechtelijke lichaam of aan die publiekrechtelijke instelling in de uitoefening van overheidsfuncties, mogen in die Staat worden belast.
Omdat art. 19 van het Verdrag ziet op zowel beloningen ter zake van overheidsdiensten als pensioenen ter zake van overheidsdiensten, is voor de verdeling van het heffingsrecht niet meer relevant of de wachtgelduitkering al dan niet kwalificeert als pensioen. Het heffingsrecht komt immers onder beide scenario's toe aan de Staat waarvoor de overheidsdiensten zijn verricht en daarvoor beloning betaalt, in dit geval Nederland.
Art. 19 van het Verdrag roept wel nog een aanvullende vraag op. Belastingplichtige ontvangt de wachtgelden namelijk van het private WW plus, terwijl het verdrag spreekt over een rechtstreekse betaling door de overheid dan wel uit door hen, lees de overheid, in het leven geroepen fondsen. WW Plus kan echter onder dat laatste door de overheid in het leven geroepen fondsen worden geschaard. Art. 19 van het Verdrag lijkt met "door hen in het leven geroepen fondsen" namelijk op het in het tweede lid van artikel 19 OESO Modelverdrag genoemde "out of funds created by". Punt van het OESO commentaar bij artikel 19 van het OESO Modelverdrag zegt vervolgens over "out of funds created by": "The phrase would cover payments from privately administered fund established for the government body." Ook al ziet dit punt van het commentaar op de pensioenparagraaf van artikel 19 OESO Modelverdrag en refereert het uitsluitend aan pensioenen, het commentaar doelt er vooral op dat met overheidsgeld gefinancierde uitkeringen die door een particuliere derde gedaan worden, ook onder de uitdrukking "out of funds created by" geschaard kunnen worden. Aangezien art. 19 van het Verdrag met "door hen in het leven geroepen fondsen" voor alle beloningen, inclusief pensioenen, een met "out of funds created by" vergelijkbare uitdrukking hanteert, kan verdedigd worden dat de toelichting uit het commentaar ook opgaat voor alle onder art. 19 van het Verdrag vallende beloningen. Het is alsdan ook niet relevant of de wachtgelduitkering als pensioen kwalificeert.
Op basis van informatie van de vraagsteller is er geen discussie op het punt dat de wachtgelduitkering geen toeslag op een WW-uitkering van het UWV is. Belastingplichtige heeft namelijk nooit een uitkering van het UWV genoten. De wachtgelduitkering is volledig gebaseerd op het Beleidskader van Defensie. Met verwijzing naar informatie van de vraagsteller is er ook geen discussie over de vraag of er al dan niet sprake was van een overtolligheidsontslag. Deze kwalificatie van het ontslag wordt namelijk ook gehanteerd in de ontslagbrief die belastingplichtige heeft ontvangen.
Geef een reactie