AI-samenvatting
Deze belastinguitspraak behandelt de toepassing van de algemene heffingskorting voor inwoners van België na 1 januari 2019. Het besluit van 20 april 2010 bevestigt dat het belastingdeel van de algemene heffingskorting volledig kan worden toegepast in de loonbelasting, ondanks wijzigingen in de wetgeving.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
**Onderwerp**: Toepassing algemene heffingskorting in loonbelasting inwoner België
**Datum ontvangst KG**: 27 november 2017
**Naam ktr vraagsteller**: [GEANONIMISEERD]
**Behandelaar KG**: [GEANONIMISEERD]
**Datum naar secretaris**: 27 november 2017
**Vraag**
Kan een inhoudingsplichtige ook na januari 2019 het belastingdeel van de algemene heffingskorting in de loonbelasting volledig toepassen bij een inwoner van België?
**Antwoord**
Ja. Op grond van de non-discriminatiebepaling in het verdrag met België en het besluit van 20 april 2010 (DGB2010 568M) kan het belastingdeel van de algemene heffingskorting volledig worden toegepast in de loonbelasting. Het belastingverdrag werkt door in de toepassing van de nationale wetgeving.
Met ingang van januari 2019 wordt wetsvoorstel OFM 2018 art. 20 Wet LB aangepast. Een niet-inwoner heeft dan geen recht meer op de belastingdelen van heffingskortingen, de arbeidskorting. Alleen nog via de IB kan dan het belastingdeel van de heffingskorting worden verzilverd.
In het besluit van 20 april 2010 (DGB2010 568M) is geregeld dat een inwoner van België op grond van de non-discriminatiebepaling voor de inkomstenbelasting recht heeft op het belastingdeel van de algemene heffingskorting. Volgens de tekst van de non-discriminatiebepaling (art. 26 par. in het belastingverdrag) bestaat slechts pro rata recht, maar in het besluit is goedgekeurd dat de algemene heffingskorting volledig wordt verleend. Formeel ziet dit besluit alleen op de toepassing van de Wet IB.
Op grond van het Europese recht bestaat recht op de arbeidskorting en de werkbonus. De werkbonus zal per januari 2018 vervallen. Op grond van het belastingverdrag bestaat derhalve recht op het pro rata deel van het belastingdeel van de algemene heffingskorting. Op grond van het besluit van 20 april 2010 bestaat recht op het volledige belastingdeel van de algemene heffingskorting voor de inkomstenbelasting.
Theoretisch is het verklaarbaar dat de loonbelasting hier niet genoemd wordt, omdat op grond van de huidige wetgeving altijd recht bestaat op het belastingdeel van de heffingskorting als sprake is van een werknemer in de zin van de Wet LB. Het is dus logisch om het besluit van 20 april 2010 vanaf januari 2019 op dit punt te herzien.
Als algemeen uitgangspunt geldt dat een belastingverdrag altijd direct toegepast kan worden door een inhoudingsplichtige bij de toepassing van de nationale wetgeving, zoals in dit geval de Wet LB. Dus kan de inhoudingsplichtige bij een inwoner van België het volledige belastingdeel van de algemene heffingskorting toepassen. Uiteraard kan dat maar bij een inhoudingsplichtige toegepast worden per werknemer.
Geef een reactie