AI-samenvatting
In deze belastinguitspraak wordt bevestigd dat de stamrechtuitkering van een inwoner van België, die in Nederland fiscaal gefaciliteerd is opgebouwd, onder bepaalde voorwaarden in Nederland belast kan worden. De ruling verduidelijkt dat bij de beoordeling van de €25000 grens ook de afkoopsom van de lijfrentepolis in aanmerking moet worden genomen.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
**Onderwerp:** Pensioenartikel België € 25.000-grens
**Datum ontvangst KG:** 27 november 2017
**Naam ktr vraagsteller:** 2e
**Behandelaar:** KG
**Datum naar secretaris:** 27 november 2017
**Vraag**
Belanghebbende is inwoner van België. Hij koopt in 2014 zijn Nederlandse lijfrentepolis met een waarde van [GEANONIMISEERD] voor ingangsdatum af. Daarnaast ontvangt belanghebbende onder meer een jaarlijkse stamrechtuitkering van [GEANONIMISEERD] uit eigen stamrecht. De vraag is of de stamrechtuitkering op grond van artikel 18, paragraaf … van het belastingverdrag tussen Nederland en België in Nederland mag worden belast, meer specifiek of voor de € 25.000-grens rekening mag worden gehouden met de afkoopsom die op grond van paragraaf … in Nederland mag worden belast.
Ja. Op grond van artikel 18, paragraaf … laatste volzin van het belastingverdrag tussen Nederland en België mag bronstaatheffing plaatsvinden indien het totale brutobedrag van de inkomstenbestanddelen die ingevolge paragraaf … sub … en voor bronstaatheffing in aanmerking komen in het kalenderjaar een bedrag van € 25.000 te boven gaat. Het totale brutobedrag van de inkomstenbestanddelen die naar de letter van paragraaf … sub … en voor bronstaatheffing in aanmerking komen omvat zowel de afkoopsom als de stamrechtuitkering. Beide inkomsten zijn in Nederland immers fiscaal gefaciliteerd opgebouwd en worden in België niet regulier in de belastingheffing betrokken. Uit de systematiek van de verdragsbepaling volgt dat eerst paragraaf … moet worden toegepast alvorens men toekomt aan paragraaf … .
**Feiten**
Belanghebbende is inwoner van België. Hij koopt in 2014 zijn Nederlandse lijfrentepolis voor [GEANONIMISEERD] af. De afkoop van deze in Nederland gefaciliteerd opgebouwde aanspraak heeft plaatsgevonden voor de lijfrente-ingangsdatum. Het heffingsrecht over deze afkoopsom komt om die reden op grond van artikel 18, paragraaf … van het belastingverdrag tussen Nederland en België toe aan Nederland. Belanghebbende bezit daarnaast aandelen in een stamrecht waaruit hij sinds 2011 jaarlijks een stamrechtuitkering van [GEANONIMISEERD] ontvangt.
Dit stamrecht is door belanghebbende in juli 2010 verkregen bij beëindiging van zijn dienstverband met zijn Nederlandse werkgever. Belanghebbende heeft in maart 2012 de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Het stamrecht is in overwegende mate erop afgestemd en strekt er toe te voorzien in het levensonderhoud vanaf de datum van beëindiging van dienstverband en het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Voor toepassing van het belastingverdrag tussen Nederland en België kan de stamrechtuitkering derhalve onder artikel 18 pensioenartikel worden gerangschikt.
Zowel de stamrechtuitkering als de afkoopsom worden in België ingevolge artikel 17 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 als inkomsten van kapitalen en roerende goederen niet tegen het algemeen van toepassing zijnde tarief voor inkomsten verkregen uit niet zelfstandige beroepen belast.
**Relevante regelgeving**
**Nationaal recht**
Belanghebbende is als inwoner van België in Nederland belastingplichtig voor zover hij Nederlands inkomen geniet zoals bedoeld in hoofdstuk … van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna IB 2001). De stamrechtuitkering behoort in gevolge artikel … lid … onderdeel … IB 2001 tot het belastbaar inkomen uit werk en woning in Nederland. Belanghebbende is ter zake van de stamrechtuitkering derhalve belastingplichtig mits Nederland het heffingsrecht op basis van het belastingverdrag met België kan effectueren.
**Belastingverdrag**
In artikel 18 van het belastingverdrag tussen Nederland en België is bepaald welk land ter zake van de stamrechtuitkering mag heffen. Hoofdregel is dat het woonland ingevolge artikel 18, paragraaf … onderdeel … van het belastingverdrag heffingsbevoegd is. Op basis van paragraaf … kan echter bronstaatheffing aan de orde komen. De tekst van paragraaf … luidt als volgt:
"Niettegenstaande het bepaalde in paragraaf … mag een daar bedoeld inkomstenbestanddeel ook worden belast in de verdragsluitende Staat waaruit dit inkomstenbestanddeel afkomstig is overeenkomstig de wetgeving van die Staat indien en voor zover…"
In casu ligt de vraag voor of Nederland het heffingsrecht volledig kan effectueren zonder verminderingen in gevolge het besluit van de staatssecretaris van Financiën van 22 juni 2006 nr. CPP2006/1404M Stcrt nr. 128 betreffende de regeling tussen de bevoegde autoriteiten van Nederland en België inzake grensoverschrijdende ontslaguitkeringen.
Het stamrecht kwalificeert in casu als overbruggingspensioen en valt om die reden onder toepassing van het pensioenartikel.
**Conclusie**
Uit de grammaticale uitleg van artikel 18, paragraaf … van het belastingverdrag tussen Nederland en België volgt dat voor toetsing van de € 25.000-grens alle inkomstenbestanddelen die op grond van paragraaf … sub … en voor bronstaatheffing in aanmerking komen moeten worden samengeteld. In casu mag derhalve rekening worden gehouden met de afkoopsom van de lijfrentepolis. Het heffingsrecht over de stamrechtuitkering komt om die reden toe aan Nederland. Dat deze uitkomst mogelijk niet geheel in lijn is met hetgeen door beide verdragsluitende Staten is beoogd, kan als knelpunt worden aangemerkt.
Geef een reactie