AI-samenvatting
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of een inwoner van Nederland die emigreert naar de VS en gebruikmaakt van een Amerikaanse pensioenregeling, onderworpen kan worden aan een conserverende aanslag. De ruling concludeert dat dit niet mogelijk is, aangezien Nederland geen heffingsrecht heeft op basis van het belastingverdrag met de VS.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
**Publicatiedatum**
28 09 2016
**Geldigheidsperiode**
Kennisgroep
IBR IB niet winst LB
**Categorie**
Wet IB
**Rubriek**
overig
**Sub rubriek**
Niet van toepassing
**Conserverende aanslag pensioen Amerikaanse 30 er**
**Vraag**
Inwoner van Nederland is een Amerikaan die gebruik maakt van de 30-regeling en in de IB behandeld wordt als een partieel buitenlands belastingplichtige. Op basis van vraag en antwoord van het besluit van 23 augustus 2013 bijlage is hij voor de verdragstoepassing geen inwoner van NL maar van de VS. Nu wil belanghebbende emigreren naar de VS. Hij heeft een Amerikaanse pensioenregeling en deze op basis van het besluit van 29 oktober 2015 laten aanwijzen als een zuivere pensioenregeling. Kan ter zake een conserverende aanslag worden opgelegd?
**Antwoord**
Ter zake van de emigratie van een partiële buitenlandse belastingplichtige met de Amerikaanse nationaliteit of bezitter Amerikaanse Green Card kan geen conserverende aanslag ter zake van een pensioen of lijfrente worden opgelegd.
**Beschouwing**
Op basis van art. 83 lid Wet IB vormt de waarde economisch verkeer van de aanspraak het conserverend inkomen of op basis van art. 136 derde lid Wet IB vormt het bedrag van de premies het conserverend inkomen. Bij emigratie is sprake van conserverend inkomen. Echter, op grond van het belastingverdrag kan Nederland niet heffen. Of art. 136 Wet IB toegepast moet worden is afhankelijk van de vraag of Nederland ter zake van bijvoorbeeld een afkoop wel een heffingsrecht heeft op grond van het belastingverdrag met de VS. Op grond van art. 19 lid kan Nederland alleen heffen als op het moment van het doen van de fictieve afkoop hij niet op enig tijdstip voorafgaande aan de datum van betaling (in casu datum emigratie) inwoner van Nederland is geweest voor de toepassing van het belastingverdrag met de VS. Omdat belanghebbende voor de verdragstoepassing nooit inwoner van Nederland is geweest, kan Nederland dus niet heffen. Het heffingsrecht komt toe aan de VS. Dus op basis van de nationale wet is er sprake van conserverend inkomen waarvoor echter een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting moet worden verleend (evenredigheidsmethode). In de praktijk is dan het opleggen van een conserverende aanslag niet zinvol.
**NB**
Deze uitleg leidt er toe dat Nederland bijvoorbeeld ook bij afkoop van een zuiver Nederlands pensioen niet kan heffen. Immers, het heffingsrecht is altijd toegewezen aan de VS. Het risico van oneigenlijk gebruik is beperkt tot personen met de Amerikaanse nationaliteit of Green Card die in Nederland aangemerkt worden als een partieel buitenlands belastingplichtige op het moment van emigratie of anderszins fictieve afkoop. Dus de pensioenopbouw kan maximaal, of bij overgangsrecht, 10 jaar ten laste van het Nederlands inkomen hebben plaatsgevonden. Deze uitleg heeft ook te gelden als belanghebbende naar een ander land dan de VS emigreert. Immers, op het moment onmiddellijk voorafgaande aan de emigratie was hij nog inwoner van Nederland en is het belastingverdrag met de VS van toepassing.
**Bijlage**
23 augustus 2013 nr. DGB 2013 70M
**Vraag**
Een naar Nederland uitgezonden Amerikaanse deskundige kiest voor partiële buitenlandse belastingplicht. Wordt hij voor de toepassing van artikel eerste lid van het Nederlands-Amerikaanse belastingverdrag 1992 als inwoner van Nederland aangemerkt?
**Antwoord**
Nee. Een ingekomen werknemer die de Amerikaanse nationaliteit heeft of houder is van een geldige zogenoemde green card en die kiest voor partiële buitenlandse belastingplicht, wordt niet voor zijn volledige wereldinkomen in de Nederlandse belastingheffing betrokken. Omdat de Amerikaanse werknemer op grond van artikel eerste lid van het Nederlands-Amerikaanse belastingverdrag door de VS als inwoner van dat land wordt aangemerkt, is er geen aanleiding voor een ruime interpretatie van de woonplaatsbepaling door Nederland. De persoon kwalificeert niet als inwoner van Nederland onder artikel eerste lid van het Nederlands-Amerikaanse belastingverdrag, maar als inwoner van de VS. Het recht tot belastingheffing over het in Nederland in dienstbetrekking bij een Nederlandse inhoudingsplichtige verworven inkomen uit werk en woning is in artikel 16 van het Nederlands-Amerikaanse belastingverdrag aan Nederland toegewezen. De belastingheffing in Nederland geschiedt met inachtneming van artikel 31a tweede lid, onderdeel e, van de Wet LB.
Geef een reactie