1769584

AI-samenvatting

De rechtbank Zeeland West Brabant heeft geoordeeld dat de 30 regeling niet van toepassing is op loon dat tijdens garden leave wordt betaald. Dit komt doordat er geen daadwerkelijke werkzaamheden zijn verricht voor de werkgever, wat een vereiste is voor de toepassing van de regeling.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

**Publicatiedatum**
02 2016

**Geldigheidsperiode**

**Kennisgroep**
IBR IB niet winst LB

**Categorie**
Wet LB

**Rubriek**
30 regeling

**Sub rubriek**
Niet van toepassing

**30 regeling en einde tewerkstelling**

**Vraag**
Rechtbank Zeeland West Brabant heeft op 14 augustus 2015 nr 14 6696 LB geoordeeld dat de 30 regeling niet van toepassing is op loon dat wordt betaald gedurende een periode waarin een werknemer wiens dienstverband wordt beëindigd niet meer hoeft te werken tot aan de formele beëindigingsdatum van de arbeidsovereenkomst (garden leave). Van belang was of er sprake was van loon uit tegenwoordige of vroegere dienstbetrekking. De 30 regeling mag alleen worden toegepast op loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. De Rb stelt vast dat er sprake is van loon uit tegenwoordige dienstbetrekking maar komt om een andere reden tot het oordeel dat de 30 regeling niet van toepassing was. Voor de toepassing van de 30 regeling is het namelijk nodig dat er daadwerkelijk werkzaamheden worden verricht voor de werkgever. Dit was niet het geval. De 30 regeling eindigt op de laatste dag van de maand die volgt op de maand waarin de werknemer stopt met werken. In andere verlofsituaties dan garden leave zal de vraag of de tewerkstelling is geëindigd eveneens opkomen.

**Antwoord**
Bij reguliere vakantieperioden is duidelijk dat de tewerkstelling niet is geëindigd. Bij bijzonder verlof kan dat anders zijn en hangt het van de feiten en omstandigheden af. Voor bepaalde verlofperioden is het volgende standpunt ingenomen: Verlofperioden zonder einde tewerkstelling. De opiossing is gezocht en gevonden in artikel 10a van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 en dan beperkt tot de verlofperioden van het eerste lid onderdeel en rekening houdende met de laatste volzin van dit onderdeel.

**30 regeling en elders belast inkomen**
16 08 26

**Vraag Feitencomplex**
Een Italiaanse waarop de hooglerarenbepaling uit het belastingverdrag met Italië van toepassing is, voldoet aan de criteria van de 30 regeling. Er is ook een beschikking afgegeven voor de periode 01 11 2013 – 31 10 2021. In de periode van 01 11 2013 – 31 10 2015 is zij echter belastingplichtig in Italië op grond van art 20 Belastingverdrag NL IT. Kan over de inkomsten die zijn toegewezen aan Italië de 30 regeling toegepast worden?

**Antwoord Kennisgroep**
Voor de toepassing van de 30 regeling toetsen we aan de nationale bepalingen of de werknemer voor de regeling in aanmerking komt. Het verdrag speelt daarbij geen rol. De beschikking wordt dus terecht afgegeven in de situatie dat de hooglerarenbepaling de heffing toewijst aan het andere land. Vervolgens pas je de 30 regeling toe volgens de grondslag van de regeling art 10ea UBLB en dan constateer je dat er geen grondslag is omdat op het loon een regeling ter voorkoming van dubbele belasting van toepassing is. Geen vrije vergoeding 30 regeling mogelijk en dat werkt door naar grondslag voor de sociale zekerheid. Dat probleem is niet van vandaag; de grensarbeider met België had daar al last van onder het oude verdrag.

**Beschouwing**
Volgens art 10ea lid 1 Uitvoeringsbesluit Loonbelasting 1965 mag je bij berekening van de 30 vergoeding alleen loon in aanmerking nemen waarvoor men geen recht heeft op voorkoming dubbele belasting.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *