AI-samenvatting
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of het gestorte kapitaal van een coöperatie, die is omgezet in een besloten vennootschap, moet worden vastgesteld op de waarde in het economisch verkeer. De conclusie is dat het gestorte kapitaal gelijk is aan deze waarde op het moment van omzetting.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
**Documenttitel: 1769190**
**VERTROUWELIJK**
**Kennisgroep**
Dividendbelasting
**Rechtsvraag**
Wordt het gestort kapitaal van een coöperatie die ruisend is omgezet in een besloten vennootschap vastgesteld op de waarde in het economisch verkeer van de ingebrachte onderneming ten tijde van de omzetting?
**Antwoord**
Ja, bij een ruisende omzetting van artikel 28a Wet op de vennootschapsbelasting 1969 wordt het vermogen van de besloten vennootschap geacht daarin te zijn ingebracht.
**Datum inbreng**
Januari 2017
**Versienummer**
**Beschouwing**
Op grond van artikel 18 Boek BW wordt bij omzetting van een rechtspersoon het bestaan van de rechtspersoon niet beëindigd. De rechtspersoon in de nieuwe rechtsvorm blijft dezelfde als de rechtspersoon in de oude rechtsvorm. Als gevolg daarvan zou een omzetting zonder nadere regelgeving geruisloos verlopen. Daarom zijn in artikel 28a Wet Vpb enkele ficties geïntroduceerd.
Bij een omzetting op de voet van artikel 18 van Boek van het Burgerlijk Wetboek van een rechtspersoon in een andere rechtsvorm anders dan van een naamloze vennootschap in een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid of omgekeerd, dan wel van een vereniging in een stichting of omgekeerd, wordt de rechtspersoon geacht te zijn geliquideerd. Het vermogen van de rechtspersoon geacht te zijn uitgekeerd aan de deelgerechtigden tot dat vermogen naar de mate van hun gerechtigdheid en het vermogen van de andere rechtsvorm geacht daarin te zijn ingebracht.
Het eerste lid is mede van toepassing voor de heffing van de inkomstenbelasting en de dividendbelasting. Kort gezegd komen die ficties er feitelijk op neer dat de vennootschap fiscaalrechtelijk als geliquideerd en opnieuw opgericht wordt beschouwd. Het tweede lid verklaart die ficties ook van toepassing voor de dividendbelasting. Een logisch gevolg daarvan is dat in het onderhavige geval het fiscaal erkende kapitaal na de omzetting gelijk is aan de waarde in het economisch verkeer op het moment van omzetting van de bezittingen verminderd met die van de schulden. Voor zover dit bedrag het nominale aandelenkapitaal en de agioreserve overstijgt, zal dat dan logischerwijs uit informeel kapitaal bestaan.
De kennisgroep meent dan ook dat op basis van de wettekst slechts een conclusie kan worden getrokken en dat is dat het gestorte kapitaal gelijk is aan de waarde in het economisch verkeer van hetgeen is ingebracht ten tijde van de storting. De kennisgroep onderschrijft dan ook de conclusie van de gelijk luidende conclusie van de Kennisgroep fusies fiscale eenheden.
**De kennisgroep ziet in het Besluit van april 2017 nr. 2017/116, meer specifiek paragraaf [onderdeel], geen aanleiding om daar anders over te denken. Mocht dat besluit toch anders moeten worden uitgelegd, dan meent de kennisgroep dat dat besluit in strijd is met de heldere wettekst.**
Geef een reactie