1769187

AI-samenvatting

In deze belastinguitspraak wordt beoordeeld of een Franse SCI vergelijkbaar is met een Nederlandse fbi. De conclusie is dat er geen vergelijkbaarheid is, omdat de SCI niet voldoet aan de aandeelhouderseisen voor een fbi.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

**Verzoek beoordeling vergelijkbaarheid met fbi**

**Indiener:** Belastingdienst kantoor Rotterdam APA ATR team

**Inleiding**
Momenteel heb ik een verzoek in behandeling waarbij verzocht wordt om toepassing van de inhoudingsvrijstelling ex art lid Wet op de dividendbelasting ter zake van winstuitkeringen van een Nederlandse BV via twee Franse SCI aan in Frankrijk gevestigde lichamen die aldaar onder het zgn SPICCAV regime vallen, een fbi-achtig regime. In dit kader rijst onder meer de vraag of een SPICCAV een functie vervult die vergelijkbaar is met een fbi. De vraag over de kwalificatie van de SCI wordt voorgelegd aan de kennisgroep Kwalificatie buitenlandse rechtsvormen.

**Casus**
De feiten voor zover hier relevant zijn als volgt:
Een onderdeel van de groep staat aan het hoofd van de activiteiten van een inwoner van [GEANONIMISEERD] die via een aantal [GEANONIMISEERD] tussen schakels [GEANONIMISEERD]. Voor wat betreft de rechtsvorm is [GEANONIMISEERD] SA en [GEANONIMISEERD] SAS [GEANONIMISEERD]. Beide zijn investeringsfondsen die voornamelijk investeren in onroerend goed in Europa.

[GEANONIMISEERD] wordt aangemerkt als een zogeheten société de placement immobilier à capital variable (SPICCAV). Onder het OPCI-regime is een SPICCAV een subjectief vrijgesteld lichaam op wie de verplichting rust om 85% van het netto real estate income respectievelijk 50% van de realized capital gains on real estate uit te keren aan haar aandeelhouders. Deze winstuitkeringen worden direct belast bij de aandeelhouders.

[GEANONIMISEERD] houden hun onroerend goed investeringen in Europa via diverse investeringsstructuren, onder andere door middel van een Franse Société Civile Immobilière (SCI). Zo houdt [GEANONIMISEERD] 99% belang in SCI en houdt [GEANONIMISEERD] een 99% belang in [GEANONIMISEERD]. Het aandelenbelang van [GEANONIMISEERD] in BV zal 40% zijn. BV zal gaan fungeren als holdingvennootschap voor investeringen in onroerend goed. Tot slot wordt in het verzoek nog vermeld dat een SCI in Frankrijk als een translucent entity wordt aangemerkt. Het resultaat wordt op het niveau van de SCI bepaald en de SCI doet een aangifte vennootschapsbelasting. De heffing van vennootschapsbelasting vindt evenwel plaats op het niveau van de participanten van de SCI naar rato van hun belang in de SCI. Op grond van de Franse wetgeving worden SCI als verdragsinwoner aangemerkt voor de toepassing van Franse belastingverdragen.

**Vergelijkbaarheid met Nederlandse fbi**
Art. derde lid Wet dividendbelasting bepaalt dat de inhoudingsvrijstelling geen toepassing vindt indien de opbrengstgerechtigde een vergelijkbare functie vervult als een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 6a of artikel 28 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. De adviseur is van mening dat geen sprake is van vergelijkbaarheid met een fbi om de volgende redenen:

– In de eerste plaats kan [GEANONIMISEERD] niet vergelijkbaar zijn met Nederlandse VBI's, aangezien VBI's niet zijn toegestaan om in onroerend goed te investeren.
– [GEANONIMISEERD] zijn onderworpen aan het OPCI-regime in Frankrijk en zijn onderworpen aan voorwaarden die tot op zekere hoogte vergelijkbaar zijn met die van het Nederlandse FBI-regime. Echter, ze zijn niet voldoende vergelijkbaar om te concluderen dat ze een FBI in Nederland kunnen zijn en daarom een vergelijkbare functie zouden vervullen.

Enkele materiële verschillen tussen Franse OPCI en Nederlandse FBI zijn de volgende:
– Franse OPCI is een entiteit die vrijgesteld is van vennootschapsbelasting in Frankrijk, terwijl Nederlandse FBI een entiteit is die onderhevig is aan belasting, zij het tegen een lager tarief.
– Franse OPCI is verplicht om 85% van zijn netto onroerend goed inkomen en 50% van zijn gerealiseerde vermogenswinsten op onroerend goed uit te keren, terwijl het niet verplicht is om zijn andere inkomsten uit te keren. Nederlandse FBI moet 100% van al zijn inkomsten uitkeren, met uitzondering van herwaarderingswinsten als het de herinvesteringsreserve toepast.
– Franse OPCI kan zijn onroerend goed activa financieren met schulden tot maximaal 40% en 10% voor andere activa, terwijl Nederlandse FBI tot 60% van zijn activa met schulden kan financieren.
– Ten minste 60% van de activa van een OPCI moet bestaan uit onroerend goed activa, en ten minste 51% van de activa moet bestaan uit onroerend goed. Nederlandse FBI heeft geen dergelijke minimumdrempel.
– Franse OPCI kan meerdere tot 100 belastbare aandeelhouders hebben, terwijl Nederlandse FBI slechts een beperkt aantal belastbare aandeelhouders kan hebben.

[GEANONIMISEERD] voldoen niet aan de Nederlandse FBI-voorwaarden. Ze zijn onderworpen aan een lagere uitkeringsverplichting en hebben in feite aandeelhouders die niet zouden zijn toegestaan onder een normaal belastbare entiteit in [GEANONIMISEERD].

Het volgt dat [GEANONIMISEERD] en [GEANONIMISEERD] geen vergelijkbare functie vervullen als Nederlandse VBI of FBI. Tijdens een telefoongesprek heeft de adviseur aangegeven dat de activiteiten van BV zullen bestaan uit investeren in [GEANONIMISEERD] onroerend goed; er is geen sprake van actieve projectontwikkeling. Verder zal de adviseur nog uitzoeken of [GEANONIMISEERD] nog ondernemingsactiviteiten mogen hebben.

Volgens de adviseur zouden alle [GEANONIMISEERD] vennootschappen boven [GEANONIMISEERD] operationele vennootschappen zijn; dit zal nog bevestigd moeten worden. Zo worden aandelen in [GEANONIMISEERD] gehouden door [GEANONIMISEERD], een onderworpen vennootschap met operationele activiteiten. Naar de mening van de adviseur wordt daarom in ieder geval niet voldaan aan de aandeelhouderseisen voor FBI, zie art. 28a lid letter Wet Vpb, zodat [GEANONIMISEERD] om deze reden niet vergelijkbaar zijn met een fbi.

**Conclusie**
Mijn voorlopig oordeel is dat geen sprake kan zijn van vergelijkbaarheid met een fbi omdat niet voldaan wordt aan de aandeelhouderseisen. Een fbi is een collectief beleggingsvehikel; hiervan lijkt in casu geen sprake, aangezien de SPICCAV voor [GEANONIMISEERD] of meer gehouden wordt door in [GEANONIMISEERD] normaal onderworpen groepsvennootschappen met operationele activiteiten. Graag verneem ik het standpunt van de kennisgroep Dividendbelasting en of Project Dividendbelasting. Zijn binnen het project ervaringen opgedaan met de Franse OPCI SPICCAV.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *