AI-samenvatting
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of niet-ingezetenen met Nederlandse portfolioaandelen recht hebben op teruggaaf van dividendbelasting. De ruling concludeert dat zij geen recht hebben op de ouderentoeslag in de drukvergelijking voor het heffingvrije vermogen, zelfs als zij voldoen aan de voorwaarden van artikel 56 Wet IB2001 oud.
Kennisgroepstandpunt
Belastingdienst
Kennisgroep
DividendbelastingVERTROUWELIJK
Voorzitter
512e
Secretaris
Helpdeskvraag
Kennisgroep
Dividend beiastin g_PostbusDividendbelasting artikel 10a Wet DB1965 artikel 55Wet IB2001 artikel 56
Wet IB2001 oud ouderentoeslag heffingvrij vermogenindrukvergelijking
Datum inbreng
14juni 2017
Vraag
Versienummer
Heeft een niet ingezeten natuurlijk persoon met Nederlandse portfolio aandelen ig
waarop hijdividenden ontvangt diemet een beroep opMiljoen over dejaren tot
enmet 2015 verzoekt omteruggaaf van dividendbelasting inhet kader van de
drukvergeiijking bijhet vaststellen van het heffingvrije vermogen zoals bedoeid in
artikel 55Wet IB2001 recht optoepassing van deouderentoeslag indezin van 22juni 2017Referentienummer
017 024 020
Datum vaststelling
artikel 56Wet IB2001 oud mits hij aan de daarin gestelde voorwaarden
voldoetVastgesteld door
AntwoordAuteur
Nee een niet ingezetene met Nederlandse portfolioaandelen die op basis van
Miljoen verzoekt omteruggaaf van dividendbelasting heeft indedrukvergelijking
voor hetbepalen van het heffingvrije vermogen geen recht optoepassing van de“Jaoen
Geen
ouderentoeslag 00k niet als hijvoldoet aan devoorwaarden zoals genoemdin
artikel 56Wet IB2001 oud leeftijd beperkt ofgeen inkomen uitwerk en
woning
Beschouwing
Achtergrond
Op 17September 2015 heeft het HvJ EU arrest gewezen indegevoegde zaken
Miljoen eaC1014C1414enC1714 Innavolging hiervan heeft deHoge
Raad op4maart 2016 deeindarresten gewezen HRBNB 2016 8890 Naar
aanleiding van die arresten heeft destaatssecretaris vooruitlopend opwetgeving
een besluit uitgevaardigd^Per 1januari 2017 iseen enander gecodificeerd in
artikel 10a Wet DB1965 jo artikel 3Uitvoeringsbeschikking DB1965
Drukvergelijking enheffingvrije vermogen
Uit het oordeel van het HvJ EUvoIgt primair dat erprima facie een belemmering
iswanneer een heffing van dividendbelasting van 15 ertoe leidt dat de
uiteindelijke belastingdruk voor niet ingezetenen zwaarder isdan die voor
ingezetenen voor dezelfde dividenden De vergelijking ten aanzien van de
geheven dividendbelasting van een niet ingezetene dient zich dus mede uit te
strekken totdeverschuldigde inkomstenbelasting eindheffing voor ingezetenen
die ziet ophet betreffende dividendinkomen Om tekunnen bepalen ofersprake
1Besluit van 25april 2016 nrDGB 2016 1731M Staatscourant 2016 nr22561 VN
2016 2610enNTFR 2016 1236
VERTROUWELIJK Pagina 1van 3
1769177 00032
isvan een hogere belastingdruk voor een niet ingezetene moet er een
drukvergelijking worden gemaakt waarbij het HvJ EUten aanzien van natuurlijke
personenheeft geoordeelddat het heffingvrije vermogeneen bronaebonden
aftrekpost isdie indedrukvergeiijking ook toekomt aan niet ingezetenen Het HvJ
EU isnameiijk van mening dat hetheffingvrije vermogen een aan alle ingezetenen
toegekend voordeei vormt losvan hun persoonlijke situatie
Daarmee negeert het HvJ EUhet arrest van deHoge Raad BNB 2012 44 waarin
werd geoordeeid dat het heffingvrije vermogen een beiastingvoordeei vormt dat
voortvioeit uit de inaanmerkingneming van de persoonlijke situatie en
gezinssituatie fpersoonsaebonden aftrekpostj InBNB 2012 45werd ditoordeei
specifiek bevestigd ten aanzien van deouderentoeslag
Ouderentoeslag
Ervan uitgaandedat erindedrukvergelijking rekeningdient teworden gehouden
met het heffingvrije vermogen heeft de staatssecretaris zich inhet besiuit en
wetgeving naderhand niet uitgelaten over een mogeiijke aanspraak op de
ouderentoesiagdie per1januari 2016 overigensisingetrokken De tekst van
artikei 56Wet IB2001 iuidde tot aan hetmoment van intrekking
Artikel 56Ouderentoeslag
1Het heffingvrije vermogen bedoeld inartikel 55wordt verhoogd met deouderentoeslag
indien
a debelastingplichtige bijhet einde van hetkalenderjaar ofindien debelastingplichtin
deloop van hetjaar isgeeindigd bijhet einde van debelastingplicht de
pensioengerechtigde leeftijd bedoeld inartikel 7a eerste lid van deAlgemene
Ouderdomswet heeft bereikt en
b degrondslag sparen enbeleggen v66r vermindering met deouderentoeslag niet meer
bedraagtdan €282 226
Bijeen inkomen uitwerk enwoning voor inachtneming van depersoonsgebonden aftrek
van
meer dan maar niet meer dan bedraagt deouderentoeslag
€14431 €28236
€14431 €20075 €14118
€20075 nihil
2Indien debelastingplichtige hetgehele kalenderjaar dezelfde partner heeft ofvoor de
toepassingvan artikel 217geacht wordt tehebben gehad wordt voor detoepassingvan
het eerste lidinaanmerking genomen degezamenlijke grondslag sparen enbeleggen voor
vermindering met deouderentoeslagenwordt het inhet eerste lidgenoemde bedragvan
€282 226verhoogd tot€564 451
Opvatting kennisgroep
DeKennisgroep Dividendbelastingisten aanzien van deouderentoeslag van
mening dat door het arrest Miljoen het oordeei van deHR inBNB 2012 45niet is
achterhaald endat deouderentoeslag nog wel degelijk kan worden aangemerkt
als een beiastingvoordeeidat voortvioeit uit deinaanmerkingnemingvan de
persoonlijke situatie endegezinssituatievan debetrokkene Dit blijkt ook uitde
voorwaarden zoals die worden gesteld inartikel 56Wet IB2001 Deze zijn
persoonsgebondenennietbrongebonden
Conclusie
Een niet ingezetene met Nederiandse portfolioaandeiendieopbasis van Miljoen
verzoekt om teruggaaf van dividendbelasting tot enmet 2015 heeft inde
drukvergelijking voor het bepalen van het heffingvrije vermogen geen recht op
toepassingvan deouderentoeslag ook niet alshijvoldoet aan devoorwaarden
zoals genoemd inartikel 56Wet IB2001 oud
1769177 00032
Een bevestiging omtrent deEUrechtelijke houdbaarheid van hetstandpunt van
deKGDividendbelasting wordt gevraagd aan deKBIBR niet winst
1769177 00032
Geef een reactie