AI-samenvatting
In deze belastinguitspraak wordt de vraag behandeld of de inhouding van dividendbelasting kan worden achterwege gelaten bij een dividenduitkering voorafgaand aan de overdracht van een vennootschap. De kennisgroep concludeert dat de dividendbelasting gewoon moet worden ingehouden en afgedragen, en dat de doelmatigheidsbepaling van artikel 64 AWR niet van toepassing is in dit geval.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
**Belastingdienst**
Kennisgroep
Dividendbelasting
VERTROUWELIJK
Voorzitter
2e
Secretaris
Helpdeskvraag
Kennisgroep
Dividendbelasting artikel 64 AWR doelmatigheidsbepaling en dividendbelasting
Datum inbreng
16 juni 2017
**Vraag**
Kan met een beroep op artikel 64 AWR de inhouding van dividendbelasting achterwege blijven in het geval voorafgaand aan een overdracht van een vennootschap door een DGA aan zijn kinderen deze vennootschap een dividenduitdeling doet aan de DGA vader waarbij de in te houden dividendbelasting wordt verrekend met een rekeningcourant schuld van de DGA aan zijn vennootschap? Daarbij dient in aanmerking te worden genomen dat de dividenduitdeling regulier wordt belast in de inkomstenbelasting box maar dat deze in zijn geheel wordt verrekend met een verlies uit aanmerkelijk belang uit een voorgaand kalenderjaar.
Versienummer
Referentienummer
017 024 022
Datum vaststelling
22 juni 2017
Vragensteller
2e
Auteur
**Antwoord**
Nee, aan een dergelijk verzoek kan niet worden tegemoetgekomen.
**Bijlagen**
Geen
**Beschouwing**
**Achtergrond**
Een DGA wil zijn BV middels een schenking met toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling overdragen aan zijn kinderen. Onderdeel van de overdracht is dat voorafgaand aan de schenking de BV een uitdeling doet aan de vader ter grootte van [GEANONIMISEERD] die daarmee zijn rekeningcourant schuld aflost. Deze dividenduitkering is regulier belast in box [GEANONIMISEERD] bij de vader maar kan in zijn geheel worden verrekend met een ab verlies uit 2013.
In beginsel is er 15% dividendbelasting verschuldigd over de dividenduitkering ad [GEANONIMISEERD]. Dit resulteert dan in een voorheffing voor de DGA vader die verrekend kan worden met de aanslag inkomstenbelasting die nihil bedraagt als gevolg van de verliesverrekening.
De wens is om op grond van artikel 64 AWR doelmatigheidsbepaling de in te houden dividendbelasting vanuit praktische overwegingen achterwege te laten en te verrekenen met de rekeningcourant schuld van de vader. Per saldo wordt er dan [GEANONIMISEERD] verrekend met de rekeningcourant schuld.
**Doelmatigheid bij de heffing van belastingen**
Artikel 64 AWR luidt:
Ter bevordering van een doelmatige formalisering van de uit een belastingwet voortvloeiende schuld of van de op grond van een belastingwet op te leggen bestuurlijke boete kan de inspecteur afwijken van het overigens bij of krachtens de belastingwet bepaalde indien:
1. de belastingplichtige of de inhoudingsplichtige instemt met deze wijze van formaliseren en
2. de formalisering niet leidt tot een lagere schuld dan de schuld die zonder toepassing van dit artikel voortvloeit uit de belastingwet of tot een lagere bestuurlijke boete dan de zonder toepassing van dit artikel op grond van de belastingwet op te leggen bestuurlijke boete.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van dit artikel.
Met deze bepaling wordt beoogd om de inspecteur een wettelijke grondslag te geven om in overleg met de belastingplichtige voor de formalisering van de belastingschuld af te kunnen wijken van de wettelijke regeling. De doelmatigheidsbepaling kan enkel worden toegepast indien de bedragen van de belastingschuld, de heffingsrente, de eventueel op te leggen boete en al hetgeen de inspecteur kan vaststellen of opleggen niet lager worden dan de bedragen die voortvloeien uit de belastingwet (Kamerstukken 2005-2006, 30 322, nr. 17).
**Overweging kennisgroep**
Met inachtneming van het voorgaande merkt de kennisgroep ten aanzien van het onderhavige geval op dat de dividendbelasting en de inkomstenbelasting twee separate belastingwetten zijn die in beginsel geheel los van elkaar staan. Vanuit deze gedachte is het dan ook niet wenselijk twee losse belastingwetten met elkaar te vermengen. Dit is ook niet de bedoeling van de wetgever geweest.
**Standpunt kennisgroep**
De doelmatigheidsbepaling van artikel 64 AWR is niet geschreven voor een geval als het onderhavige. De BV dient gewoon 15% dividendbelasting in te houden en af te dragen.
NB: Los hiervan geeft de kennisgroep aan de vraagsteller in overweging om te verkennen of het mogelijk is om een voorlopige aanslag inkomstenbelasting op te leggen waarbij de dividendbelasting wordt verrekend.
**Conclusie**
Aan het verzoek om in het kader van de doelmatigheid tot een praktische oplossing te komen door een bestaande rekeningcourant schuld van de DGA te verrekenen met de verschuldigde dividendbelasting, waarbij er kan worden afgezien van inhouding van dividendbelasting, kan ook als de dividendbelasting volledig verrekend kan worden met de inkomstenbelasting en deze in dat jaar nihil bedraagt, niet worden tegemoetgekomen.
**Eventuele interne overwegingen van strategische aard**
De kennisgroep zal dit standpunt delen met de Kennisgroep Aanmerkelijk Belang.
Geef een reactie