1703746

AI-samenvatting

In deze belastinguitspraak wordt geconcludeerd dat de vrijstelling voor interne reorganisaties vervalt wanneer door de verkrijging van aandelen een ander concern ontstaat. Dit is in lijn met de bepalingen in artikel 5b van de UBBR.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

**Belastingdienst**
Naam dienstonderdeel: Corperate Dienst Vaktechniek
Contactpersoon:
Rechtsvraag
Datum: 04-04-2022
Versienummer: 21-052-0029

**Onderwerp:** KG 21-052-29 Toepassing artikel 5b, vierde lid, UBBR
Vastgesteld door Kennisgroep overdrachtsbelasting

**Casus**
Bijlagen
[GEANONIMISEERD] Geen
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
1703746 00100

**Vraag**
Vervalt de vrijstelling voor interne reorganisaties als bedoeld in artikel 5b, eerste lid, UBBR, nu door de verkrijging van de aandelen [GEANONIMISEERD] Holding (vóór [GEANONIMISEERD] door een) [GEANONIMISEERD] | V, een ander concern ontstaat als bedoeld in het tweede lid?

**Antwoord**
Ja, de verkrijging van de aandelen [GEANONIMISEERD] Holding door de [GEANONIMISEERD] NV leidt er toe dat de vrijstelling als bedoeld in artikel 5b, eerste lid UBBR, in samenhang met het tweede en het vierde lid, vervalt.

**Beschouwing**
De tekst van artikel 5b, tweede lid, BBRV luidt als volgt:
Onder een concern wordt verstaan een vennootschap waarin niet een andere vennootschap het gehele of nagenoeg gehele belang heeft, samen met alle andere vennootschappen waarin zij het gehele of nagenoeg gehele belang heeft.

De tekst van artikel 5b, vierde lid, UBBR luidt als volgt:
De belasting die door toepassing van artikel 15, eerste lid, onderdeel h van de wet niet is geheven wegens interne reorganisatie is alsnog verschuldigd voor zover de overdragende vennootschap tot het concern is gaan behoren als gevolg van een andere gebeurtenis dan bedoeld in artikel 5a, eerste en vijfde lid, waarbij geen overdrachtsbelasting verschuldigd was, indien de onroerende zaken zijn verkregen door die overdragende vennootschap vóór de hiervoor bedoelde gebeurtenis en de onderneming of de activiteiten van die vennootschap niet gedurende drie jaren binnen het concern zijn voortgezet.

Waar het in essentie om gaat is de vraag hoe het begrip ‘concern’ in het vierde lid moet worden uitgelegd, nu binnen de termijn van drie jaren de aandelen [GEANONIMISEERD] Holding (de top van het concern) door een vennootschap (een derde partij) worden verkregen. Op grond van het tweede lid van artikel 5b ontstaat een ander concern met de [GEANONIMISEERD] NV als top. Er wordt daarom niet meer voldaan aan de eisen van het vierde lid. Daarmee vervalt de vrijstelling.

Belanghebbende doet een beroep op het Besluit BLKB/2012/611M®5, onderdeel 11.2. Dit strandt al vanwege het feit dat het besluit is vervallen.

Belanghebbende doet ook een beroep op (analoge) toepassing van artikel 5b, derde lid, UBBR. Daar wordt namelijk uitgegaan van een deelconcernbenadering. Dit doet echter niet ter zake. Van belang is namelijk dat met betrekking tot het vierde lid daarover uitdrukkelijk niets is bepaald.

**Vervallen bij Besluit van 10 juli 2013 nr. BLKB/2013/1130M.**
1703746 00100

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *