-
rul-20260414-atr-000010
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van een vaste inrichting in Nederland. Men wenst zekerheid voor het boekjaar 2024, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2023. De gevraagde zekerheid vooraf is beperkt in de tijd, aangezien de rechtsvorm van X nog niet gekwalificeerd is voor het jaar 2025 en verder. X heeft geen vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger in Nederland op basis van de relevante bepalingen van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2024.
-
rul-20260414-ibox-000001
X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2022 tot en met 2024. De aangiften vennootschapsbelasting zijn inmiddels ingediend tot en met 2023. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2024, en is van overeenkomstige toepassing op de jaren 2022 en 2023, waarvoor de aangiften vennootschapsbelasting reeds zijn ingediend.
-
rul-20260414-apa-000009
X heeft een bilateraal verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over verrekenprijzen voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Er is tevens verzocht om de overeen te komen fiscale behandeling ook van toepassing te laten zijn op de jaren 2022 tot en met 2024. De aangiften vennootschapsbelasting zijn inmiddels ingediend tot en met boekjaar 2024. De bevoegde autoriteiten hebben overeenstemming bereikt over de arm’s-lengthbeloning voor de transacties 1, 2 en 3. Deze overeenstemming is vervolgens uitgewerkt en geformaliseerd in een vaststellingsovereenkomst tussen de Belastingdienst en X. De bevoegde autoriteiten hebben vastgesteld dat voor het bepalen van de arm’s-lengthvergoeding voor de contract manufacturingactiviteiten door Y (transactie 1) een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de totale kosten at arm's-length is. Het gehanteerde percentage valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde partijen waarvan de lower quartile 1,56% bedraagt en de upper quartile 5,33%. In de vaststellingsovereenkomst is door de bevoegde autoriteiten een punt boven de mediaan overeengekomen. De bevoegde autoriteiten zijn met betrekking tot transactie 2 overeengekomen dat een transactional net margin uitgedrukt in een percentage over aan de transactie toe te rekenen kosten van X at arm’s-length is. Het gehanteerde percentage valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde partijen waarvan de lower quartile 1,39% bedraagt en de upper quartile 8,63%. In de vaststellingsovereenkomst is door de bevoegde autoriteiten een punt boven de mediaan overeengekomen. Partijen hebben vastgesteld dat voor de IT-diensten (transactie 3) verleend door X aan Y een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de relevante operationele kosten van X at arm's-length is. In de vaststellingsovereenkomst is een percentage van 5% gehanteerd. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029. Deze overeenkomst is ook van toepassing op de boekjaren 2022 tot en met 2024, waarvoor de aangiften vennootschapsbelasting reeds zijn ingediend.
-
rul-20260414-ibox-000003
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2023 tot en met 2029, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2022. De aangiften vennootschapsbelasting zijn inmiddels ingediend tot en met 2024. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029 met overeenkomstige toepassing voor de jaren 2023 en 2024, waarover de aangiften reeds zijn ingediend.
-
rul-20260414-ibox-000005
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 1 april 2022 tot en met 31 maart 2029, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 31 maart 2022. De aangiften vennootschapsbelasting zijn inmiddels ingediend tot en met het gebroken boekjaar 2023/2024. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 april 2024 tot en met 31 maart 2029 en is van overeenkomstige toepassing in de boekjaren 2022/2023 tot en met 2023/2024, waarvoor de aangiften vennootschapsbelasting reeds zijn ingediend.
-
rul-20260407-ibox-000003
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2017 tot en met 2028, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2018. De aangiften vennootschapsbelasting zijn inmiddels ingediend tot en met 2023. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028 en is van overeenkomstige toepassing in de jaren 2017 tot en met 2023, waarvoor de aangiften vennootschapsbelasting reeds zijn ingediend.
-
rul-20260407-apa-000005
X heeft een verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over verrekenprijzen over het boekjaar 2023. Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen, omdat geen sprake (meer) is van een ruling met een internationaal karakter als bedoeld in het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Het verzoek tot vooroverleg is buiten behandeling gesteld. Volledigheidshalve wordt nog opgemerkt dat de genoemde transactie zal worden beoordeeld in het kader van de reguliere behandeling van de aangifte Vpb.
-
rul-20260407-ibox-000009
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2021 tot en met 2028, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2020. De aangiften vennootschapsbelasting zijn inmiddels ingediend tot en met 2023. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028 en is van overeenkomstige toepassing in de jaren 2021, 2022 en 2023, waarvoor de aangiften vennootschapsbelasting reeds zijn ingediend.
-
rul-20260331-rulov-000014
X heeft verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of X subjectief is vrijgesteld van vennootschapsbelasting ten aanzien van voorgenomen investeringen in Nederlands vastgoed. X wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. X komt in aanmerking voor de subjectieve vrijstelling zoals neergelegd in artikel 5, eerste lid, onderdeel b juncto het derde lid, onderdeel a van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260331-rulov-000011
X heeft verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of X subjectief is vrijgesteld van vennootschapsbelasting ten aanzien van voorgenomen investeringen in Nederlands vastgoed. X wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030. X komt in aanmerking voor de subjectieve vrijstelling zoals neergelegd in artikel 5, eerste lid, onderdeel b juncto het derde lid, onderdeel a van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260331-atr-000003
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de afwezigheid van een vaste inrichting voor de vennootschapsbelasting in Nederland. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. Gelet op artikel 3, vierde lid, onderdeel a van de Wet Vpb in combinatie met de relevante bepalingen van het verdrag tussen Nederland en verdragsland A oefent X haar onderneming niet uit met behulp van een vaste inrichting in Nederland voor de toepassing van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 november 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260331-atr-000008
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een buitenlandse rechtsvorm naar Nederlandse fiscale maatstaven. Men wenst zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029. X is naar Nederlandse fiscale maatstaven transparant. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260331-atr-000022
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een buitenlandse rechtsvorm naar Nederlandse fiscale maatstaven, de toepassing van de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting, de vraag of er sprake is van belastingplicht voor de conditionele bronbelasting op dividenden en de toepassing van de deelnemingsvrijstelling voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de jaren 2024 tot en met 2028. 1. Y is voor Nederlandse fiscale maatstaven niet-transparant. 2. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van de Nederlandse vennootschappen aan de aandeelhouders geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door de betreffende Nederlandse vennootschap dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. 3. De aandeelhouders zijn niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van dividenden betaald door de Nederlandse vennootschappen aan de aandeelhouders op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. 4. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op de belangen van de Nederlandse vennootschappen in de deelnemingen. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028.
-
rul-20260331-apa-000018
X heeft een bilateraal verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over verrekenprijzen voor de boekjaren 2023 tot en met 2027, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2022. De bevoegde autoriteiten hebben overeenstemming bereikt over de arm’s-lengthbeloning voor de transacties. Deze overeenstemming is vervolgens uitgewerkt en geformaliseerd in een vaststellingsovereenkomst tussen de Belastingdienst en X. In de vaststellingsovereenkomst is de vergoeding voor het gebruik van de immateriële activa (transactie 1) door Y uitgedrukt in een percentage van de netto omzet en vastgesteld op [3% - 6%]. De bevoegde autoriteiten zijn met betrekking tot transactie 2 overeengekomen dat een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van [2% - 3%] van de inkoopwaarde at arms-length is. In de vaststellingsovereenkomst is opgenomen dat voor transactie 3 een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de relevante operationele kosten van X at arm’s-length is. Het gehanteerde percentage valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde partijen waarvan de lower quartile 3,05% bedraagt en de upper quartile 13,37%. De bevoegde autoriteiten zijn een percentage nabij de mediaan overeengekomen. In de vaststellingsovereenkomst is opgenomen dat voor transactie 4 een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de totale operationele fabricagekosten van Y at arm’s-length is. Het gehanteerde percentage valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde partijen waarvan de lower quartile 3,25% bedraagt en de upper quartile 6,45%. De bevoegde autoriteiten zijn een percentage nabij de mediaan overeengekomen. In de vaststellingsovereenkomst is opgenomen dat voor transactie 5 een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de relevante netto-omzet van Y at arm’s-length is. Het gehanteerde percentage valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde partijen waarvan de lower quartile 1,13% bedraagt en de upper quartile 4,50%. De bevoegde autoriteiten zijn een percentage boven de mediaan overeengekomen. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2027.
-
rul-20260331-apa-000012
X heeft een bilateraal verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over verrekenprijzen voor de boekjaren 2019/2020 tot en met 2026/2027. Er is tevens verzocht om de overeen te komen fiscale behandeling ook van toepassing te laten zijn op de boekjaren 2017/2018 en 2018/2019. De aangiften vennootschapsbelasting zijn inmiddels ingediend tot en met boekjaar 2022/2023. De bevoegde autoriteiten hebben overeenstemming bereikt over de arm’s- lengthbeloning voor de activiteiten van X. Deze overeenstemming is vervolgens uitgewerkt en geformaliseerd in een vaststellingsovereenkomst tussen de Belastingdienst en X. Partijen hebben vastgesteld dat voor transactie 1 en 2 gezamenlijk een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de omzet van X, respectievelijk een percentage van de omzet van Y die ziet op de verkoop van producten en diensten waarvoor X marketing- en ondersteunende diensten heeft verricht aan Y, at arm's-length is. Het gehanteerde percentage valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde partijen waarvan de lower quartile 1,3% bedraagt en de upper quartile 4,6%. De bevoegde autoriteiten zijn een punt boven de mediaan overeengekomen (met een op basis van de feiten en omstandigheden passende beperkte afwijking van het werkelijke resultaat ten opzichte van het gebudgetteerde resultaat waarbij transactie 1 en 2 gezamenlijk worden getest). Partijen hebben vastgesteld dat voor transactie 3 een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de relevante operationele kosten van X at arm's-length is. Het gehanteerde percentage valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde partijen waarvan de lower quartile 5,4% bedraagt en de upper quartile 10,6%. De bevoegde autoriteiten zijn een punt nabij de mediaan overeengekomen (met een op basis van de feiten en omstandigheden passende beperkte afwijking van het werkelijke resultaat ten opzichte van het gebudgetteerde resultaat). Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 juli 2019 tot en met 30 juni 2027 en is van overeenkomstige toepassing voor de boekjaren 2017/2018 en 2018/2019. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de aangiften vennootschapsbelasting reeds zijn ingediend tot en met het boekjaar 2022/2023.
-
rul-20260331-ibox-000021
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2019 tot en met 2028. De aangiften vennootschapsbelasting zijn inmiddels ingediend tot en met 2023. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028 en is van overeenkomstige toepassing in de jaren 2019 tot en met 2023, waarvoor de aangiften vennootschapsbelasting reeds zijn ingediend.
-
rul-20260331-ibox-000016
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2025 tot en met 2029, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2024. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260331-ibox-000009
X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2023 tot en met 2029, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2024, welke is vervallen als gevolg van een wezenlijke wijziging van feiten en omstandigheden per 1 januari 2023. De aangiften vennootschapsbelasting zijn inmiddels ingediend tot en met 2024. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029 en is van overeenkomstige toepassing in de jaren 2023 en 2024, waarvoor de aangiften vennootschapsbelasting reeds zijn ingediend.
-
rul-20260331-ibox-000002
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2021 tot en met 2029. De aangiften vennootschapsbelasting zijn inmiddels ingediend tot en met 2024. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029 en is van overeenkomstige toepassing in de jaren 2021 tot en met 2024, waarvoor de aangiften vennootschapsbelasting reeds zijn ingediend.
-
rul-20260331-ibox-000024
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2025 tot en met 2029, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2024. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260324-ibox-000008
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2020 tot en met 2027, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2019. De aangiften vennootschapsbelasting zijn inmiddels ingediend tot en met 2023. Het verzoek is wegens gebrek aan informatie buiten behandeling gesteld. Er is geen zekerheid vooraf gegeven.
-
rul-20260324-ibox-000001
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2023 tot en met 2028, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2022. De aangiften vennootschapsbelasting zijn inmiddels ingediend tot en met 2023. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028 en is van overeenkomstige toepassing voor het jaar 2023, waarvoor de aangifte vennootschapsbelasting reeds is ingediend.
-
rul-20260324-apa-000006
X heeft een verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over verrekenprijzen voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Er is geen zekerheid vooraf gegeven.
-
rul-20260324-apa-000005
X heeft een verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over verrekenprijzen voor de boekjaren 2023 en 2024. Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen omdat geen sprake (meer) is van vooroverleg als bedoeld in het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Het verzoek is buiten behandeling gesteld. Volledigheidshalve wordt nog opgemerkt dat de genoemde transactie in beginsel zal worden beoordeeld in het kader van de reguliere behandeling van de aangifte Vpb.
-
rul-20260324-apa-000002
X heeft een verzoek ingediend om zekerheid vooraf te verkrijgen over verrekenprijzen voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Partijen hebben vastgesteld dat voor de routinematige productieactiviteiten van Y een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de operationele kosten at arm's-length is. Het gehanteerde percentage valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde partijen waarvan de lower quartile 4,0% bedraagt en de upper quartile 11,66%. In de vaststellingsovereenkomst is een punt nabij de mediaan gehanteerd. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260324-atr-000004
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op het belang van X in Y. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260324-atr-000003
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een commanditaire vennootschap, de toepassing van de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting, de inhoudingsplicht voor de dividendbelasting, en de afwezigheid van een kwalificerende eenheid voor de conditionele bronbelasting. Men wenst zekerheid vooraf voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Op grond van het voorgaande is het volgende geconcludeerd: 1. X is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. 2. De buitenlandse commanditaire vennoten van X zijn buitenlands belastingplichtig in Nederland en worden als gerechtigde in X geacht Nederlands inkomen te genieten. 3. De buitenlandse commanditaire vennoten van Z zijn niet buitenlands belastingplichtig in Nederland. 4. Y kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid, van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. 5. Er is ten aanzien van de investeerders die direct óf via Z investeren in Y, geen sprake van een kwalificerende eenheid voor toepassing van de Wet BB. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 oktober 2025 tot en met 31 december 2029. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de Belastingdienst en X ook overeenstemming hebben bereikt over aspecten die niet vallen onder het bereik van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Het betreft hier de deelnemingsvrijstelling en de inhoudingsvrijstelling, beiden in de nationale situatie.
-
rul-20260311-atr-000002
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een buitenlandse rechtsvorm naar Nederlandse fiscale maatstaven. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. X is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. Dit is vastgelegd in een vaststellingovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260311-apa-000011
X heeft een bilateraal verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over verrekenprijzen voor de boekjaren 2025 tot en met 2029, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2024. De bevoegde autoriteiten hebben overeenstemming bereikt over de hoogte van de beloning voor de door A, B, C en de vaste inrichting van X uitgeoefende activiteiten. Deze overeenstemming is vervolgens uitgewerkt en geformaliseerd in een vaststellingsovereenkomst tussen de Belastingdienst en X. De bevoegde autoriteiten zijn overeengekomen dat voor de verkoopactiviteiten van A een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de omzet van A at arm’s-length is. Het percentage dat in de overeenkomst is opgenomen valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde vergelijkbare partijen waarvan de lower quartile 1,8% bedraagt en de upper quartile 4,7%. Vanwege de specifieke feiten en omstandigheden is een percentage boven de mediaan in de vaststellingsovereenkomst gehanteerd. De bevoegde autoriteiten zijn overeengekomen dat voor de ondersteunende administratieve en managementdiensten van B aan X een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de operationele kosten van B at arm’s-length is. De bevoegde autoriteiten zijn overeengekomen dat voor de exportdiensten van C ten behoeve van X een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de operationele kosten at arm's- length is. Het percentage dat in de overeenkomst is opgenomen valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde vergelijkbare partijen waarvan de lower quartile 0,96% bedraagt en de upper quartile 5,72%. Vanwege de specifieke feiten en omstandigheden is een percentage boven de mediaan in de vaststellingsovereenkomst gehanteerd. De bevoegde autoriteiten zijn overeengekomen dat op basis van de karakterisering als diensten met beperkte toegevoegde waarde voor de administratieve activiteiten van de vaste inrichting van X een transactional net margin van 5% van de operationele kosten die daaraan zijn toe te rekenen, at arm’s-length is. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260311-apa-000006
X heeft een verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over verrekenprijzen voor de boekjaren 2025 tot en met 2029, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2024. Partijen hebben vastgesteld dat voor de verkoop- en marketingactiviteiten van de gelieerde verkoopentiteiten een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de omzet at arm's-length is. Het percentage dat in de overeenkomst is opgenomen valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde vergelijkbare partijen waarvan de lower quartile 3,1% bedraagt en de upper quartile 8,76%. In de vaststellingsovereenkomst is de mediaan gehanteerd. Partijen hebben vastgesteld dat voor de inkoop-, assemblage- en logistieke activiteiten van Y een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de relevante kosten at arm's-length is. Het percentage dat in de overeenkomst is opgenomen valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde vergelijkbare partijen waarvan de lower quartile 2,3% bedraagt en de upper quartile 8,8%. In de vaststellingsovereenkomst is de mediaan gehanteerd. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260311-atr-000013
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een buitenlandse rechtsvorm naar Nederlandse fiscale maatstaven. Meer specifiek wil men de zekerheid dat de buitenlandse rechtsvorm niet kwalificeert als fonds voor gemene rekening. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. X wordt voor de toepassing van de Nederlandse belastingwet niet aangemerkt als een fonds voor gemene rekening. X is voor toepassing van de Nederlandse belastingwet transparant. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260311-atr-000008
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling en de buitenlandse belastingplicht in de vennootschapsbelasting, over de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting en over de conditionele bronbelasting op dividenden Men wenst zekerheid voor de jaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak. 1. De deelnemingsvrijstelling is van toepassing op de belangen van X, Y en Z in de relevante deelnemingen. 2. A is niet buitenlands belastingplichtig op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel b van de Wet Vpb. 3. Gelet op artikel 4, tweede lid, van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan A geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid, van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. 4. A is niet belastingplichtig ten aanzien van de voordelen in de vorm van dividenden betaald door X aan A op grond van artikel 2.1 van de Wet BB. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
-
rul-20260311-ibox-000004
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2023 tot en met 2028, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2022. De aangiften vennootschapsbelasting zijn inmiddels ingediend tot en met 2023. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028, en is van overeenkomstige toepassing in het jaar 2023, waarvoor de aangifte vennootschapsbelasting reeds is ingediend.
-
rul-20260311-ibox-000003
De fiscale eenheid Y heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox bij haar concernonderdeel X. Het verzoek betreft de periode 2025 tot en met 2029, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2024. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox voor de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260311-ibox-000001
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2023 tot en met 2028, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2022. De aangiften vennootschapsbelasting zijn inmiddels ingediend tot en met 2023. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028, en is van overeenkomstige toepassing in het jaar 2023, waarvoor de aangifte vennootschapsbelasting reeds is ingediend.
-
rul-20260311-apa-000014
X heeft een bilateraal verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over verrekenprijzen voor de boekjaren 2021 tot en met 2025. De bevoegde autoriteiten hebben overeenstemming bereikt over de arm’s- lengthbeloning voor transactie 1 tot en met 4. Deze overeenstemming is vervolgens uitgewerkt en geformaliseerd in een vaststellingsovereenkomst tussen de Belastingdienst en X. De bevoegde autoriteiten zijn overeengekomen dat de waardering heeft geleid tot een arm’s-lengthvergoeding voor transactie 1. De waarde is vastgesteld op [€ 5 miljoen - € 10 miljoen]. De bevoegde autoriteiten zijn overeengekomen dat voor transactie 2 tot en met 4 een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de totale kosten at arm's- length is. Voor transactie 2 valt het gehanteerde percentage binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde partijen waarvan de lower quartile 5,89% bedraagt en de upper quartile 44,54%. Voor transactie 3 valt het gehanteerde percentage binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde partijen waarvan de lower quartile 2,22% bedraagt en de upper quartile 7,89%. Voor transactie 4 valt het gehanteerde percentage binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde partijen waarvan de lower quartile 2,77% bedraagt en de upper quartile 25,78%. De bevoegde autoriteiten zijn een percentage op basis van een gewogen gemiddelde van de mediaan overeengekomen. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2025.
-
rul-20260317-atr-000002
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een commanditaire vennootschap, de toepassing van de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting, de inhoudingsplicht voor de dividendbelasting, en de afwezigheid van een kwalificerende eenheid voor de conditionele bronbelasting. Men wenst zekerheid vooraf voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Op grond van het voorgaande is het volgende geconcludeerd: 1. X is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. 2. De buitenlandse commanditaire vennoten van X zijn buitenlands belastingplichtig in Nederland en worden als gerechtigde in X geacht Nederlands inkomen te genieten. 3. De buitenlandse commanditaire vennoten van Z zijn niet buitenlands belastingplichtig in Nederland. 4. Y kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid, van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. 5. Er is ten aanzien van de investeerders die direct óf via Z investeren in Y, geen sprake van een kwalificerende eenheid voor toepassing van de Wet BB. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 27 oktober 2025 tot en met 31 december 2029. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de Belastingdienst en X ook overeenstemming hebben bereikt over aspecten die niet vallen onder het bereik van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Het betreft hier de deelnemingsvrijstelling en de inhoudingsvrijstelling, beiden in de nationale situatie.
-
rul-20260311-ibox-000012
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2023/2024 tot en met 2024/2025, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2022/2023. De aangiften vennootschapsbelasting zijn inmiddels ingediend tot en met 2023/2024. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 juli 2024 tot en met 30 juni 2025 en is van overeenkomstige toepassing in het jaar 2023/2024 waarvoor de aangifte vennootschapsbelasting al is ingediend.
-
rul-20260311-ibox-000009
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2023 tot en met 2028, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2022. De aangiften vennootschapsbelasting zijn inmiddels ingediend tot en met 2023. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028, en is van overeenkomstige toepassing in het jaar 2023, waarvoor de aangifte vennootschapsbelasting reeds is ingediend.
-
rul-20260311-ibox-000007
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2023 tot en met 2029, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2022. De aangiften vennootschapsbelasting zijn inmiddels ingediend tot en met 2024. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029 en is van overeenkomstige toepassing in de jaren 2023 tot en met 2024, waarvoor de aangiften vennootschapsbelasting reeds zijn ingediend.
-
rul-20260311-ibox-000005
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2025 tot en met 2029, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2024. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260317-atr-000008
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een commanditaire vennootschap, de toepassing van de buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting, de inhoudingsplicht voor de dividendbelasting, en de afwezigheid van een kwalificerende eenheid voor de conditionele bronbelasting. Men wenst zekerheid vooraf voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Op grond van het voorgaande is het volgende geconcludeerd: 1. X is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant. 2. De buitenlandse commanditaire vennoten van X zijn buitenlands belastingplichtig in Nederland en worden als gerechtigde in X geacht Nederlands inkomen te genieten. 3. De buitenlandse commanditaire vennoten van Z zijn niet buitenlands belastingplichtig in Nederland. 4. Y kwalificeert niet als houdstercoöperatie in de zin van artikel 1, achtste lid, van de Wet DB en er is om die reden geen inhoudingsplicht voor de dividendbelasting. 5. Er is ten aanzien van de investeerders die direct óf via Z investeren in Y, geen sprake van een kwalificerende eenheid voor toepassing van de Wet BB. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 27 oktober 2025 tot en met 31 december 2029. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de Belastingdienst en X ook overeenstemming hebben bereikt over aspecten die niet vallen onder het bereik van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Het betreft hier de deelnemingsvrijstelling en de inhoudingsvrijstelling, beiden in de nationale situatie.
-
rul-%2020260317-rulov-000001
X heeft verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of resultaten uit investeringen in bepaalde geldmarktfondsen voor de toepassing van artikel 15b, tweede lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) aangemerkt kunnen worden als renten ter zake van een geldlening. Men wenst zekerheid voor de jaren 2021 tot en met 2028. De aangiften vennootschapsbelasting zijn inmiddels ingediend tot en met 2023. De investeringen in MMF’s die voldoen aan EU-verordening 2017/1131 kwalificeren als een met een overeenkomst van geldlening vergelijkbare overeenkomst. In het kader van artikel 15b, tweede lid jo artikel 15b, zesde lid, onderdeel a, van de Wet Vpb worden de resultaten behaald met deze MMF’s voor de toepassing van artikel 15b van de Wet Vpb aangemerkt als renten ter zake van een geldlening. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028 en is van overeenkomstige toepassing in de jaren 2021 tot en met 2023, waarvoor de aangiften vennootschapsbelasting al zijn ingediend.
-
rul-20260317-ibox-000007
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de gebroken boekjaren 2025/2026 tot en met 2029/2030, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met boekjaar 2024/2025. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 oktober 2025 tot en met 30 september 2030.
-
rul-20260317-ibox-000004
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2023 tot en met 2027, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2022. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2027.
-
rul-20260303-atr-000006
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een buitenlands samenwerkingsverband naar Nederlandse fiscale maatstaven. Verder is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting van toepassing is. Dit in navolging van een eerdere overeenkomst die, als gevolg van gewijzigde wet- en regelgeving met betrekking tot de kwalificatie van het buitenlandse samenwerkingsverband, is komen te vervallen. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029. Y kwalificeert voor Nederlandse fiscale maatstaven als transparant. Gelet op artikel 4, tweede lid van de Wet DB is ter zake van winstuitkeringen van X aan Z geen Nederlandse dividendbelasting verschuldigd. Conform artikel 4, elfde lid van de Wet DB dient binnen een maand na het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, verklaard te worden door X dat aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.
-
rul-20260303-atr-000004
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de deelnemingsvrijstelling voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2026 tot en met 2030. Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Het voorgaande zal in beginsel worden beoordeeld in het kader van het reguliere toezicht.
-
rul-20260303-ibox-000007
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 21 juni 2023 tot en met 31 december 2028, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 31 december 2023, welke per 21 juni 2023 is vervallen als gevolg van een wezenlijke verandering is de feiten. De aangiften vennootschapsbelasting zijn inmiddels ingediend tot en met 2023. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028 en is van overeenkomstige toepassing in de periode 21 juni tot en met 31 december 2023, waarvoor de aangifte vennootschapsbelasting reeds is ingediend.
-
rul-20260303-ibox-000003
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2023 tot en met 2028. De aangiften vennootschapsbelasting zijn inmiddels ingediend tot en met 2023. De Belastingdienst is in het vooroverleg tot de conclusie gekomen dat aan de eisen voor de gevraagde toepassing van de innovatiebox is voldaan. Er is overeenstemming bereikt over de toepassing van de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028 en is van overeenkomstige toepassing in het jaar 2023, waarvoor de aangifte vennootschapsbelasting reeds is ingediend.
-
rul-%2020260303-rulov-000002
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of X kwalificeert als buitenlands belastingplichtige voor de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb). Het verzoek ziet op de jaren 2023 tot en met 2027. X is vergelijkbaar met een Nederlandse publiekrechtelijke rechtspersoon en drijft geen materiële onderneming in Nederland als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Wet Vpb. X is dientengevolge niet buitenlands belastingplichtig in de zin van artikel 3, eerste lid, van de Wet Vpb voor haar Nederlands inkomen uit (vastgoed)beleggingen. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2027.