rul-20260311-atr-000002

Aanleiding

Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een buitenlandse rechtsvorm naar Nederlandse fiscale maatstaven. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029.

Feiten

X is een lichaam met een rechtsvorm die wordt beheerst door het recht van een lidstaat van de Europese Unie (EU), waarmee Nederland een belastingverdrag heeft gesloten (verdragsland A). X heeft een rechtsvorm die voorkomt op de rechtsvormenlijst bij het Besluit vergelijking buitenlandse rechtsvormen waarvan het rechtsvermoeden luidt dat de rechtsvorm vergelijkbaar is met een Nederlandse commanditaire vennootschap. Het buitenlandse recht, waardoor X wordt beheerst, is niet (wezenlijk) gewijzigd ten opzichte van het buitenlandse recht in het kwalificatiejaar op de rechtsvormenlijst.

X houdt in Nederland vastgoed aan.

De commanditaire vennoot van X, Y, is een vennootschap opgericht naar het recht van en feitelijk gevestigd in verdragsland A. De beherend vennoot van X, Z, is een besloten vennootschap opgericht naar het recht van en feitelijk gevestigd in verdragsland A. De activiteiten van X zijn gericht op het behalen van beleggingsvoordelen voor slechts één deelgerechtigde, zijnde Y. Z deelt niet in de beleggingsvoordelen van X. Z ontvangt wel een vaste jaarlijkse managementvergoeding.

Rechtskader

Het verzoek om zekerheid vooraf ziet op de kwalificatie van X naar Nederlandse fiscale maatstaven. Buitenlandse rechtsvormen worden gekwalificeerd aan de hand van het Besluit vergelijking buitenlandse rechtsvormen. Het hiervoor aangehaalde besluit geeft uitvoering aan de (onder andere) in artikel 1a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) opgenomen rechtsvormvergelijkingsmethode.

Voor de kwalificatie van een buitenlandse rechtsvorm als vergelijkbaar met een fonds voor gemene rekening of transparant fonds als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Wet Vpb respectievelijk artikel 2.14bis, zevende lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB) zijn het Fondsenbesluit en het Fondsenbesluit 2025 relevant.

Relevant is het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter. Tevens is van belang de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen).

Overwegingen

1. In paragraaf 3, onderdeel a, van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter is aangegeven dat toegang tot het vooroverleg ter verkrijging van zekerheid vooraf in de vorm van een ruling met een internationaal karakter is voorbehouden voor situaties waarin sprake is van voldoende economische nexus in Nederland. Deze bepaling inzake de economische nexus is in dit geval niet van toepassing, omdat het gaat om de kwalificatie van een buitenlandse rechtsvorm. De kwalificatie van X is wel van belang voor de Nederlandse belastingheffing.

2. Het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting is niet de enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties, en evenmin heeft de gevraagde zekerheid vooraf betrekking op de fiscale gevolgen van directe transacties met entiteiten die zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.

3. Het Besluit vergelijking buitenlandse rechtsvormen en de daarbij als bijlage opgenomen rechtsvormenlijst zijn in het kader van de kwalificatie van X relevant. De rechtsvorm van X is opgenomen op de rechtsvormenlijst als buitenlandse rechtsvorm waarvan wordt vermoed dat de rechtsvorm vergelijkbaar is met een Nederlandse commanditaire vennootschap. Zoals in de toelichting bij het Besluit vergelijking buitenlandse rechtsvormen opgenomen geeft de indicatie op de lijst in verreweg de meeste gevallen duidelijkheid en zekerheid. In het kader van vooroverleg wordt uitgegaan van het rechtsvermoeden. Er geldt een voorbehoud voor een wezenlijke wijziging in het buitenlandse recht van de staat waardoor de rechtsvorm wordt beheerst ten opzichte van het moment van kwalificatie. In de feiten is opgemerkt dat van een wezenlijke wetswijziging geen sprake is.

4. Van de kwalificatie in overeenstemming met de rechtsvormenlijst wordt ook afgeweken indien de buitenlandse rechtsvorm als vergelijkbaar met een fonds voor gemene rekening of transparant fonds als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Wet Vpb respectievelijk artikel 2.14bis, zevende lid, van de Wet IB wordt aangemerkt.

5. Om te kwalificeren als fonds voor gemene rekening dient X (materieel) te worden aangemerkt als beleggingsfonds in de zin van artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht (Wft). Relevant daarbij zijn het Fondsenbesluit en het Fondsenbesluit 2025 en de daarin opgenomen voorwaarden. Eén van de vereisten om te kwalificeren als een fonds voor gemene rekening of transparant fonds is dat sprake is van het beleggen ‘voor gemene rekening’. Zoals in de feiten is opgemerkt, is in het gegeven geval geen sprake van beleggen ‘voor gemene rekening’ in de zin van onderdeel 3.1 van het Fondsenbesluit en onderdeel 3.2 van het Fondsenbesluit 2025. Alleen Y deelt in de beleggingsvoordelen van X. Derhalve kwalificeert X niet als een fonds voor gemene rekening.

6. Op grond van het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat X voor de toepassing van de Nederlandse belastingwet wordt aangemerkt als transparant.

Conclusie

X is voor Nederlandse fiscale maatstaven transparant.

Dit is vastgelegd in een vaststellingovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.

Bron: Rulings Belastingdienst

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Belang: