rul-20260311-apa-000006

Aanleiding

X heeft een verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over verrekenprijzen voor de boekjaren 2025 tot en met 2029, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2024.

Feiten

X is een in Nederland gevestigde vennootschap en hoofdkantoor van de Z-groep met [76 – 150] personeelsleden in Nederland. De Z-groep is een internationaal opererende groep in de industriële sector. Onderdeel van de Z-groep zijn de buiten de Europese Unie gevestigde dochtermaatschappij Y en gelieerde Europese verkoopentiteiten. Y verricht inkoop-, assemblage- en logistieke diensten ten behoeve van X en de gelieerde Europese verkoopentiteiten verrichten verkoop- en marketingactiviteiten ten behoeve van X.

X verricht de belangrijkste kernfuncties van de Z-groep zoals de ontwikkeling van de producten en het bepalen van de strategie met betrekking tot de verkoop en marketing. X is de eigenaar van alle immateriële activa van de groep. Voorts draagt X de belangrijkste ondernemersrisico’s en functioneert X als de principaal binnen de groep.

De gelieerde verkoopmaatschappijen zijn verantwoordelijk voor de verkoop van producten in een bepaald territoriaal gebied. De gelieerde verkoopmaatschappijen zijn geen eigenaar van immateriële activa en dragen slechts beperkte risico's.

Y is een routinematige dienstverlener, is geen eigenaar van waardevolle activa en draagt slechts beperkte risico’s.

De zekerheid vooraf heeft betrekking op de arm’s-lengthbeloning van de verkoop- en marketingactiviteiten van de gelieerde verkoopmaatschappijen en de inkoop-, assemblage- en logistieke diensten van Y.

Rechtskader

Het verzoek van X ziet op het verkrijgen van zekerheid vooraf over de vaststelling van een zakelijke beloning (een arm’s-lengthbeloning). Het arm’s-lengthbeginsel is in Nederland gecodificeerd in artikel 8b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) en in het OESO-modelverdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing in artikel 9. In het OESO- commentaar op artikel 9 van het OESO-modelverdrag en de Transfer Pricing Guidelines for Multinational Enterprises and Tax Administrations (OESO-richtlijnen) wordt het arm’s- lengthbeginsel van een nadere invulling voorzien. Relevant in dit kader is het Verrekenprijsbesluit 2022.

Voorts zijn relevant het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de

kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter, en de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen).

Overwegingen

1. X oefent in Nederland bedrijfseconomische operationele activiteiten uit (de zogenoemde economische nexus) en voorts worden de bedrijfseconomische operationele activiteiten voor rekening en risico van X uitgeoefend. Deze activiteiten passen bij de functie van het lichaam binnen het concern. Aanvullend is het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting niet de enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties, en heeft de gevraagde zekerheid vooraf geen betrekking op de fiscale gevolgen van directe transacties met gelieerde entiteiten die zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.

2. De OESO-richtlijnen beschrijven dat een arm’s-lengthbeloning wordt bepaald door middel van een vergelijkbaarheidsanalyse met onafhankelijke partijen. Daarbij dienen de functies, activa en gelopen risico’s van partijen te worden meegewogen. Binnen de gelieerde transacties zijn de functies van de gelieerde verkoopmaatschappijen en Y in vergelijking met die van X als uitvoerend te beschouwen. De gelieerde verkoopmaatschappijen en Y kunnen daarom worden beschouwd als de minst complexe partijen in de gelieerde transacties en zijn derhalve aangemerkt als tested party.

3. De OESO-richtlijnen beschrijven een beperkt aantal methoden voor het bepalen van de arm's- lengthresultaten. Als deze aanwezig is, geeft de comparable uncontrolled price (CUP) methode de best mogelijke indicatie van de zakelijkheid van de gehanteerde prijzen. Niet is gebleken dat voor de verkoop- en marketingactiviteiten van de gelieerde verkoopmaatschappijen en de inkoop-, assemblage- en logistieke diensten van Y een CUP aanwezig is. Andere traditionele methoden gaan uit van de vergelijking van de brutomarges van vergelijkbare ongelieerde partijen met de tested party. De bepaling van de brutomarge is mede afhankelijk van kostenrubricering en van de vergelijkbare partijen is die onbekend. Daardoor geeft een vergelijking op het niveau van de netto operationele marges (Transactional Net Margin Method) een betrouwbaardere uitkomst. Ten aanzien van de verkoop- en marketingactiviteiten van de gelieerde verkoopmaatschappijen is de omzet gekozen als maatstaf omdat de omzet de relevante indicator is voor de waarde van de uitgeoefende verkoop- en marketingfuncties, gebruikte activa en gedragen risico’s door de gelieerde verkoopmaatschappijen. Ten aanzien van de inkoop-, assemblage- en logistieke diensten zijn de relevante kosten gekozen als maatstaf omdat de relevante kosten de relevante indicator zijn voor de waarde van de uitgeoefende functies, gebruikte activa en gedragen risico’s door Y.

4. De bij het verzoek gevoegde benchmark studies zijn beoordeeld en passend bevonden bij de functies, activa en risico's van de gelieerde verkoopmaatschappijen en Y.

Conclusie

Partijen hebben vastgesteld dat voor de verkoop- en marketingactiviteiten van de gelieerde verkoopentiteiten een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de omzet at arm's-length is. Het percentage dat in de overeenkomst is opgenomen valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde vergelijkbare partijen waarvan de lower quartile 3,1% bedraagt en de upper quartile 8,76%. In de vaststellingsovereenkomst is de mediaan gehanteerd.

Partijen hebben vastgesteld dat voor de inkoop-, assemblage- en logistieke activiteiten van Y een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de relevante kosten at arm's-length is. Het percentage dat in de overeenkomst is opgenomen valt binnen een interquartile range van

resultaten van ongelieerde vergelijkbare partijen waarvan de lower quartile 2,3% bedraagt en de upper quartile 8,8%. In de vaststellingsovereenkomst is de mediaan gehanteerd.

Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.

Bron: Rulings Belastingdienst

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *