rul-20260707-atr-000012

Aanleiding

Er is verzocht om zekerheid vooraf over de fiscale vestigingsplaats van een vennootschap en toepassing van de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029.

Feiten

X is een vennootschap opgericht naar het recht van en feitelijk gevestigd in Nederland. X behoort tot een groep in de dienstverlenende sector. In Nederland worden door de tot het concern behorende vennootschappen activiteiten uitgeoefend door [1 – 10] werknemers. De aandelen in X worden gehouden door Y.

Y is een vennootschap opgericht naar het recht van Nederland en mogelijk feitelijk gevestigd in een ander land, zijnde een lidstaat van de Europese Unie (EU). Y is voor 100% in handen van een natuurlijk persoon (DGA), woonachtig in dezelfde EU-lidstaat.

Het verzoek is ingetrokken.

Rechtskader

Het verzoek om zekerheid vooraf ziet op de fiscale vestigingsplaats van Y. Tevens wordt zekerheid vooraf gevraagd over toepassing van de inhoudingsvrijstelling als bedoeld in artikel 4, tweede lid en verder van de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB). Deze zekerheid wordt gevraagd voor uitkeringen van X aan Y.

Relevant is het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter. Tevens is de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen) van belang.

Overwegingen

1. Op basis van de aangeleverde feiten lijkt het verzoek op voorhand aan de voorwaarden voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zoals genoemd in het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter te voldoen. Om die reden is het verzoek in eerste instantie in behandeling genomen.

2. Voor de verdere behandeling van de het verzoek heeft de Belastingdienst nadere vragen gesteld over het verzoek en additionele informatie opgevraagd. X heeft vervolgens besloten om het verzoek in te trekken. Het verzoek is daarom niet verder inhoudelijk beoordeeld.

Conclusie

Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen.

Het voorgaande zal in beginsel worden beoordeeld in het kader van het reguliere toezicht.

Bron: Rulings Belastingdienst

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *