Aanleiding
Er is door X een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van een aantal specifieke gevolgen van een voorgenomen verplaatsing van haar feitelijke leiding naar het buitenland.
Feiten
X is een rechtspersoon opgericht naar het recht van en feitelijk gevestigd in Nederland. Enig aandeelhouder van X is Y. Y is een rechtspersoon opgericht naar het recht van en feitelijk gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie (EU). De aandelen in Y worden gehouden door natuurlijke personen woonachtig in dezelfde EU-lidstaat. X houdt lidmaatschapsrechten in een coöperatie opgericht naar het recht van Nederland en feitelijk hier gevestigd, zijnde Z. Z is actief in de medische sector.
Rechtskader
Het verzoek van X ziet op zekerheid vooraf over de gevolgen van de voorgenomen verplaatsing van haar feitelijke leiding. Specifiek wenst zij zekerheid over de toepassing van artikel 15c dan wel 15d van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Ook wenst zij zekerheid dat de voorgenomen verplaatsing geen belastbaar feit vormt voor de Wet op de dividendbelasting 1965. Relevant is het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter. Tevens is de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen) van belang.
Overwegingen
Om het verzoek (verder) te kunnen behandelen heeft de Belastingdienst gevraagd voor additionele informatie. Ondanks herhaaldelijke verzoeken heeft X deze informatie niet verstrekt. Het verzoek is daarom buiten behandeling gesteld.
Conclusie
Er is geen zekerheid vooraf gegeven omdat het verzoek buiten behandeling is gesteld. De transactie zal in beginsel in het toezicht beoordeeld worden als zij doorgaat.
Bron: Rulings Belastingdienst
Geef een reactie