rul- 20260623-rulov-000008

Aanleiding

X heeft verzocht om zekerheid vooraf over haar vestigingsplaats in het kader van haar kwalificatie naar Nederlandse fiscale maatstaven. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029.

Feiten

X is een lichaam met een rechtsvorm die wordt beheerst door het recht van een staat buiten de Europese Unie, waarmee Nederland een belastingverdrag heeft gesloten (verdragsland A).

X heeft een rechtsvorm die voorkomt op de rechtsvormenlijst bij het Besluit vergelijking buitenlandse rechtsvormen waarvan het rechtsvermoeden luidt dat de rechtsvorm niet vergelijkbaar is met een Nederlandse rechtsvorm. Het buitenlandse recht, waardoor X wordt beheerst, is niet (wezenlijk) gewijzigd ten opzichte van het buitenlandse recht in het kwalificatiejaar op de rechtsvormenlijst.

X heeft een kantoor in verdragsland A. X heeft vijf participanten. Eén van deze participanten is belastingplichtig in Nederland. De andere vier participanten zijn belastingplichtig in verdragsland A. De participanten van X werken hoofdzakelijk vanuit verdragsland A voor X. Aldaar worden ook nagenoeg alle vergaderingen gehouden en de voornaamste beslissingen genomen. In verdragsland A worden de bezittingen en de schulden alsmede de opbrengsten en kosten van X toegerekend aan haar participanten. X is niet onderworpen aan belastingheffing in verdragsland A.

Rechtskader

Het verzoek om zekerheid vooraf ziet op de vestigingsplaats van X in het kader van haar kwalificatie naar Nederlandse maatstaven. Bij deze kwalificatie zijn de vaste methode of de symmetrische methode, zoals bedoeld in onder andere artikel 3, tweede lid van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) relevant. Indien X niet is gevestigd in Nederland, is de symmetrische methode van toepassing. Op basis van de symmetrische methode kan worden vastgesteld of X naar Nederlandse fiscale maatstaven transparant is of niet. Waar een lichaam is gevestigd wordt bepaald op grond van artikel 4, eerste lid van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR).

Relevant is het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter. Tevens is van belang de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen).

Overwegingen

1. In paragraaf 3, onderdeel a van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter is aangegeven dat toegang tot het vooroverleg ter verkrijging van zekerheid vooraf in de vorm van een ruling met een internationaal karakter is voorbehouden aan situaties waarin sprake is van voldoende economische nexus in Nederland. Deze bepaling inzake de economische nexus is in dit geval niet van toepassing, omdat het gaat om de kwalificatie van een buitenlandse rechtsvorm. De kwalificatie van X is wel van belang voor de Nederlandse belastingheffing.

2. Het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting is niet de enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties, en evenmin heeft de gevraagde zekerheid vooraf betrekking op de fiscale gevolgen van directe transacties met entiteiten die zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.

3. Het Besluit vergelijking buitenlandse rechtsvormen en de daarbij als bijlage opgenomen rechtsvormenlijst zijn in het kader van de kwalificatie van X relevant. De rechtsvorm van X is opgenomen op de rechtsvormenlijst als buitenlandse rechtsvorm waarvan wordt vermoed dat de rechtsvorm niet-vergelijkbaar is met een Nederlandse rechtsvorm. Zoals in de toelichting bij het Besluit vergelijking buitenlandse rechtsvormen opgenomen geeft de indicatie op de lijst in verreweg de meeste gevallen duidelijkheid en zekerheid. Dit rechtsvermoeden biedt de basis voor het verstrekken van zekerheid vooraf. Er geldt een voorbehoud voor een wezenlijke wijziging in het buitenlandse recht van de staat waardoor de rechtsvorm wordt beheerst ten opzichte van het moment van kwalificatie. In de feiten is opgemerkt dat van een wezenlijke wetswijziging geen sprake is.

4. Aangezien er sprake is van een niet-vergelijkbare rechtsvorm wordt de Nederlandse fiscale kwalificatie bepaald aan de hand van de vaste methode indien het lichaam in Nederland gevestigd is, dan wel de symmetrische methode indien het lichaam in het buitenland gevestigd is. Waar een lichaam is gevestigd wordt vastgesteld aan de hand van artikel 4 van de AWR.

5. Op grond van artikel 4, eerste lid van de AWR wordt de vestigingsplaats van X naar de omstandigheden beoordeeld. Uit jurisprudentie blijkt dat onder andere de dagelijkse leiding een belangrijke rol speelt voor het vaststellen van de vestigingsplaats van een lichaam.

6. De vergaderingen van X worden nagenoeg altijd gehouden in verdragsland A. Aldaar worden de voornaamste beslissingen genomen ten aanzien van X. Daarnaast zijn de participanten van X hoofdzakelijk in verdragsland A werkzaam voor X. Op grond hiervan is X op basis van artikel 4, eerste lid van de AWR in verdragsland A gevestigd. Dat betekent dat X gekwalificeerd dient te worden op grond van de symmetrische methode. Het buitenlandse lichaam wordt voor Nederlandse fiscale maatstaven als niet-transparant aangemerkt indien dat buitenlandse lichaam volgens de fiscale regelgeving van een staat die dat lichaam als inwoner behandelt zelfstandig belastingplichtig is. Indien het buitenlandse lichaam zonder vergelijkbare Nederlandse rechtsvorm niet als zelfstandig belastingplichtig wordt beschouwd op grond van de hiervoor beschreven symmetrische methode, wordt het lichaam naar Nederlandse fiscale maatstaven als transparant aangemerkt.

7. X heeft aannemelijk gemaakt dat vanuit fiscaal perspectief van verdragsland A de bezittingen en schulden, alsmede de opbrengsten en kosten van X, aan haar participanten worden toegerekend. X is dus niet zelfstandig belastingplichtig in verdragsland A en als gevolg daarvan transparant naar Nederlandse fiscale maatstaven.

Conclusie

X is op grond van artikel 4, eerste lid van de AWR in verdragsland A gevestigd. Door toepassing van de symmetrische methode is X conform de fiscale behandeling in verdragsland A naar Nederlandse fiscale maatstaven transparant.

Dit is vastgelegd in een vaststellingovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.

Bron: Rulings Belastingdienst

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *