Aanleiding
X heeft een verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over verrekenprijzen voor de boekjaren 2026 tot en met 2030, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2025.
Feiten
X is een vennootschap gevestigd in Nederland met [26 – 75] personeelsleden in Nederland. X is actief in de industriële sector. De aandeelhouders van X bestaan uit een aantal vennootschappen gevestigd in Nederland en buiten de Europese Unie.
X exploiteert in Nederland gelegen materiële vaste activa en verleent daarmee diensten uitsluitend aan de aandeelhouders. X brengt aan de aandeelhouders een vergoeding in rekening voor de verleende diensten. De aandeelhouders leveren diensten aan ongelieerde afnemers en maken hierbij gebruik van de materiële vaste activa van X. De aandeelhouders brengen een vergoeding in rekening aan de ongelieerde afnemers voor het gebruik van de materiële vaste activa van X.
De gevraagde zekerheid vooraf heeft betrekking op de arm’s-lengthbeloning voor de diensten die X levert aan de aandeelhouders.
Rechtskader
Het verzoek van X ziet op het verkrijgen van zekerheid vooraf over de vaststelling van een zakelijke beloning (een arm’s-lengthbeloning). Het arm’s-lengthbeginsel is in Nederland gecodificeerd in artikel 8b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) en in het OESO-modelverdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing in artikel 9. In het OESO- commentaar op artikel 9 van het OESO-modelverdrag en de Transfer Pricing Guidelines for Multinational Enterprises and Tax Administrations (OESO-richtlijnen) wordt het arm’s- lengthbeginsel van een nadere invulling voorzien. Relevant in dit kader is het Verrekenprijsbesluit 2022.
Voorts zijn relevant het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter, en de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen).
Overwegingen
1. X oefent in Nederland bedrijfseconomische operationele activiteiten uit (de zogenoemde economische nexus) en voorts worden de bedrijfseconomische operationele activiteiten voor rekening en risico van X uitgeoefend. Deze activiteiten passen bij de functie van het
lichaam binnen het concern. Aanvullend is het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting niet de enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties, en heeft de gevraagde zekerheid vooraf geen betrekking op de fiscale gevolgen van directe transacties met gelieerde entiteiten die zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet- coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.
2. De OESO-richtlijnen beschrijven een beperkt aantal methoden voor het bepalen van de arm’s-lengthresultaten. Als deze aanwezig is, geeft de comparable uncontrolled price (CUP) methode de best mogelijke indicatie van de zakelijkheid van de gehanteerde prijzen. Voor de diensten die X levert aan de aandeelhouders is een externe CUP aangetroffen als gevolg van het feit dat aangesloten kan worden bij de door de aandeelhouders in rekening gebrachte vergoeding aan de ongelieerde afnemers.
Conclusie
Partijen hebben vastgesteld dat de vergoeding voor de geleverde diensten door X at arm’s-length is indien de door X aan de aandeelhouders voor deze activiteiten in rekening gebrachte vergoeding gelijk is aan de voor deze activiteiten aangetroffen CUP.
Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.
Bron: Rulings Belastingdienst
Geef een reactie