Aanleiding
De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2015 tot en met 2020.
Feiten
X is een industriële onderneming met [1 – 10] personeelsleden in Nederland, met een jaarlijkse omzet van [< € 1 miljoen]. In het verzoek om vooroverleg wordt verzocht om toepassing van de afpelmethode.
Rechtskader
Het verzoek van X om toepassing van de innovatiebox ziet op de artikelen 12b tot en met 12bg en 34d van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb).
Voorts zijn het besluit van 6 december 2018 (Stcrt. 2018, nr. 68661) inzake de toepassing van de innovatiebox, het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, paragraaf 3 van het Besluit Fiscaal Bestuursrecht en de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen) aan de orde.
Overwegingen
Op basis van de aangeleverde feiten lijkt het verzoek op voorhand aan de voorwaarden voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zoals genoemd in het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter te voldoen. Om die reden is het verzoek in eerste instantie in behandeling genomen.
Ondanks herhaaldelijke verzoeken heeft X onvoldoende additionele informatie verstrekt om het verzoek nader te onderbouwen. Door het gebrek aan relevante informatie kon niet worden toegekomen aan een inhoudelijke beoordeling van het verzoek. Het verzoek is derhalve buiten behandeling gesteld.
Conclusie
Het verzoek is wegens gebrek aan informatie buiten behandeling gesteld.
Er is geen zekerheid vooraf gegeven.
Bron: Rulings Belastingdienst
Geef een reactie