rul-20260203-atr-000008

Aanleiding

Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf over toepassing van de hybridemismatchmaatregelen voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029.

Feiten

X is een vennootschap opgericht naar het recht van en feitelijk gevestigd in Nederland. X behoort tot een internationaal opererend concern in de dienstverlenende sector. In Nederland worden door de tot het concern behorende vennootschappen activiteiten uitgeoefend door [1 – 10] werknemers.

Y is een buitenlands samenwerkingsverband opgericht naar het recht van een staat buiten de Europese Unie (staat A) en treedt op als hoofdkantoor van de groep. De rechtsvorm van Y is opgenomen op de rechtsvormenlijst behorende bij het Besluit vergelijking buitenlandse rechtsvormen en is vergelijkbaar met een commanditaire vennootschap. Voor doeleinden van dit verzoek wordt ervan uitgegaan dat Y transparant is naar Nederlandse fiscale maatstaven. Y kan niet aangemerkt worden als fonds voor gemene rekening, aangezien Y een materiële onderneming drijft.

Y houdt alle aandelen in X. Verder houdt Y alle aandelen in Z, een vennootschap opgericht naar het recht van en gevestigd in staat A.

Y wordt volledig gehouden door natuurlijke personen die allen fiscaal inwoner zijn van staat A.

X, Y en Z zijn onderdeel van een consolidatieregime. Voor fiscale doeleinden van staat A worden X, Y en Z als transparante lichamen aangemerkt. X wordt voor Nederlandse fiscale doeleinden als niet-transparant lichaam aangemerkt.

Het resultaat van X, Y en Z wordt toegerekend aan de natuurlijke personen die participeren in Y. Het hiervoor bedoelde resultaat wordt bij de natuurlijke personen in de lokale inkomstenbelasting betrokken, deze heffing is vergelijkbaar met de heffing over ondernemingswinsten in box 1 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001.

X levert ondersteunende marketingdiensten ten behoeve van Y. Hiervoor maakt X operationele kosten in het kader van haar bedrijfsvoering en doet daarvoor betalingen aan derden. Y vergoed de kosten van X en betaalt tevens een vergoeding aan X voor de geleverde diensten. Als gevolg van de ondersteunende marketingdiensten nemen derde partijen diensten af bij Y en Z.

Rechtskader

Het verzoek van X ziet op het verkrijgen van zekerheid vooraf dat er geen sprake is van een aftrekbeperking op grond van artikel 12aa, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb). Relevant hierbij is het besluit van 31 oktober 2022, nr. 2022-23956 (Besluit Hybridemismatches).

Relevant is het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter. Tevens is de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen) van belang.

Overwegingen

1. Het concern oefent, middels haar Nederlandse vennootschap, in Nederland bedrijfseconomische operationele activiteiten uit (de zogenoemde economische nexus). Voorts worden de relevante bedrijfseconomische operationele activiteiten voor rekening en risico van X uitgeoefend. Deze activiteiten passen bij de functies van X binnen het concern.

2. Aanvullend is het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting niet de enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties, en evenmin heeft de gevraagde zekerheid vooraf betrekking op de fiscale gevolgen van directe transacties met entiteiten die zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.

3. X levert diensten aan Y en Y betaalt daarvoor een vergoeding aan X. Y en Z leveren deze diensten vervolgens aan derden. Om deze diensten te kunnen leveren maakt X operationele kosten in het kader van haar bedrijfsvoering en doet daarvoor betalingen aan derden.

4. Artikel 12aa, eerste lid, onderdeel g, van de Wet Vpb ziet op vergoedingen, betalingen, lasten of verliezen voor zover die leiden tot een dubbele aftrek. De operationele kosten van X worden in Nederland in aftrek gebracht. Door de kwalificatie van X, Y en Z – als gevolg van het consolidatieregime van staat A – als transparante lichamen kunnen deze operationele kosten ook door de natuurlijke personen in staat A in aftrek worden gebracht. Dit betekent dat er sprake is van een dubbele aftrek.

5. Vervolgens is beoordeeld of er sprake is van dubbel in aanmerking genomen inkomen als bedoeld in artikel 12ac, eerste lid, onderdeel d van de Wet Vpb. Op grond van artikel 12aa, derde lid, van de Wet Vpb is artikel 12aa, eerste lid, onderdeel g van de Wet Vpb niet van toepassing voor zover de aftrek in mindering komt op een bedrag dat dubbel in aanmerking genomen inkomen is.

6. In het Besluit hybridemismatches is in paragraaf 6.3 een voorbeeld opgenomen wanneer sprake van dubbel in aanmerking genomen inkomen is als bedoeld in artikel 12aa, derde lid van de Wet Vpb.

7. Op basis van de feiten en omstandigheden kan worden bevestigd dat wordt voldaan aan de voorwaarden zoals opgenomen in paragraaf 6.3 van het Besluit hybridemismatches en kan er sprake zijn van dubbel in aanmerking genomen inkomen als bedoeld in artikel 12aa, derde lid van de Wet Vpb. Desgevraagd zal X aannemelijk maken dat het inkomen van X in de belastingheffing wordt betrokken bij de participanten in Y.

8. Derhalve kan het Besluit hybridemismatches worden toegepast en kan sprake zijn van dubbel in aanmerking genomen inkomen in de zin van artikel 12aa, derde lid van de Wet Vpb. Artikel 12aa, eerste lid, onderdeel g van de Wet Vpb is niet van toepassing voor zover er sprake is van dubbel in aanmerking genomen inkomen.

Conclusie

Artikel 12aa, eerste lid, onderdeel g, van de Wet Vpb is niet van toepassing ter zake van de operationele kosten van X voor zover er sprake is van dubbel in aanmerking genomen inkomen. X zal dit jaarlijks beoordelen.

Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.

Bron: Rulings Belastingdienst

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Belang: