rul-20251223-rulov-000026

Aanleiding

Er is door X een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de toepassing van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (“Wet Vpb” ) inzake een grensoverschrijdende financiering. Men wenst zekerheid voor de jaren 2023 en 2024.

Feiten

X is een rechtspersoon opgericht naar het recht van en feitelijk gevestigd in Nederland. X behoort tot een internationaal opererend concern dat actief is in de industriële sector. Het concern verricht operationele activiteiten in Nederland en beschikt over [501 – 1.000] personeelsleden.

X houdt alle aandelen in diverse vennootschappen opgericht naar het recht van en feitelijk gevestigd in Nederland. X houdt daarnaast een groot aantal deelnemingen gevestigd binnen en buiten Europa.

In 2019 is X een lening aangegaan met een groepsmaatschappij gevestigd buiten Europa welke is aangewend voor het verrichten van een dividenduitkering. In 2020 tis deze geldlening geherfinancierd binnen het concern. X heeft ultimo 2024 de geldlening afgelost uit eigen middelen en niet direct dan wel indirect geherfinancierd.

De aangiften vennootschapsbelasting 2023 en 2024 zijn ingediend tijdens de behandeling van het verzoek.

Rechtskader

Het verzoek van X om zekerheid vooraf ziet op de vraag of de grensoverschrijdende financiering onder de reikwijdte valt van de aftrekbeperking van artikel 10a, eerste lid van de Wet Vpb. Indien die vraag bevestigend beantwoord zou moeten worden is X van mening dat zij een beroep kan doen op een tegenbewijsregeling opgenomen in het derde lid van artikel 10a van de Wet Vpb.

Relevant hierbij is het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter. Voorts is van belang de Regeling laagbelastende staten en niet- coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen).

Overwegingen

Tijdens de behandeling van het verzoek zijn door X aangiften vennootschapsbelasting ingediend over de jaren 2023 en 2024. In deze aangiften zijn de transacties verwerkt waarop het verzoek voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ziet. Gelet op de indiening van de aangiften vennootschapsbelasting is er vanaf dat moment niet langer sprake van het verkrijgen van zekerheid vooraf. Het vooroverleg is daarmee beëindigd. Verdere behandeling van het verzoek is achterwege gebleven.

Conclusie

Er is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen omdat geen sprake (meer) is van vooroverleg als bedoeld in het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Het verzoek is buiten behandeling gesteld. Volledigheidshalve wordt nog opgemerkt dat de genoemde grensoverschrijdende financiering beoordeeld wordt in het kader van de reguliere behandeling van de aangiften vennootschapsbelasting.

Bron: Rulings Belastingdienst

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *