rul-20251223-rulov-000022

Aanleiding

X heeft verzocht om zekerheid vooraf dat voordelen behaald met ter tijdelijke belegging ingekochte eigen aandelen vrijgesteld zijn door toepassing van artikel 10c van de Wet op de Vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb).

Men wenst zekerheid voor de jaren 2021 tot en met 2028. De aangiften vennootschapsbelasting zijn inmiddels ingediend tot en met 2023.

Feiten

X is een vennootschap en is feitelijk gevestigd in Nederland. X behoort tot een concern dat wereldwijd actief is in de industriële sector met een hoofdkantoor in Nederland. In Nederland worden door de tot het concern behorende vennootschappen activiteiten uitgeoefend door [151 – 300] werknemers.

X heeft eigen aandelen ingekocht op de beurs in het kader van een aandelenplan ten behoeve van werknemers binnen de groep.

X levert deze aandelen aan de werknemers van binnenlandse en buitenlandse groepsvennootschappen. Zij krijgt van de groepsmaatschappijen een vergoeding die gelijk is aan de waarde van de aandelen ten tijde van levering van de aandelen aan de werknemers. Op de uitreiking of toekenning van deze aandelen aan eigen werknemers wordt artikel 10, eerste lid, onderdeel j van de Wet Vpb toegepast.

Rechtskader

Het verzoek van X ziet op het verkrijgen van zekerheid vooraf of een voordeel op ter tijdelijke belegging ingekochte aandelen, zijnde het verschil tussen de inkoopwaarde en de waarde in het economisch verkeer op het moment van levering aan de werknemers bij het bepalen van de winst buiten aanmerking mag blijven.

Hierbij is met name de toepassing van artikel 10c van de Wet Vpb en het Beleidsbesluit inkoop eigen aandelen relevant.

Relevant is het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter. Tevens is de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen) van belang.

Overwegingen

1. Het concern oefent, middels haar Nederlandse vennootschappen, in Nederland bedrijfseconomische operationele activiteiten uit (de zogenoemde economische nexus). Voorts worden de relevante bedrijfseconomische operationele activiteiten voor rekening en risico van X uitgeoefend. Deze activiteiten passen bij de functies van X binnen het concern.

2. Aanvullend is het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting niet de enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties en heeft de gevraagde zekerheid vooraf geen betrekking op de fiscale gevolgen van directe transacties met entiteiten die zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.

3. X is in Nederland gevestigd en binnenlands belastingplichtig voor de Wet Vpb.

4. Door X worden eigen aandelen ingekocht op de beurs waarna zij deze – als voldaan wordt aan bepaalde criteria – levert aan de werknemers van de binnenlandse en buitenlandse groepsvennootschappen.

5. X krijgt van de groepsmaatschappijen een vergoeding gelijk aan de waarde van de aandelen ten tijde van levering van de aandelen aan de werknemers. Dit volgt uit overeenkomsten van doorbelasting.

6. Uit de wettekst van artikel 10c van de Wet Vpb is niet aanstonds af te leiden dat de inkoop van eigen aandelen in het kader van een aandelenplan voor werknemers een kwalificerende tijdelijke belegging is. Het tweede artikellid gaat alleen in op inkoop van eigen aandelen met het oog op het nakomen van optieverplichtingen ten aanzien van werknemers.

7. De staatssecretaris geeft in onderdeel 3 van het Besluit van 9 juni 2016, nr. BLKB 2016/113M, Stcrt 2016, 31334 aan dat ook inkoop van eigen aandelen in het kader van aandelenplannen – voor zover dat niet al het geval was – onder de werking van artikel 10c van de Wet Vpb valt. Er worden dan wel enkele voorwaarden aan verbonden.

8. X voldoet aan deze voorwaarden. Zo heeft ze doen blijken dat de inkoop van aandelen plaatsvond met het oog op levering aan werknemers en heeft de Belastingdienst hiervan kort na de inkoop van de aandelen al op de hoogte gesteld. X heeft tot slot ook de vereiste verklaring zoals genoemd in onderdeel 3 van het relevante besluit afgegeven. Naar de toekomst toe dient X dit te blijven doen.

Conclusie

De ingekochte aandelen met het oog op toekenning aan werknemers kwalificeren als ingekocht ter tijdelijke belegging zoals bedoelt in artikel 10c van de Wet Vpb en de resultaten welke worden behaald met deze aandelen – zijnde het verschil tussen de inkoopprijs en waarde economisch verkeer op het moment van levering van de aandelen – is een voordeel dat buiten aanmerking blijft bij het bepalen van de fiscale winst.

Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028 en is van overeenkomstige toepassing op de jaren 2021 tot en met 2023, waarvoor de aangiften vennootschapsbelasting al zijn ingediend.

Bron: Rulings Belastingdienst

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *