rul-20251223-rulov-000019

Aanleiding

Er is een onderzoek ingesteld of X in Nederland is gevestigd en daarmee als binnenlands belastingplichtige voor de vennootschapsbelasting aangemerkt had moeten worden. Het betreft de jaren 2022 tot en met 2024.

Feiten

X is een vennootschap opgericht naar het recht van een lidstaat van de Europese Unie waarmee Nederland een belastingverdrag is overeengekomen (verdragsland A). X is actief in de zakelijke dienstverlening.

De aandelen in X worden direct gehouden door in Nederland woonachtige natuurlijke personen. Één van deze aandeelhouders is de enige bestuurder van X.

X verricht voornamelijk diensten voor in Nederland gevestigde opdrachtgevers, waardoor het merendeel van haar omzet in Nederland wordt gerealiseerd. X beschikt over personeel in Nederland en heeft werkruimte ter beschikking.

X heeft een rechtsvorm naar buitenlands recht die vanuit Nederlands perspectief kwalificeert als kapitaalvennootschap (non transparant). In verdragsland A beschikt X over een kantoorruimte met werkplaats. In verdragsland A verricht X enkel ondersteunende werkzaamheden.

X heeft geen aangiften vennootschapsbelasting ingediend in Nederland omdat zij van mening is dat zij niet in Nederland gevestigd is.

De Belastingdienst heeft naar aanleiding van een onderzoek een eenzijdig standpunt ingenomen over de belastingplicht van X in Nederland. Hierbij is het Besluit rulings met een internationaal karakter niet in acht genomen wat de Belastingdienst alsnog doet door onder andere publicatie van deze samenvatting.

Rechtskader

Er is een onderzoek ingesteld om vast te stellen of X binnenlands belastingplichtig is voor de vennootschapsbelasting op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb). Relevant is ook het inwonersartikel opgenomen in het van toepassing zijnde belastingverdrag tussen Nederland en verdragsland A.

Omdat X geen aangiften vennootschapsbelasting heeft ingediend kwalificeert het eenzijdige standpunt als grensoverschrijdende ruling in de zin van artikel 2b van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen (WIB). Het Besluit rulings met een internationaal karakter verwijst voor de afbakening van het begrip “internationale ruling” onder andere naar artikel 2b WIB. Daarom is het Besluit rulings met een internationaal karakter van toepassing op

het eenzijdige standpunt alsmede de Regeling laagbelastende staten en niet–coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen).

Overwegingen

1. X, alsmede het concern waartoe X behoort, oefent in Nederland bedrijfseconomische operationele activiteiten uit (de zogenoemde economische nexus) en voorts worden de relevante bedrijfseconomische operationele activiteiten voor rekening en risico van X uitgeoefend. Deze activiteiten passen bij de functie van X binnen het concern.

2. Het besparen van Nederlandse of buitenlandse (loon)belasting (inclusief premies sociale verzekeringen) is naar de mening van de Belastingdienst de doorslaggevende beweegreden geweest voor X voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties. Echter dit staat het eenzijdige standpunt niet in de weg nu door de uitkomst van het eenzijdige standpunt de belastingbesparing geheel wordt teruggenomen. Ook is meegewogen dat met de invoering van het Besluit rulings met een internationaal karakter nooit beoogd is om het toezicht van de Belastingdienst te beperken.

3. X is een kapitaalvennootschap en zal als binnenlands belastingplichtige aan vennootschapsbelasting onderworpen zijn indien zij in Nederland gevestigd is. Op grond van artikel 4 Algemene wet rijksbelastingen dient de vestigingsplaats van X op basis van de relevante feiten en omstandigheden beoordeeld te worden. Tijdens het onderzoek is geconstateerd dat de feitelijke leiding van X berust bij haar bestuur en dat X bestuurd wordt vanuit Nederland. X wordt feitelijk vanuit Nederland geleid. Het belastingverdrag tussen Nederland en verdragsland A is mede in overweging genomen maar beperkt het nationale heffingsrecht niet.

Conclusie

X is gevestigd in Nederland en daarmee binnenlands belastingplichtig op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel a, Wet Vpb.

Dit is vastgelegd in een eenzijdig standpunt en heeft betrekking op de jaren 2022 tot en met 2024.

Bron: Rulings Belastingdienst

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *