rul-20251118-apa-000003

20251118 APA 000003

Samenvatting

Aanleiding

X1 en X2 hebben een bilateraal verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over verrekenprijzen voor de boekjaren 2021 tot en met 2026, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2020. De aangiften vennootschapsbelasting zijn inmiddels ingediend tot en met boekjaar 2023.

Feiten

X1 en X2 (hierna X) zijn vennootschappen gevestigd in Nederland. X is het hoofdkantoor van een multinationale groep. In Nederland worden door de tot het concern behorende vennootschappen activiteiten uitgeoefend door [151 – 300] werknemers. De groep opereert in de industriële sector. X produceert en verkoopt producten aan klanten wereldwijd. X verricht de belangrijkste functies van de groep zoals strategisch management, productontwikkeling, productie, verkoop en marketing. X is de eigenaar van alle intellectuele eigendommen van de groep en draagt de belangrijkste ondernemersrisico’s. X heeft een verkoop- en distributiecontract gesloten met Z, een gelieerde vennootschap gevestigd in land A buiten de Europese Unie, voor de verkoop van producten en gerelateerde diensten aan klanten in een bepaald territoriaal gebied. Deze producten worden gefabriceerd door Y, een gelieerde vennootschap gevestigd in land B buiten de Europese Unie. Z is verantwoordelijk voor de verkoop en distributie van producten alsmede gerelateerde dienstverlening in het door X aangewezen territorium. Z levert daarnaast diensten aan X op het gebied van onder meer R&D, programmamanagement, technische ondersteuning, productondersteuning en wereldwijde inkoop. De gemaakte kosten worden door Z met een opslag aan X doorbelast. Z is geen eigenaar van waardevolle activa. Z draagt slechts beperkt marktrisico en beperkt debiteurenrisico. Het verzoek heeft betrekking op de arm’s-lengthbeloning voor de verkoop- en dienstverlenende activiteiten die worden verricht door Z ten behoeve van X.

Rechtskader

Het verzoek van X ziet op het verkrijgen van zekerheid vooraf over de vaststelling van een zakelijke beloning (een arm’s-lengthbeloning). Het arm’s-lengthbeginsel is in Nederland gecodificeerd in artikel 8b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) en in het OESO-modelverdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing in 20251118 APA 000003artikel 9. In het OESO-commentaar op artikel 9 van het OESO-modelverdrag en de Transfer Pricing Guidelines for Multinational Enterprises and Tax Administrations (OESO- richtlijnen) wordt het arm’s-lengthbeginsel van een nadere invulling voorzien. Relevant in dit kader is het besluit van 22 april 2018, nr. 2018-6865 en/of het Verrekenprijsbesluit 2022, hierna (gezamenlijk) te noemen “verrekenprijsbesluit”. Voorts zijn relevant het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter, en de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen).

Overwegingen

1. X oefent in Nederland bedrijfseconomische operationele activiteiten uit (de zogenoemde economische nexus) en voorts worden de bedrijfseconomische operationele activiteiten voor rekening en risico van X uitgeoefend. Deze activiteiten passen bij de functie van het lichaam binnen het concern. Aanvullend is het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting niet de enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties, en heeft de gevraagde zekerheid vooraf geen betrekking op de fiscale gevolgen van directe transacties met gelieerde entiteiten die zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.
2. De OESO-richtlijnen beschrijven dat een arm’s-lengthbeloning wordt bepaald door middel van een vergelijkbaarheidsanalyse met onafhankelijke partijen. Daarbij dienen de functies, activa en gelopen risico’s van partijen te worden meegewogen. Binnen de gelieerde transactie zijn de functies van Z in vergelijking met die van X als uitvoerend te beschouwen. Z kan daarom worden beschouwd als de minst complexe partij in de gelieerde transactie en is derhalve aangemerkt als tested party.
3. De OESO-richtlijnen beschrijven een beperkt aantal methoden voor het bepalen van de arm’s-lengthresultaten. Als deze aanwezig is, geeft de comparable uncontrolled price (CUP) methode de best mogelijke indicatie van de zakelijkheid van de gehanteerde prijzen. Niet is gebleken dat voor de verkoop- en dienstverlenende activiteiten van Z een CUP aanwezig is. Andere traditionele methoden gaan uit van de vergelijking van de bruto marges van vergelijkbare ongelieerde partijen met de tested party. De bepaling van de bruto marge is mede afhankelijk van de kostenrubricering en van de vergelijkbare partijen is die onbekend. Daardoor geeft een vergelijking op het niveau van de netto operationele marges (Transactional Net Margin Method) een betrouwbaardere uitkomst. In dit geval is ten aanzien van de verkoopactiviteiten van Z de omzet gekozen als maatstaf omdat de omzet de relevante indicator is voor de waarde van de uitgeoefende verkoopfuncties, gebruikte bijbehorende activa en gedragen risico’s door Z. Ten aanzien van de dienstverlenende activiteiten van Z ten behoeve van X zijn de relevante kosten als maatstaf gekozen omdat de relevante kosten de relevante indicator zijn voor de waarde van de uitgeoefende dienstverlenende functies, gebruikte bijbehorende activa en gedragen risico’s door Z.
4. De bij het verzoek gevoegde benchmark studies zijn beoordeeld en passend bevonden bij de functies, activa en risico’s van Z.

Conclusie

20251118 APA 000003De bevoegde autoriteiten hebben overeenstemming bereikt over de arm’s- lengthbeloning voor de verkoop- en dienstverlenende activiteiten van Z. Deze overeenstemming is vervolgens uitgewerkt en geformaliseerd in een vaststellingsovereenkomst tussen de Belastingdienst en X. In verband met de praktische toepasbaarheid zijn de bevoegde autoriteiten voor de verkoop- en dienstverlenende activiteiten van Z één algehele beloning overeengekomen welke in de vorm van een Transactional Net Margin, uitgedrukt in een percentage van de totale omzet van Z, at arm’s-length is. Daarbij is vanwege de specifieke feiten en omstandigheden overeengekomen dat een percentage moet worden gehanteerd, gemiddeld berekend over de gehele looptijd van de overeenkomst, dat valt binnen een bepaalde range van resultaten van ongelieerde vergelijkbare partijen waarvan de lower quartile 2,1% bedraagt en de upper quartile 4,9%. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2026 en is van overeenkomstige toepassing voor het boekjaar 2021. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de aangiften vennootschapsbelasting reeds zijn ingediend tot en met het boekjaar 2023.