20250902 ATR 000004
Samenvatting
Aanleiding
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een buitenlandse rechtsvorm naar Nederlandse fiscale maatstaven. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029.
Feiten
V, W, X, Y en Z hebben allen een (zelfde) rechtsvorm die wordt beheerst door het recht van een lidstaat van de Europese Unie. De rechtsvorm van V, W, X, Y en Z komt niet voor op de rechtsvormenlijst bij het Besluit vergelijking buitenlandse rechtsvormen van 9 november 2024 (Staatsblad 2024, 339). Het verzoek is ingetrokken.
Rechtskader
Het verzoek om zekerheid vooraf ziet op de kwalificatie van V, W, X, Y en Z naar Nederlandse fiscale maatstaven. Buitenlandse rechtsvormen worden gekwalificeerd aan de hand van het Besluit vergelijking buitenlandse rechtsvormen van 9 november 2024 (Staatsblad 2024, 339) dat uitvoering geeft aan de in o.a. artikel 1a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb), artikel 1 van de Wet op de dividendbelasting 1965 en artikel 1.2 van de Wet bronbelasting 2021 opgenomen rechtsvormvergelijkingsmethode. Relevant is het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter. Tevens is de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen) van belang.
Overwegingen
1. Op basis van de aangeleverde informatie leek het verzoek op voorhand te voldoen aan de voorwaarden voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zoals genoemd in het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Om die reden is het verzoek in eerste instantie in behandeling genomen.
2. Tijdens de behandeling van het verzoek heeft de Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen het standpunt KG:211:2025:4 gepubliceerd. Er is daarop besloten het verzoek om vooroverleg in te trekken. 20250902 ATR
0000043. Door de intrekking is niet definitief vastgesteld of het verzoek voldeed aan de voorwaarden van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Ook is daardoor niet toegekomen aan afronding van de inhoudelijke beoordeling van het verzoek.
Conclusie
Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Er is derhalve geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. Het voorgaande zal in beginsel in het kader van het reguliere toezicht beoordeeld worden.