2015517

AI-samenvatting

In deze belastinguitspraak wordt de fiscale werking van een bestuursbesluit tot verlettering van aandelen besproken. Het besluit heeft geen effect gehad omdat de verlettering niet heeft plaatsgevonden, waardoor fiscale transparantie blijft gelden volgens artikel 109 Wet IB 2001.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

**Documenttitel: 2015517**

**Vervangt standpunt nr:** n.v.t.
**Tekst standpunt:**
**Casus**
Landgoed diverse opstallen is ingebracht in een landgoed BV. Het landgoed bevat naast ianderijen ook diverse opstallen.
(De aandelen van de BV zijn gecertificeerd.)
50 van de aandelen zijn in handen van [GEANONIMISEERD], inmiddels wijlen de heer [GEANONIMISEERD] en 50 zijn in handen van een stichting met ANBi-status. Het belang was in handen van [GEANONIMISEERD].

Partijen hebben gekozen voor fiscale transparantie op grond van artikel 10 Wet IB 2001. Hierdoor worden de bezittingen en verplichtingen van de landgoed BV toegerekend als bezittingen en verplichtingen aan de gezamenlijke aandeelhouders.
Voor de heer [GEANONIMISEERD] betekent dit dat de woning voor zijn aandeel onder de eigen woningregeling valt en dat de opstallen, ondergronden en ianderijen voor 50% tot zijn box bezittingen behoren.
Zowel de heer als de stichting waren gerechtigd tot 50% van het onverdeelde totaal.
Voor de ianderijen geldt een vrijstelling in box, maar deze vrijstelling geldt niet voor de opstallen.
Bij aanslagregeling 2005 is geconstateerd dat de opstallen voor een te lage waarde zijn aangegeven.
Gezien de waarde van de opstallen is er een aanzienlijke boxheffing verschuldigd.

Op de keuze voor fiscale transparantie op grond van artikel 10 Wet IB 2001 kon in 2005 niet worden teruggekomen.
Het landgoed BV kent een soort aandelen. Het bestuur van landgoed BV heeft in een besluit genomen om de aandelen te verletteren in aandelen en aandelen.
Dit besluit is in een onderhandse akte vastgelegd en deze onderhandse akte is neergelegd bij de notaris teneinde een vaste dagtekening te krijgen.
Dagtekening verlettering is te zorgen dat de opstallen met ondergrond niet meer bij de heer in box worden belast.

De aandelen geven recht op uitsluitend ianderijen. Deze aandelen worden toebedeeld aan de heer.
De aandelen geven recht op de rest (opstallen). Deze aandelen worden toebedeeld aan de stichting.
De toegerekende ianderijen vertegenwoordigen ongeveer de helft van de totale waarde van het hele landgoed.
Na verlettering kan de waarde van de soort aandelen uit elkaar gaan lopen.
Het bestuursbesluit is niet uitgevoerd. Tot op heden is nog steeds sprake van een soort aandelen.

**Vragen**
1. Heeft het bestuursbesluit tot verlettering fiscale werking vanaf het moment van nemen van dit besluit?
2. Heeft de verlettering tot gevolg dat de fiscale transparantie vanaf het moment van verlettering alleen betrekking heeft op het soort aandeel en dus niet meer op de gezamenlijkheid van het gehele landgoed?
3. De heer [GEANONIMISEERD] is overleden. Hebben zijn erfgenamen hierdoor een keuzemoment om niet te kiezen voor fiscale transparantie?

**Beantwoording**
Opmerking vooraf: Toepassing van artikel 10 Wet IB 2001 is imperatief. Dat betekent dat belastingplichtige geen keuze heeft.
Uit Vakstudie IB aantekening bij artikel 10 Wet IB 2001. Bij de totstandkoming van de voorlopervan artikel 10 (artikel 68 Wet IB 1964) is in de memorie van antwoord meegedeeld dat indien aan de gestelde voorwaarden is voldaan, toepassing van de 'Durchgriff'-regeling imperatief is.

Vraag 1: Heeft het bestuursbesluit tot verlettering fiscale werking vanaf het moment van nemen van dit besluit?
Het besluit tot verlettering is vastgelegd in de onderhandse akte. Dit is een noodzakelijke voorwaarde. Uit de gegevens volgt dat de verlettering niet heeft plaatsgevonden. Dit betekent dat het bestuursbesluit al op basis van deze bepaling van tafel is, nog afgezien van de overige bepalingen in de akte. Fiscaal heeft het bestuursbesluit geen effect gehad. Het antwoord op de vraag is dus nee.

Aanvullend: Volgens de adviseur gaat op het moment van het bestuursbesluit economisch het belang over en zou je dus moeten concluderen dat vanaf dat moment twee aparte aandelenpakketten ontstaan. Dit is een onbegrijpelijke zienswijze van de adviseur in het licht van de akte. De statuten zijn bepalend. Een directiebesluit maakt dat niet anders.

Vraag 2: Heeft de verlettering tot gevolg dat de fiscale transparantie vanaf het moment van verlettering alleen betrekking heeft op het soort aandeel en dus niet meer op de gezamenlijkheid van het gehele landgoed?
Er heeft geen verlettering plaatsgevonden. Antwoord op deze vraag is niet relevant voor deze casus.

Vraag 3: De heer [GEANONIMISEERD] is overleden. Hebben zijn erfgenamen hierdoor een keuzemoment om niet te kiezen voor fiscale transparantie?
Deze vraag is mijns inziens niet voor de kg AB om te beantwoorden. Ik zou zeggen: Nee. Zie eerder. Toepassing van artikel 10 Wet IB is imperatief.

**Bronnen**
Faciliteiten voor landgoederen in de Wet Inkomstenbelasting 2001, mr Bruggingk, WPNR 2003 6554.
VN artikelsgewijs commentaar artikel 10 Wet IB 2001.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *