AI-samenvatting
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of de HIR moet vrijvallen bij de liquidatie van een dochtermaatschappij binnen een fiscale eenheid. De conclusie is dat de HIR moet vrijvallen, omdat herinvesteren na liquidatie niet meer mogelijk is.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
**Fiscale eenheid en liquidatie dochtermaatschappij met HIR**
**Vraag**
Er is een fiscale eenheid bestaande uit moeder, dochter en dochter. Er is in jaar een HIR ontstaan door de vervreemding van een bedrijfsmiddel door dochter. In jaar wordt dochter geliquideerd binnen fiscale eenheid. Moet de HIR vrijvallen?
**Antwoord**
Op basis van de regelgeving is niet duidelijk of de HIR moet vrijvallen. De kennisgroep is van mening dat de HIR bij liquidatie van dochter moet vrijvallen omdat dat op een later moment niet meer mogelijk is.
**Toelichting**
Een HIR op zich kan niet worden overgedragen, maar normaal gesproken mag iedere fiscale eenheidsmaatschappij het herinvesteringsvoornemen hebben. Zie ook helpdeskvraag 05 032 0021. Stel nu dat de dochter die geliquideerd wordt zelf een herinvesteringsvoornemen heeft. Na liquidatie kan deze dochter geen herinvesteringsvoornemen hebben. Betekent dit dat de HIR dan moet vrijvallen of kan een voornemen bij een andere maatschappij ertoe leiden dat de HIR in stand blijft? In geval van ontvoeging regelt art. 15aj lid Wet Vpb dat de HIR niet meer kan bedragen dan het bedrag dat de HIR zou bedragen bij de moeder en ontvoegde dochter gezamenlijk als de dochtermaatschappij geen deel zou uitmaken van de fiscale eenheid. Als de dochter een HIR heeft gevormd en alleen moeder het herinvesteringsvoornemen heeft, dan leidt art. 15aj lid Wet Vpb ertoe dat de HIR vrijvalt.
Liquidatie leidt op grond van art. 15aa lid onderdeel echter niet tot een ontvoegingstijdstip. Dit betekent dat art. 15aj dan niet kan worden toegepast. Het is de vraag wat er dan wel gebeurt. Betoogd kan worden dat de HIR verdwijnt bij liquidatie omdat ook bijvoorbeeld voorvoegingsverliezen van de dochter verdwijnen bij liquidatie.
In geval van een juridische fusie binnen fiscale eenheid regelt art. 18 lid BFE een indeplaatstreding door de verkrijger waardoor voor de HIR. Bij liquidatie ligt indeplaatstreding niet voor de hand aangezien er geen sprake is van een overgang onder algemene titel.
Omdat op een later moment vrijval van de HIR niet meer mogelijk is, is de kennisgroep van mening dat de HIR moet vrijvallen.
**Registratienummer**
K09 032 0016 herzien april 2020
Het voorgaande antwoord is met de grootst mogelijke zorg samengesteld, maar het kan voorkomen dat een antwoord onjuist of niet meer actueel is. Mocht daar volgens jou sprake van zijn, neem dan contact op met de secretaris van de kennisgroep Fusies en Fiscale Eenheden.
**Publicatiedatum**
20 04 2020
**Geldigheidsperiode**
Kennisgroep Fusies en Fiscale Eenheid
Geef een reactie