AI-samenvatting
De meerderheidsregel binnen de Belastingdienst dient per segment te worden beoordeeld, niet per kantoor. Beslissingen van andere segmenten worden niet meegenomen, tenzij ze specifiek aan het segment zijn toe te rekenen dat met de meerderheidsregel wordt geconfronteerd. De toepassing van de meerderheidsregel is gebaseerd op het gelijkheidsbeginsel en moet aansluiten bij het ambtsgebied van de inspecteur, dat landelijk is voor elk segment. De huidige structuur van de Belastingdienst, die in segmenten is ingedeeld, ondersteunt deze benadering, hoewel er discussie bestaat over de wenselijkheid van een landelijke werking. Besluiten die door een ander segment zijn genomen, hoeven niet te worden meegenomen, tenzij ze formeel aan het betreffende segment zijn toe te rekenen, zoals bij bezwaarprocedures.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
AI-samenvatting
De meerderheidsregel binnen de Belastingdienst dient per segment te worden beoordeeld, niet per kantoor. Beslissingen van andere segmenten worden niet meegenomen, tenzij ze specifiek aan het segment zijn toe te rekenen dat met de meerderheidsregel wordt geconfronteerd. De toepassing van de meerderheidsregel is gebaseerd op het gelijkheidsbeginsel en moet aansluiten bij het ambtsgebied van de inspecteur, dat landelijk is voor elk segment. De huidige structuur van de Belastingdienst, die in segmenten is ingedeeld, ondersteunt deze benadering, hoewel er discussie bestaat over de wenselijkheid van een landelijke werking. Besluiten die door een ander segment zijn genomen, hoeven niet te worden meegenomen, tenzij ze formeel aan het betreffende segment zijn toe te rekenen, zoals bij bezwaarprocedures.
**Documenttitel: 2155537**
**Belastingdienst**
Naam dienstonderdeel: Kennisgroep Formeel Recht
Datum: 3 december 2014
Versienummer: 15-206-0013
Onderwerp: Vastgesteld door Meerderheidsregel binnen nieuwe organisatiestructuur Belastingdienst Kennisgroep Formeel Recht
Opdrachtgever:
Kopie aan:
[GEANONIMISEERD]
Bijlagen: Geen
**Vragen**
1. Dient met betrekking tot de toepassing van de meerderheidsregel per kantoor of per segment beoordeeld te worden of sprake is van een meerderheid?
2. Indien beoordeeld wordt per segment hoe werkt dit dan uit met betrekking tot beslissingen welke genomen zijn door SMP dan wel PDB terwijl de belastingplichtige zelf onder MKB valt? (het is immers denkbaar dat SMP een particulier per een bepaalde datum belastingplichtig maakt en PDB bezwaarschriften hieromtrent afhandelt)
**Antwoorden**
1. De meerderheidsregel dient per segment beoordeeld te worden.
2. Beslissingen die worden genomen door een ander segment hoeven niet meegenomen te worden, tenzij de beslissing is toe te schrijven aan het segment dat geconfronteerd wordt met het beroep op de meerderheidsregel.
**Beschouwing (interne toelichting; maakt geen onderdeel uit van het antwoord)**
Ad 1
De meerderheidsregel gaat er van uit dat wanneer de inspecteur in de meerderheid van vergelijkbare gevallen een juiste wetstoepassing achterwege laat, dit in alle gevallen gedaan moet worden in verband met het gelijkheidsbeginsel. In zijn arrest van 17 juni 1992 (BNB 1992/295) overweegt de Hoge Raad hierover (r.o. 4) dat de toepassing van de meerderheidsregel onderzocht moet worden voor zover die tot het ambtsgebied van de inspecteur behoren.
Deze lijn wordt ook gevolgd als de Belastingdienst qua structuur overstapt van kantoren naar regio’s. Ook dan wordt, voor de toepassing van de meerderheidsregel, aangesloten bij de bevoegdheid / het ambtsgebied van de (regio)inspecteur.
In de jurisprudentie is uitgemaakt dat artikel 3 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR) daar niets aan af doet en dat voor de meerderheidsregel wordt aangesloten bij de ressorteerbepalingen van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 (hierna: URBD 2003).
Per 2013 is de Belastingdienst/Belastingen ingedeeld in segmenten (artikel 3, lid 1, letter a van de URBD 2003). Deze segmenten staan onder leiding van landelijk directeuren (artikel 4 van de URBD 2003). Deze landelijk directeuren zijn aangewezen als inspecteur in de zin van artikel 2 van de AWR (jc. artikel 5 van de URBD 2003).
Het ambtsgebied van de inspecteur is dus niet meer beperkt tot een kantoor of een regio maar is landelijk voor het hele segment. Voor de meerderheidsregel lijkt het gezien het voorgaande logisch dat ook nu gekeken moet worden naar het ambtsgebied van de inspecteur en dus naar het hele segment.
In de Vakstudie bestaan daar echter bedenkingen tegen en wordt door enkele schrijvers de voorkeur gegeven aan een landelijke werking. Ook de Nationale ombudsman (zaak 2014/059 d.d. 12 juni 2014; V-N 2014/43.5) is de mening toegedaan dat de Belastingdienst de regelgeving, wat de meerderheidsregel betreft, moet aanpassen en moet overstappen op een landelijke werking.
Kortom: op dit moment lijkt aansluiting bij de segment-inspecteur gezien de historie gepast, maar het zou zo maar kunnen dat de Hoge Raad in een nieuwe casus anders zal beslissen.
Ad 2
De ressorteringsbepalingen van de Belastingdienst staan in hoofdstuk 3 van de URBD 2003. Hierbij zijn thans in artikel 11 de landelijk directeuren aangewezen voor de heffing en invordering. Hierbij worden echter geen specifieke segmenten aangewezen. In de toelichting op de wijziging van de URBD 2003 (DB 2013/104M) is gezegd dat deze bepalingen enkel ter voorlichting zijn bedoeld over welke functionaris in voorkomende gevallen de belastingzaken behartigt en dat aan de ressorteringsbepalingen geen juridische gevolgen verbonden zijn. Dit betekent dat alle segmenten in beginsel zelfstandig bevoegd zijn. Besluiten die een ander segment (lees: een andere inspecteur) heeft genomen, hoeven daarom niet meegenomen te worden bij de beoordeling van de meerderheidsregel.
Hierop geldt de uitzondering dat besluiten die formeel aan een bepaald segment zijn toe te rekenen, maar bijvoorbeeld uit praktische overwegingen door een ander segment zijn behandeld, voor de toepassing van de meerderheidsregel alleen bij dat bepaalde segment worden meegenomen.
Hiervan is onder andere sprake bij een uitspraak op bezwaar. In artikel 1:5 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) is immers bepaald dat een burger bezwaar kan maken bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. Dit bestuursorgaan moet daarop een beslissing nemen.
Wanneer de uitspraak gedaan wordt door een ander segment dan het segment dat de primaire beslissing heeft genomen, moet de uitspraak geacht worden te zijn gedaan in mandaat. De uitspraak is dan volledig toe te schrijven aan het segment dat de primaire beslissing heeft genomen, de mandaatgever (artikel 10:2 van de Awb), en moet daar worden meegenomen bij de beoordeling van de meerderheidsregel.
Geef een reactie