2084364

AI-samenvatting

Belastingplichtige heeft verzocht om ambtshalve vermindering van aanslagen IB/PVV 2013 en 2014, omdat in 2013 geen premie voor een lijfrente is afgetrokken en in 2014 slechts gedeeltelijk. De Belastingdienst concludeert dat er sprake is van een onjuiste aanslag, omdat het niet eerder indienen van een verzoek om aftrek niet uitsluit dat de aanslag onjuist is. De uitzondering in de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 is niet van toepassing, omdat er geen wettelijke termijn is voor het indienen van het verzoek om aftrek van de premie lijfrente en de afname van de oudedagsreserve.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

AI-samenvatting

Belastingplichtige heeft verzocht om ambtshalve vermindering van aanslagen IB/PVV 2013 en 2014, omdat in 2013 geen premie voor een lijfrente is afgetrokken en in 2014 slechts gedeeltelijk. De Belastingdienst concludeert dat er sprake is van een onjuiste aanslag, omdat het niet eerder indienen van een verzoek om aftrek niet uitsluit dat de aanslag onjuist is. De uitzondering in de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 is niet van toepassing, omdat er geen wettelijke termijn is voor het indienen van het verzoek om aftrek van de premie lijfrente en de afname van de oudedagsreserve.

**Belastingdienst**
**MEMO**

**Onderwerp**
Ambtshalve vermindering mogelijk bij aftrek premie lijfrente en afname FOR?

**Casus**
Belastingplichtige heeft op [GEANONIMISEERD] een verzoek ingediend om ambtshalve vermindering van de aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) 2013 (dagtekening [GEANONIMISEERD]) en IB/PVV 2014 (dagtekening [GEANONIMISEERD]). De reden voor het verzoek is gelegen in het feit dat belastingplichtige in genoemde jaren premie heeft betaald voor een lijfrente (2013 [GEANONIMISEERD] / 2014 [GEANONIMISEERD]). In het jaar 2013 is deze premie niet in aftrek genomen. In 2014 is een bedrag van € [GEANONIMISEERD] (jaar- en reserveringsruimte) in aftrek genomen. Nu verzoekt belastingplichtige alsnog om een aftrek betaalde premie lijfrente voor 2013 van € [GEANONIMISEERD] en voor 2014 van € [GEANONIMISEERD] door zijn oudedagsreserve af te laten nemen met genoemde bedragen (2013 € [GEANONIMISEERD] en 2014 € [GEANONIMISEERD]). Dit zou resulteren in lagere aanslagen, omdat de afname van de fiscale oudedagsreserve (FOR) door de toepassing van de MKB-winstvrijstelling maar gedeeltelijk wordt meegenomen in de belastbare winst.

**Vragen**
1. Is hier sprake van een onjuiste aanslag als bedoeld in artikel 9.6, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001)?
2. Is de uitzondering van artikel 45aa, onder d, Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 (Uitv.reg. IB 2001) hier van toepassing?

**Antwoorden**
1. Ja. Dat niet eerder verzocht is om de premie lijfrente af te trekken en in mindering te brengen op de oudedagsreserve, betekent niet dat daardoor geen sprake is van een onjuiste aanslag.
2. Nee. Er is niet bepaald dat voor de aftrek premie lijfrente en de afname van de oudedagsreserve een beroep moet worden gedaan bij de aangifte of op een ander wettelijk voorgeschreven moment.

**Beschouwing (interne toelichting, maakt geen onderdeel uit van het antwoord)**
Ad 1
In artikel 9.6, eerste lid, Wet IB 2001 is bepaald dat een belastingaanslag alleen ambtshalve kan worden verminderd op basis van dit artikel. Vervolgens is in het tweede lid bepaald dat in bij ministeriële regeling aan te wijzen gevallen een onjuiste belastingaanslag door de inspecteur ambtshalve wordt verminderd.

Naam dienstonderdeel
Kennisgroep Formeel Recht
Contactpersoon
M @belastingdienst.nl
Dalum
10 oktober 2017
Versienummer
17-206-0025
Vastgesteld door
Kennisgroep Formeel Recht
Kopie aan
5.1.2e
Bijlagen
Geen

Verder geeft artikel 45aa Uitv.reg. IB 2001 aan dat een belastingaanslag die op een te hoog bedrag is vastgesteld wordt verminderd, behoudens de daar genoemde uitzonderingen. In de Uitv.reg. IB 2001 is onjuiste belastingaanslag dus verder gedefinieerd als een op een te hoog bedrag vastgesteld bedrag, waarbij geen beperking is opgenomen ten aanzien van de reden van de te hoge vaststelling.

In artikel 45aa, onder d, Uitv.reg. IB 2001 is vervolgens opgenomen dat niet verminderd wordt, wanneer de onjuistheid van de belastingaanslag voortvloeit uit de omstandigheid dat eerst nadat die belastingaanslag onherroepelijk vast is komen te staan een beroep wordt gedaan op een fiscale faciliteit, waarop een beroep moet worden gedaan bij de aangifte of op een ander wettelijk voorgeschreven moment. Hieruit moet worden afgeleid dat wel verminderd wordt, wanneer er geen termijn voor het beroep op de faciliteit geldt of wanneer deze termijn nog niet verstreken was. De wetgever was dus van mening dat het (nog) niet hebben gedaan van een beroep op een faciliteit niet betekent dat daardoor geen sprake kan zijn van een onjuistheid van de aanslag.

Ad 2
In artikel 3.128 Wet IB 2001 is bepaald dat een belastingplichtige met een oudedagsreserve, vanwege de omzetting van die oudedagsreserve in een lijfrente, premies voor lijfrenten als bedoeld in artikel 3.124, eerste lid, onderdeel a, in aanmerking kan nemen tot een gezamenlijk bedrag van ten hoogste het bedrag van de afneming in het kalenderjaar van die reserve volgens artikel 3.70, eerste lid, onder a, Wet IB 2001.

In artikel 3.70, eerste lid, onder a, Wet IB 2001 is bepaald dat de oudedagsreserve afneemt met een door de belastingplichtige te kiezen bedrag, maar ten hoogste het bedrag van de premies voor lijfrente die in het kalenderjaar als uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aanmerking zijn genomen.

In deze artikelen wordt geen termijn genoemd waarbinnen het verzoek gedaan moet worden dan wel de keuze moet worden gemaakt. Nu niet is gesteld dat het verzoek of de keuze bij de aangifte of op een ander wettelijk voorgeschreven moment gedaan moet worden, is de uitzondering van artikel 45aa, onder d, Uitv.reg. IB 2001 niet van toepassing.

Onder de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (Wet IB 1964) gold er overigens wel een termijn voor het verzoek. Artikel 44f, eerste lid, onder b, van die wet gaf aan dat het verzoek bij de aangifte gedaan moest worden.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *