AI-samenvatting
Een belastingplichtige heeft een fout gemaakt in de aangifte vennootschapsbelasting 2014, wat leidde tot een voorlopige aanslag. Na indiening van een herziene aangifte, die resulteert in een te betalen bedrag, zijn er vier vragen over de belastingrenteregeling. De antwoorden zijn als volgt: 1) De herziene aangifte wordt niet aangemerkt als “ingediende aangifte”. 2) De herziene aangifte kan wel als verzoek om herziening van de voorlopige aanslag worden beschouwd. 3) De inspecteur mag de voorlopige aanslag herzien of direct een definitieve aanslag opleggen, maar moet ervoor zorgen dat de belastingrente niet hoger is dan bij herziening. 4) De periode voor het in rekening brengen van belastingrente eindigt uiterlijk 14 weken na ontvangst van de herziene aangifte, ongeacht of de voorlopige aanslag wordt herzien of de definitieve aanslag wordt opgelegd.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
AI-samenvatting
Een belastingplichtige heeft een fout gemaakt in de aangifte vennootschapsbelasting 2014, wat leidde tot een voorlopige aanslag. Na indiening van een herziene aangifte, die resulteert in een te betalen bedrag, zijn er vier vragen over de belastingrenteregeling. De antwoorden zijn als volgt: 1) De herziene aangifte wordt niet aangemerkt als “ingediende aangifte”. 2) De herziene aangifte kan wel als verzoek om herziening van de voorlopige aanslag worden beschouwd. 3) De inspecteur mag de voorlopige aanslag herzien of direct een definitieve aanslag opleggen, maar moet ervoor zorgen dat de belastingrente niet hoger is dan bij herziening. 4) De periode voor het in rekening brengen van belastingrente eindigt uiterlijk 14 weken na ontvangst van de herziene aangifte, ongeacht of de voorlopige aanslag wordt herzien of de definitieve aanslag wordt opgelegd.
**Belastingdienst**
**MEMO**
**Onderwerp**
Berekening belastingrente na indiening herziene aangifte.
**Casus**
Een belastingplichtige heeft een fout gemaakt in de aangifte vennootschapsbelasting (vpb) 2014. Dit komt aan het licht nadat, naar aanleiding van de aangifte, een voorlopige aanslag vpb is vastgesteld. De belastingplichtige verzoekt om herstel door de aangifte te wijzigen en opnieuw in te dienen. De nader ingediende aangifte (hierna ook: de herziene aangifte) resulteert in een te betalen bedrag aan belasting.
**Vragen**
1. Kan de herziene aangifte in deze situatie voor de toepassing van de belastingrenteregeling (meer in het bijzonder de artikelen 30f tot en met 30fd van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, hierna: AWR) worden aangemerkt als “ingediende aangifte”?
2. Kan de herziene aangifte in deze situatie voor de toepassing van de belastingrenteregeling (meer in het bijzonder de artikelen 30f tot en met 30fd van de AWR) worden aangemerkt als een verzoek om herziening van de voorlopige aanslag?
3. Mag de inspecteur hier afzien van het herzien van de voorlopige aanslag en meteen de (definitieve) aanslag opleggen conform de herziene aangifte?
4. Op welk moment eindigt hier de periode waarover belastingrente in rekening mag worden gebracht indien in overeenstemming met de herziene aangifte:
(i.) de voorlopige aanslag wordt herzien?
(ii.) meteen de (definitieve) aanslag wordt opgelegd?
**Antwoorden**
1. Nee.
2. Ja.
3. Ja, met dien verstande dat de inspecteur op grond van het evenredigheidsbeginsel ervoor moet zorgen dat niet meer belastingrente wordt berekend dan wanneer de voorlopige aanslag zou zijn herzien (vergelijk HR 30 september 2011, nr. 10/02171, ECLI:NL:HR:2011:BP3080, BNB 2012/69).
4. Op grond van het evenredigheidsbeginsel eindigt de periode waarover belastingrente in rekening mag worden gebracht in beide gevallen uiterlijk 14 weken na de datum van ontvangst van de herziene aangifte.
**Naam dienstonderdeel**
Kennisgroep Formeel Recht
**Contactpersoon**
Dalum
**Datum**
5 december 2017
**Versienummer**
17-206-0030
**Vastgesteld door**
Kennisgroep Formeel Recht
**Kopie aan**
5.1.2e
**Bijlagen**
Geen
—
**Beschouwing (interne toelichting, maakt geen onderdeel uit van het antwoord)**
**Achtergrond belastingrente**
De belastingrente heeft in 2012 de heffingsrente vervangen. In de Memorie van toelichting van het Belastingplan 2012 (Kamerstukken II, 2011-2012, 33 003, nr. 3, blz. 33) is de regeling als volgt toegelicht:
“Kort en goed komt de nieuwe regeling er op neer dat de inspecteur belastingrente in rekening brengt als het opleggen van een belastingaanslag met een door de belanghebbende te betalen bedrag door toedoen van die belanghebbende te lang op zich laat wachten. Voorts vergoedt de inspecteur belastingrente ingeval hij er te lang over doet een belastingaanslag met een uit te betalen bedrag vast te stellen, indien die aanslag overeenkomstig de ingediende aangifte of een ingediend (herzienings)verzoek is. Door de ontvanger van de Belastingdienst wordt invorderingsrente in rekening gebracht als de belastingaanslag te laat wordt betaald. De ontvanger zal ten slotte invorderingrente vergoeden als hij er te lang over doet een beschikking met een uit te betalen bedrag, feitelijk uit te betalen.”
De belastingrente wordt berekend met inbegrip van de betalingstermijn. In de Memorie van toelichting (blz. 34) is hierover opgemerkt:
“In de huidige regeling van de heffingsrente eindigt de periode waarover rente wordt berekend op de dag van de dagtekening van de belastingaanslag. In de regeling van de belastingrente strekt de berekening van rente door de inspecteur zich ook uit over de betalingstermijn van de belastingaanslag en eindigt de renteperiode op de vervaldag van die betalingstermijn. Dezelfde verlenging van de renteperiode geldt overigens ook in situaties waarin sprake is van het vergoeden van belastingrente.”
**Wettelijk kader**
Het in rekening brengen of vergoeden van belastingrente is geregeld in hoofdstuk VA van de AWR; de artikelen 30f tot en met 30k AWR. Voor het onderhavige geval zijn met name de artikelen 30f tot en met 30fd AWR van belang.
De betalingstermijn volgt uit artikel 9 van de Invorderingswet 1990.
**Voorlopige aanslag**
Als een voorlopige aanslag met een door de belastingplichtige te betalen bedrag aan belasting wordt vastgesteld, dan wordt de belastingrente berekend overeenkomstig artikel 30f AWR. In artikel 30f, derde lid, AWR is vermeld:
“Ingeval de voorlopige aanslag is vastgesteld overeenkomstig een op de door de inspecteur aangegeven wijze ingediend verzoek of overeenkomstig de ingediende aangifte met betrekking tot het tijdvak waarover de belasting wordt geheven, eindigt het tijdvak waarover de belastingrente wordt berekend in afwijking in zoverre van het tweede lid, uiterlijk 14 weken na de datum van ontvangst van het verzoek, onderscheidenlijk 19 weken na de datum van ontvangst van deze aangifte.”
Als een voorlopige aanslag tot een negatief bedrag aan te betalen belasting wordt vastgesteld, dan wordt overeenkomstig artikel 30fa, eerste lid, AWR belastingrente vergoed ingeval wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
“a. de voorlopige aanslag is overeenkomstig een op de door de inspecteur aangegeven wijze ingediend verzoek of overeenkomstig de ingediende aangifte met betrekking tot het tijdvak waarover de belasting wordt geheven, en
b. tussen de datum van ontvangst van dat verzoek of die aangifte en de datum van vaststelling van de voorlopige aanslag zijn meer dan 8 weken, onderscheidenlijk meer dan 13 weken, verstreken.”
**Voorlopige aanslag herzien**
Als een voorlopige aanslag wordt herzien, dan wordt de belastingrente berekend overeenkomstig artikel 30fb AWR. In het eerste tot en met het achtste lid zijn concrete herzieningssituaties uitgewerkt. Zo is in artikel 30fb, vierde lid, AWR geregeld hoe de belastingrente moet worden berekend als een voorlopige aanslag met een negatief bedrag wordt herzien in een voorlopige aanslag met een positief bedrag:
“Bij herziening van een voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting met een negatief bedrag tot een voorlopige aanslag met positief bedrag, wordt met betrekking tot het verschil tussen die bedragen belastingrente in rekening gebracht over het tijdvak dat aanvangt 6 maanden te rekenen vanaf het tijdvak waarover de belasting wordt geheven en eindigt op de dag voorafgaand aan de dag waarop het verschil invorderbaar is ingevolge artikel 9 van de Invorderingswet 1990. Ingeval de herziening is vastgesteld overeenkomstig een op de door de inspecteur aangegeven wijze ingediend verzoek of overeenkomstig de ingediende aangifte met betrekking tot het tijdvak waarover de belasting wordt geheven, eindigt het tijdvak waarover de belastingrente wordt berekend in afwijking in zoverre van de eerste volzin uiterlijk 14 weken na de datum van ontvangst van het verzoek, onderscheidenlijk 19 weken na de datum van ontvangst van deze aangifte.”
**Aanslag of navorderingsaanslag**
Als een aanslag of een navorderingsaanslag met een te betalen bedrag aan belasting wordt vastgesteld, dan wordt de belastingrente berekend overeenkomstig artikel 30fc AWR:
“1 Indien met betrekking tot de inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting na het verstrijken van een periode van 6 maanden te rekenen vanaf het einde van het tijdvak waarover de belasting wordt geheven een aanslag of een navorderingsaanslag met een door de belastingplichtige te betalen bedrag aan belasting wordt vastgesteld, wordt met betrekking tot die aanslag, onderscheidenlijk die navorderingsaanslag, aan de belastingplichtige rente – belastingrente – in rekening gebracht.
2 De belastingrente wordt enkelvoudig berekend over het tijdvak dat aanvangt 6 maanden te rekenen vanaf het einde van het tijdvak waarover de belasting wordt geheven en eindigt op de dag voorafgaand aan de dag waarop de aanslag, onderscheidenlijk de navorderingsaanslag, invorderbaar is ingevolge artikel 9 van de Invorderingswet 1990 en heeft als grondslag het te betalen bedrag aan belasting.
3 Ingeval de aanslag is vastgesteld overeenkomstig de ingediende aangifte, eindigt het tijdvak waarover de belastingrente wordt berekend in afwijking in zoverre van het tweede lid, uiterlijk 19 weken na de datum van ontvangst van de aangifte.
4 Geen belastingrente wordt in rekening gebracht ingeval de aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting is vastgesteld overeenkomstig een ingediende aangifte die is ontvangen voor de eerste dag van de vierde maand na afloop van het tijdvak waarover de belasting wordt geheven.
5 Ingeval de navorderingsaanslag is vastgesteld naar aanleiding van een verzoek, eindigt het tijdvak waarover de belastingrente wordt berekend in afwijking in zoverre van het tweede lid, uiterlijk 12 weken na de datum van ontvangst van het verzoek.”
Als een aanslag tot een negatief bedrag aan te betalen belasting wordt vastgesteld, dan wordt overeenkomstig artikel 30fd AWR, belastingrente vergoed ingeval wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
“a. de aanslag is overeenkomstig de ingediende aangifte, en
b. tussen de datum van ontvangst van die aangifte en de datum van vaststelling van de aanslag zijn meer dan 13 weken verstreken.”
**Betalingstermijn**
De betalingstermijn voor een, na afloop van het belastingjaar opgelegde, (voorlopige) aanslag of navorderingsaanslag volgt uit artikel 9, eerste en tweede lid, van de Invorderingswet 1990:
“1 Een belastingaanslag is invorderbaar zes weken na de dagtekening van het aanslagbiljet.
2 In afwijking van het eerste lid is een navorderingsaanslag, alsmede een conserverende navorderingsaanslag invorderbaar één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en een naheffingsaanslag invorderbaar veertien dagen na de dagtekening van het aanslagbiljet.”
**Behandeltermijnen**
Als met betrekking tot de inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting een belastingaanslag wordt vastgesteld overeenkomstig de ingediende aangifte of overeenkomstig een op de door de inspecteur aangegeven wijze ingediend verzoek om een (voorlopige) aanslag of een navorderingsaanslag, dan eindigt de periode waarover belastingrente in rekening mag worden gebracht na uiterlijk 12, 14 of 19 weken. Deze termijnen zijn een combinatie van de maximale behandeltermijn die de wetgever als redelijk beschouwd, vermeerderd met de betalingstermijn.
**Conclusie**
Bovenstaande uitspraken van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant en de Rechtbank Den Haag lijken af te wijken van de lijn dat een aanvulling op de aangifte in beginsel moet worden beschouwd als “aangifte”. Bij nadere beschouwing is dit echter niet het geval. De uitspraken betreffen namelijk de situatie waarin, naar aanleiding van de aangifte, reeds een voorlopige aanslag is opgelegd. In een dergelijk geval is het passend om, voor de belastingrente, de aanvulling op de aangifte aan te merken als verzoek om herziening van de voorlopige aanslag, zodat het tijdvak waarover de belastingrente wordt berekend uiterlijk eindigt 14 weken na de datum van ontvangst van dit verzoek, mits de (voorlopige) aanslag conform de als verzoek aan te merken herziene aangifte is vastgesteld.
**Toepassing evenredigheidsbeginsel**
De inspecteur mag ervoor kiezen om in plaats van de voorlopige aanslag te herzien meteen de definitieve aanslag op te leggen. Deze keuze mag er echter niet toe leiden dat de belastingplichtige meer belastingrente verschuldigd wordt dan wanneer de voorlopige aanslag zou zijn herzien.
Geef een reactie