AI-samenvatting
Op 2 december 2016 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat gemeenten en provincies recht hebben op BTW-compensatie in gevallen die eerder werden afgewezen. Volgens artikel 9, lid 4 van de Wet op het BTW-compensatiefonds kunnen deze overheden binnen vijf jaar na het einde van het kalenderjaar een aanvullend verzoek indienen voor compensatie, zelfs bij nieuwe jurisprudentie. Dit verzoek betreft geen ambtshalve herziening, maar een aanvraag voor een beschikking. De inspecteur stelt de hoogte van de bijdrage vast en eventuele verschillen worden verrekend of teruggevorderd. De Algemene wet inzake rijksbelastingen en het Besluit Fiscaal Bestuursrecht zijn niet van toepassing op de Wet BCF, waardoor de specifieke bepalingen van de Wet BCF leidend zijn.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
AI-samenvatting
Op 2 december 2016 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat gemeenten en provincies recht hebben op BTW-compensatie in gevallen die eerder werden afgewezen. Volgens artikel 9, lid 4 van de Wet op het BTW-compensatiefonds kunnen deze overheden binnen vijf jaar na het einde van het kalenderjaar een aanvullend verzoek indienen voor compensatie, zelfs bij nieuwe jurisprudentie. Dit verzoek betreft geen ambtshalve herziening, maar een aanvraag voor een beschikking. De inspecteur stelt de hoogte van de bijdrage vast en eventuele verschillen worden verrekend of teruggevorderd. De Algemene wet inzake rijksbelastingen en het Besluit Fiscaal Bestuursrecht zijn niet van toepassing op de Wet BCF, waardoor de specifieke bepalingen van de Wet BCF leidend zijn.
**Belastingdienst**
Naam dienstonderdeel
Kennisgroep Formeel Recht
Contactpersoon
5.1.2e
MEMO
Dalum
23 januari 2017
Versienummer
17-206-0003
**Onderwerp**
BTW-compensatiefonds en nieuwe jurisprudentie
**Inleiding**
Op 2 december 2016 deed de Hoge Raad een uitspraak (ECLI:NL:HR:2016:2725), waardoor gemeenten en provincies recht op BTW-compensatie hebben in situaties die tot nu toe werden afgewezen.
**Vraag**
Wat moeten we doen als deze gemeenten en provincies alsnog compensatie claimen op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds (hierna: Wet BCF) over verstreken tijdvakken?
**Antwoord**
Op basis van artikel 9, lid 4 Wet BCF mag een gemeente of provincie, ook indien er sprake is van nieuwe jurisprudentie, binnen de in dat artikellid genoemde termijn van 5 jaar een (aanvullend) verzoek doen. Dat verzoek is geen verzoek om ambtshalve herziening maar een verzoek om het afgeven van een beschikking. Immers, in artikel 9, lid 4 Wet BCF is opgenomen dat indien uiterlijk vijf jaren na het einde van het kalenderjaar blijkt dat een bijdrage over dat jaar is verstrekt tot een hoger of lager bedrag dan waarop het publiekrechtelijk lichaam of regionaal openbaar lichaam op grond van de Wet BCF recht heeft, de inspecteur de hoogte van de bijdrage over het desbetreffende kalenderjaar vaststelt bij beschikking en het verschil met de over dat kalenderjaar verstrekte bijdrage wordt uitbetaald, teruggevorderd dan wel wordt verrekend met omzetbelasting en de daarover berekende belastingrente.
**Beschouwing (interne toelichting, maakt geen onderdeel uit van het antwoord)**
Bij de beantwoording van deze vraag spelen ook nog 2 subvragen een rol. Is artikel 65 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR) van toepassing en zijn in dat verlengde ook de voorwaarden van het Besluit Fiscaal Bestuursrecht (hierna: het BFB) van toepassing? In het BFB is immers een voorbehoud gemaakt voor ambtshalve verminderingen op basis van nieuwe jurisprudentie. Op grond van paragraaf 23 van het BFB vormt nieuwe jurisprudentie in beginsel geen aanleiding om ambtshalve op onherroepelijk vaststaande tijdvakken terug te komen.
Ook kan de vraag opkomen of de AWR wel van toepassing is op de Wet BCF. Uit artikel 1 AWR, de aanhef van de Wet BCF en de bijlage bij het advies van de Raad van State van 8 maart 2000, no. W06.99.0642/IV, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft, komt expliciet naar voren dat de AWR weliswaar niet integraal van toepassing is, maar dat er wel aansluiting bij deze AWR is gezocht. In die aansluitingsbepalingen worden artikel 65 AWR en/of paragraaf 23 BFB niet genoemd, hetgeen de conclusie rechtvaardigt dat artikel 65 AWR en hiermee paragraaf 23 BFB niet van toepassing zijn en dat het antwoord op deze vraag elders gezocht moet worden.
De Wet BCF voorziet echter zelf in de oplossing. In artikel 9, lid 4 van deze wet is opgenomen:
“Indien uiterlijk vijf jaren na het einde van het kalenderjaar blijkt dat bijdrage over dat jaar is verstrekt tot een hoger of lager bedrag dan waarop het publiekrechtelijk lichaam of regionaal openbaar lichaam op grond van deze wet recht heeft, stelt de inspecteur de hoogte van de bijdrage over het desbetreffende kalenderjaar vast bij beschikking en wordt het verschil met de over dat kalenderjaar verstrekte bijdrage uitbetaald, teruggevorderd dan wel verrekend met omzetbelasting en de daarover berekende belastingrente. Voor de toepassing van dit lid wordt rente berekend op grond van het vijfde lid beschouwd als bijdrage.”
Geef een reactie