2015446

AI-samenvatting

Bij het opstellen van de jaarrekening 2020 moet de NOW-subsidie worden verwerkt. De Hoge Raad oordeelt dat de in 2020 aangevraagde tegemoetkoming voor loonkosten niet buiten beschouwing mag worden gelaten, omdat de belastingplichtige redelijkerwijs zeker is van het ontvangen bedrag. De tegemoetkoming moet worden toegerekend aan het jaar 2020, aangezien deze is aangevraagd voor loonkosten in dat jaar. Er is geen mogelijkheid voor winstuitstel, omdat de loonkosten al in 2020 zijn gemaakt en de tegemoetkoming niet kan worden toegerekend aan een later jaar. De jurisprudentie bevestigt dat baten en lasten aan de jaren waarop ze betrekking hebben moeten worden toegerekend.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

AI-samenvatting

Bij het opstellen van de jaarrekening 2020 moet de NOW-subsidie worden verwerkt. De Hoge Raad oordeelt dat de in 2020 aangevraagde tegemoetkoming voor loonkosten niet buiten beschouwing mag worden gelaten, omdat de belastingplichtige redelijkerwijs zeker is van het ontvangen bedrag. De tegemoetkoming moet worden toegerekend aan het jaar 2020, aangezien deze is aangevraagd voor loonkosten in dat jaar. Er is geen mogelijkheid voor winstuitstel, omdat de loonkosten al in 2020 zijn gemaakt en de tegemoetkoming niet kan worden toegerekend aan een later jaar. De jurisprudentie bevestigt dat baten en lasten aan de jaren waarop ze betrekking hebben moeten worden toegerekend.

**Documenttitel: 2015446**

**Inhoud**

1. Vraag
Bij het opstellen van de jaarrekening 2020 moet de NOW-subsidie worden verwerkt. Een cliënt heeft NOW 3.1 aangevraagd waarbij de cliënt ervoor heeft gekozen om voor de bepaling van de periode van omzetdaling te kiezen voor de maanden december 2020 tot en met februari 2021. De periode waarover de loonkosten van de NOW 3.1 worden berekend is oktober-december 2020. Op welke wijze kunnen de subsidiebaten worden toegerekend aan het boekjaar 2020?

2. Antwoord
Volgens Hoge Raad 3 november 1954, nr. 11.962, BNB 1955/26, mag de in 2020 aangevraagde tegemoetkoming, bij het bepalen van de jaarwinst 2020 niet buiten beschouwing worden gelaten omdat belastingplichtige in redelijkheid zeker is van het bedrag dat hij als tegemoetkoming zal ontvangen. De tegemoetkoming is in 2020 aangevraagd voor de loonkosten in het tijdvak [oktober 2020-november 2020-december 2020]. De tegemoetkoming is niet bedoeld ter dekking van loonkosten in een later jaar. Volgens Hoge Raad 20 april 1977, nr. 1017, BNB 1978/195 is er geen mogelijkheid voor winstuitstel. De aangevraagde tegemoetkoming dient in beginsel worden toegerekend aan het jaar 2020.

3. Beschouwing
3.1 Samenvatting derde tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid
De derde tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (hierna: NOW 3) is een tijdelijke subsidieregeling tot tegemoetkoming in de loonkosten. NOW 3 kent drie tranches van drie maanden (tranche 3, 4 en 5). De aanvraag NOW 3 derde tranche (hierna: NOW 3.3) gaat over een tegemoetkoming in de loonkosten in het tijdvak [oktober 2020-november 2020-december 2020]. De aanvraag is mogelijk van 16 november tot en met 13 december 2020 en van 15 december 2020, 9.00 uur, tot en met 27 december 2020. In de aanvraag maakt belastingplichtige een inschatting van zijn omzetverlies. Het ingeschatte omzetverlies wordt gebaseerd op een periode van drie maanden. Voor de derde tranche kan de belastingplichtige kiezen op welke omzetperiode de inschatting gebaseerd wordt:
– Oktober 2020-november 2020-december 2020
– November 2020-december 2020-januari 2021
– December 2020-januari 2021-februari 2021

Na de aanvraag wordt een voorschot toegekend van 80 procent van de aangevraagde tegemoetkoming. Vaststelling van de definitieve tegemoetkoming vindt plaats na een aanvraag vanaf 1 september 2021 en op basis van definitieve gegevens, waaronder het werkelijke omzetverlies in de gekozen omzetperiode. Voor de vraag aan de kennisgroep is slechts de situatie van belang waarbij de ondernemer de aangevraagde tegemoetkoming NOW 3.3 baseert op een omzetperiode [november 2020-december 2020-januari 2021] of een omzetperiode [december 2020-januari 2021-februari 2021]. Bij het aanvragen van de tegemoetkoming is de definitieve hoogte van de tegemoetkoming afhankelijk van feiten en omstandigheden na balansdatum. Immers het omzetverlies in de omzetperiode [januari februari] volgend op de balansdatum is mede bepalend voor de hoogte van de definitieve tegemoetkoming.

3.2 Toepasselijke jurisprudentie
Toerekenen aan het jaar waarop de baten betrekking hebben
Het basisprincipe voor goed koopmansgebruik houdt in dat baten en lasten worden toegerekend aan de jaren waarop ze betrekking hebben. Dit volgt onder meer uit Hoge Raad 13 november 1991, BNB 1992/109:
“… het beginsel dat verliezen en winsten moeten worden toegerekend aan de jaren waarop ze betrekking hebben …”

De aanvraag NOW 3.3 gaat over een tegemoetkoming in de loonkosten in het tijdvak [oktober 2020-november 2020-december 2020]. Hieruit volgt dat de tegemoetkoming wordt verleend ter dekking van de loonkosten in 2020. De tegemoetkoming dient dan ook op basis van het basisprincipe toegerekend te worden aan de periode waarop deze tegemoetkoming (lees: baten) betrekking heeft. In dit geval 2020.

Waardering op balansdatum
Meer specifiek volgt uit Hoge Raad 3 november 1954, BNB 1955/56 dat als vaststaat dat de aanvrager op balansdatum een aanspraak op een tegemoetkoming bezit en hij op balansdatum in redelijkheid zeker moet zijn geweest van het bedrag dat hij zou ontvangen, goed koopmansgebruik niet toestaat een dergelijke aanspraak op de bedrijfsbalans buiten aanmerking te laten of de waarde daarvan op nihil te schatten. Hiermee dwingt goed koopmansgebruik een toerekening aan 2020 af.

De Hoge Raad oordeelt in dat arrest namelijk:
“Oo. dat de derde grief enz.;
O. met betrekking tot de vierde grief, dat blijkens hetgeen de Raad van Beroep feitelijk heeft vastgesteld belanghebbende aan het einde van het onderhavige boekjaar een aanspraak op uitkering van een voor bedrijven op lichte gronden verstrekte toeslag bezat en dat hij er op dien datum in redelijkheid zeker van moet zijn geweest, dat hij voor 19.9 ha. een toeslag over het afgelopen jaar van ongeveer f 70 per ha. zou ontvangen;
dat goed koopmansgebruik niet toestaat een dergelijke aanspraak op de bedrijfsbalans buiten aanmerking te laten of de waarde daarvan op nihil te schatten;
dat ook deze grief derhalve ongegrond is;”

Geen passiefpost mogelijk
Op grond van bovenstaande beschouwing van de jurisprudentie dient de tegemoetkoming te worden aangegeven in het jaar 2020. De kennisgroep onderzoekt de mogelijkheid of het vormen van een passiefpost mogelijk is om op die manier winstuitstel te bewerkstelligen. Volgens Hoge Raad 20 april 1977, nr. 1017, BNB 1978/195 is er in dit geval geen mogelijkheid voor winstuitstel. Ontvangen tegemoetkomingen voor toekomstige kosten die behoorlijk aanwijsbaar zijn en naar verwachting zullen worden gemaakt kunnen aan een later jaar worden toegerekend middels een transitorische winstuitstelpost. Omdat de loonkomsten al zijn gemaakt in 2020 kan de tegemoetkoming niet worden toegerekend aan een later jaar. Naar de mening van de kennisgroep bestaat ook geen mogelijkheid om een passiefpost te vormen op grond van een de jurisprudentie die ten grondslag ligt aan een ‘vooruit ontvangen vergoeding’ (vgl. BNB 1997/218, BNB 2004/412).

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *