AI-samenvatting
In dit memo van de Belastingdienst wordt het concept van de 'spiegelaanslag' (spiegel VA) toegelicht, die dient ter correctie van ten onrechte opgelegde negatieve voorlopige aanslagen. Het achterwege blijven van een definitieve aanslag kan leiden tot de vernietigbaarheid van de spiegel VA, tenzij er nog een vermoeden van belastingplicht bestaat. Bij het constateren van niet-bestaande belastingplicht kan geen spiegel VA of definitieve aanslag worden opgelegd; in dat geval moet een voor bezwaar vatbare beschikking worden genomen. De inspecteur mag een definitieve aanslag opleggen ter herstel van te hoge uitbetalingen van heffingskortingen, mits de negatieve voorlopige aanslag vóór of in het belastingjaar is vastgesteld. Een definitieve aanslag kan niet achterwege blijven als de spiegel VA na afloop van het belastingjaar is opgelegd, omdat deze dan niet onder de relevante wetgeving valt.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
AI-samenvatting
In dit memo van de Belastingdienst wordt het concept van de 'spiegelaanslag' (spiegel VA) toegelicht, die dient ter correctie van ten onrechte opgelegde negatieve voorlopige aanslagen. Het achterwege blijven van een definitieve aanslag kan leiden tot de vernietigbaarheid van de spiegel VA, tenzij er nog een vermoeden van belastingplicht bestaat. Bij het constateren van niet-bestaande belastingplicht kan geen spiegel VA of definitieve aanslag worden opgelegd; in dat geval moet een voor bezwaar vatbare beschikking worden genomen. De inspecteur mag een definitieve aanslag opleggen ter herstel van te hoge uitbetalingen van heffingskortingen, mits de negatieve voorlopige aanslag vóór of in het belastingjaar is vastgesteld. Een definitieve aanslag kan niet achterwege blijven als de spiegel VA na afloop van het belastingjaar is opgelegd, omdat deze dan niet onder de relevante wetgeving valt.
**Documenttitel: 1970649**
**Belastingdienst**
Naam dienstonderdeel: Kennisgroep Formeel Recht
Contactpersoon (secretaris): [_5.1.2e |abelastingdienst.nl]
**MEMO**
Datum: 9 november 2018
Versienummer: 18-206-0015
Onderwerp: Spiegelaanslag groep
Kopie aan: 5.1.2e
**Inleiding**
Hierna is sprake van een ‘spiegelaanslag’, ook wel aangeduid als ‘spiegel VA’. In paragraaf 16 onderdeel 2 van het Besluit Fiscaal Bestuursrecht is beschreven dat een spiegelaanslag een voorlopige aanslag is, welke wordt vastgesteld:
“tot een minimaal even hoog maar dan positief bedrag (…) als over dat jaar een voorlopige teruggaaf of voorlopige aanslag tot een negatief bedrag is vastgesteld.”
Daarnaast is van belang dat (voorlopige) aanslagen worden vastgesteld naar een inkomen en tot een (al dan niet te betalen of te ontvangen) bedrag.
**Casus 1**
Met een spiegel VA wordt beoogd om een, naar later is gebleken, ten onrechte opgelegde voorlopige teruggaaf of voorlopige aanslag tot een negatief bedrag (hierna ook: negatieve voorlopige aanslag) te corrigeren. Hiertoe wordt de spiegel VA vastgesteld:
naar een verschuldigde inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV), na aftrek van de voorheffingen, van nihil en tot een te betalen bedrag.
De negatieve voorlopige aanslag wordt verrekend met de spiegel VA, zodat de eerdere teruggaaf ongedaan wordt gemaakt en aldus een te betalen bedrag resulteert. De definitieve aanslag blijft achterwege.
**Vragen**
1a. Heeft het achterwege blijven van een definitieve aanslag gevolgen voor de opgelegde spiegel VA?
1b. Zoja, kunnen deze gevolgen worden gemitigeerd als in de beschrijvingsregels zou worden opgenomen dat na een spiegel VA een uitnodiging tot het doen van aangifte moet volgen?
**Antwoorden**
1a. Ja. Uit het arrest HR 16 oktober 1991, nr. 26416, BNB 1991/339, volgt dat het achterwege blijven van een tijdig vastgestelde definitieve aanslag leidt tot vernietigbaarheid van de spiegel VA.
1b. Ja. Voorwaarde hiervoor is wel dat ten tijde van het vaststellen van de aanslag nog steeds een vermoeden van belastingplicht bestaat. Is op dat moment geen sprake van (vermoedelijke) belastingplicht dan kan geen aanslag worden opgelegd. In plaats van een aanslag dient in dat geval een voor bezwaar vatbare beschikking ex artikel 15 Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) te worden genomen.
**Herstel negatieve voorlopige aanslag niet belasting- en/of premieplichtige**
Op het moment van constateren van (vermoedelijke) niet (meer) bestaande belastingplicht vervalt de mogelijkheid om de betreffende persoon uit te nodigen tot het doen van aangifte. Vanaf dit moment is het dan ook niet meer mogelijk om een spiegel VA of een definitieve aanslag op te leggen. Het redresseren van de negatieve voorlopige aanslag dient dan plaats te vinden door middel van het nemen van een voor bezwaar vatbare beschikking ex artikel 15 AWR. Dit kan worden afgeleid uit de arresten HR 6 oktober 1999, nr. 34 446, BNB 1999/442 en HR 15 januari 2010, nr. 09/00373, BNB 2010/85.
**Casus 2**
Een belastingplichtige heeft in het jaar dat hij de AOW leeftijd heeft bereikt middels een negatieve voorlopige aanslag uitbetaling van de gecombineerde heffingskorting ontvangen. Het inkomen van belastingplichtige bestaat uitsluitend uit de AOW uitkering. De inspecteur stelt vervolgens vast dat de verschuldigde IB/PVV bij de partner te laag is om voor uitbetaling van de gecombineerde heffingskorting in aanmerking te komen.
**Vraag**
2. Mag de inspecteur een definitieve aanslag aan belastingplichtige opleggen ter herstel van de te hoge uitbetaling van de gecombineerde heffingskorting?
**Antwoord**
2. Ja, de inspecteur mag op grond van artikel 9.4 lid 4 Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001) een definitieve aanslag opleggen om zo te komen tot herstel van de teruggegeven heffingskorting, mits die negatieve voorlopige aanslag, op grond waarvan de eerdere uitbetaling heeft plaatsgevonden, vóór of in de loop van het belastingjaar is vastgesteld.
**Casus 3**
Begin 2014 wordt over dat jaar een voorlopige aanslag tot een negatief bedrag opgelegd van €[67 Awr]. Na afloop van 2014 wordt ter herstel van het teruggegeven bedrag een spiegel VA vastgesteld naar een verschuldigde IB/PVV (minus voorheffingen) van nihil. Dit resulteert erin dat deze spiegel VA uitmondt in een te betalen bedrag ter grootte van de eerdere verleende voorlopige teruggaaf. Er wordt geen definitieve aanslag opgelegd.
**Vraag**
3. Kan op grond van artikel 9.4 lid 6 Wet IB 2001 een definitieve aanslag achterwege blijven?
**Antwoord**
3. Nee, in deze casus kan geen definitieve aanslag achterwege blijven. Doordat de spiegel VA niet voor of in de loop van 2014 is opgelegd, valt deze buiten de reikwijdte van artikel 9.4 lid 6 Wet IB 2001. Artikel 9.4 lid 6 Wet IB 2001 ziet op een “voorlopige teruggaaf of teruggaven”. Van een voorlopige teruggaaf in de zin van artikel 9.4 lid 6 Wet IB 2001 jo. artikel 13 lid 2 AWR is sprake als:
– het bedrag dat per saldo is geheven of teruggegeven op de voorlopige aanslagen negatief is (artikel 13 lid 2 AWR), en
– deze (per saldo) voorlopige teruggaaf of teruggaven voor of in de loop van het belastingjaar zijn vastgesteld (zie eveneens artikel 13 lid 2 AWR).
De wetgever heeft in de parlementaire geschiedenis namelijk aangegeven dat voor deze problematiek de voorlopige aanslagen (positief en negatief) moeten worden gesaldeerd, voor zover deze voor of in de loop van het belastingjaar zijn vastgesteld (Kamerstukken II 2002-2003, 29035, nr. 3, p. 16).
Dit betekent dat alleen voorlopige teruggaven onder de werking van artikel 9.4 lid 6 Wet IB 2001 vallen die voor of in de loop van het belastingjaar zijn vastgesteld, én waarvan per saldo sprake is van een negatief bedrag. Vervolgens kunnen ten aanzien van spiegel VA's twee situaties bestaan:
– de spiegel VA is voor of in de loop van het belastingjaar vastgesteld. Is daarna sprake van een per saldo negatief bedrag, dan geldt artikel 9.4 lid 6 Wet IB 2001.
– Is de spiegel VA, zoals in de casus, na afloop van het belastingjaar opgelegd, dan telt deze niet mee bij de saldering. Deze voorlopige aanslag valt derhalve dan ook niet onder de reikwijdte van artikel 9.4 lid 6 Wet IB 2001. Het opleggen van een definitieve aanslag blijft dan in beginsel geboden.
Geef een reactie