AI-samenvatting
Deze belastinguitspraak behandelt de aftrekbaarheid van betalingen in het kader van een CAO en concludeert dat deze betalingen niet aftrekbaar zijn volgens artikel 10 van de Wet Vpb. De kennisgroep stelt dat de verplichtingen voortvloeiend uit de CAO buiten de winst sfeer worden geplaatst.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
**Documenttitel: 1804493**
**20190404 KG BWB Vpb inzake 10 Vpb**
**Van kennisgroep Bijzondere Winstbepalingen Vpb**
**Aan**
**Betreft toepassing van artikel 10 eerste lid onderdeel j van de Wet Vpb**
**Datum: 4 april 2019**
**Samenvatting**
De kennisgroep heeft een vraag gesteld over de aftrekbaarheid voor de vennootschapsbelasting van geldbetalingen die verband houden met de verkrijging van aandelen in de beursgenoteerde moedermaatschappij. De kennisgroep komt tot de conclusie dat deze betalingen niet aftrekbaar zijn van de winst.
**Inleiding**
De nu door de kennisgroep beantwoorde vraag is in twee gedeelten ingediend. De kwestie is in eerste instantie voorgelegd toen de Belastingdienst contact opnam met de betreffende belastingplichtige. Daarna is de kwestie nogmaals voorgelegd tijdens de bijeenkomst, waarbij de vraagsteller ook nadere feiten heeft aangedragen. Vervolgens heeft hij een addendum ingestuurd waarin hij aandacht besteedt aan door de kennisgroep gestelde vragen.
**Feiten en omstandigheden**
De vragensteller heeft relevante feiten en omstandigheden vermeld in zijn memo. De aanvulling daarop in het addendum is vrijwel ongewijzigd overgenomen in dit antwoord.
In het kader van de CAO heeft de onderneming zich gecommitteerd zich in te spannen teneinde te bereiken dat aandelen in het kapitaal van de beursgenoteerde moedermaatschappij worden gealloceerd aan een daartoe door de onderneming opgerichte stichting. Deze aandelen hebben bij die allocatie een waarde. Het is de intentie dat de aandelen zullen worden verkregen in drie jaarlijkse tranches.
**Vraag**
Zijn de door de onderneming in dit kader verrichte betalingen aftrekbaar?
**Antwoord**
Nee, aftrekbaarheid is op grond van artikel 10 eerste lid onderdeel j van de Wet Vpb niet aan de orde.
**Beschouwing**
Artikel 10 eerste lid onderdeel j van de Wet Vpb betreft waardetoekenning in CAO en meerpartijenovereenkomst. De verplichtingen waaruit de betalingen voortvloeien, beschouwt de kennisgroep als verplichtingen die door het laatstgenoemde artikel buiten de winstsfeer worden geplaatst. Dit geldt zowel voor de verplichtingen voortvloeiende uit de CAO als ook voor de zogenoemde meerpartijenovereenkomst.
De toezeggingen met betrekking tot het aandelenprogramma in de CAO duidt de kennisgroep aan als een verplichting als bedoeld in artikel 10, omdat hier sprake is van een onvoorwaardelijke toezegging tot waardeoverdracht. Juist dit element maakt dat de aftrekbeperking van artikel 10 in werking treedt.
**Conclusie**
Niet aftrekbaarheid volgt uit artikel 10 eerste lid onderdeel j van de Wet Vpb. De verplichtingen waar de betalingen uit voortvloeien, beschouwt de kennisgroep als verplichtingen die artikel 10 eerste lid onderdeel buiten de winstsfeer plaatst. Dit geldt zowel voor de verplichtingen voortvloeiende uit de CAO als voor de meerpartijenovereenkomst.
Geef een reactie