AI-samenvatting
De handleiding behandelt de fiscale aspecten van een casus rondom de innovatiebox en de toepassing van artikel 12b en 34d van de Wet Vpb. Er wordt benadrukt dat een geldige VSO cruciaal is voor het claimen van voordelen en dat het ontbreken van een doorrolverklaring leidt tot verdere beoordeling van de aangifte. Bij het indienen van een 34d-verzoek moeten aandachtspunten zoals de "salami"-taktiek en de ingroei- en uitgroeiperioden in acht worden genomen. De uitgroei van voordelen wordt berekend op basis van eerdere afspraken en de functionaliteit van de belastingplichtige. Bij gekochte immateriële activa moet onderscheid worden gemaakt tussen zelfontwikkeld en gekocht IP, wat invloed heeft op de fiscale voordelen. Bij een overname van aandelen of activa en passiva zijn er specifieke consequenties voor de boxafspraken en de toepassing van artikel 126. Tot slot wordt opgemerkt dat een aandeelhouder op de Bahamas het vooroverlegtraject kan compliceren, aangezien vooroverleg met entiteiten uit laagbelastende staten niet is toegestaan.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
AI-samenvatting
De handleiding behandelt de fiscale aspecten van een casus rondom de innovatiebox en de toepassing van artikel 12b en 34d van de Wet Vpb. Er wordt benadrukt dat een geldige VSO cruciaal is voor het claimen van voordelen en dat het ontbreken van een doorrolverklaring leidt tot verdere beoordeling van de aangifte. Bij het indienen van een 34d-verzoek moeten aandachtspunten zoals de "salami"-taktiek en de ingroei- en uitgroeiperioden in acht worden genomen. De uitgroei van voordelen wordt berekend op basis van eerdere afspraken en de functionaliteit van de belastingplichtige. Bij gekochte immateriële activa moet onderscheid worden gemaakt tussen zelfontwikkeld en gekocht IP, wat invloed heeft op de fiscale voordelen. Bij een overname van aandelen of activa en passiva zijn er specifieke consequenties voor de boxafspraken en de toepassing van artikel 126. Tot slot wordt opgemerkt dat een aandeelhouder op de Bahamas het vooroverlegtraject kan compliceren, aangezien vooroverleg met entiteiten uit laagbelastende staten niet is toegestaan.
**Handleiding Casus Themadag 2019**
LET OP
Deze handleiding geeft richtinggevende antwoorden, er bestaat niet zoiets als een correct antwoord. Het gaat ook om de argumentatie.
1. Steldatergeen doorrolverklaring zou zijn ingediend, en er wordt in de aan jou opgeleverde Pe ey aangifte 2017 aangegeven dat er sprake is van “een geldige VSO". Wat doe je dan?
Zie het schema in nieuwsbrief 18:
In de aangifte VPB 2017 wordt een voordeel geclaimd: is er een geldige VSO voor toepassing van art 12b (nieuw)?
JA > aanslag – NEE > Is er een regeling cf. VSO doorrolverklaring?
JA > aanslag – NEE > Versturen regeling cf. standaardbrief: (oude) VSO alsnog verklaring?
JA > aanslag: regeling cf.
Dus standaardbrief verzenden, indien alsnog geen doorrolverklaring binnenkomt dan nadere beoordeling 12b claim in aangifte VPB 2017. Een geldige VSO is belangrijk voor ons, denk onder andere aan het feit dat de VSO de hoeksteen is voor uitw &seling.
In 2017 wordt het art. 34d verzoek ingediend.
a. Welke aandachtspunten onderken je in het verzoek?
a. Let op “salami”-taktiek. HO! was start-up in 2013, en nu redelijk mature (eerst heel veel WBSO, nu nog steeds, maar relatief minder). Nu 34d verlengen op de hoge 55% maakt het wel heel lastig om later voor 12b (nieuw) lager te gaan zitten. Voorkomen salami-taktiek speelt ook vaak bij bedrijven die aangeven “vooralsnog” niet te kwalificeren, en nu (“om praktische redenen” alleen om 34d verzoeken). Dat lijkt dan beperkte inspanning van zorgzijde te vergen zonder risico op uitstraling, maar we lessen ons daar mee wel vast als er toch opeens een patentje opduikt…
Daarnaast de stelling dat ingroei niet gelijk aan de uitgroei niet houdbaar gelet op het 12b Besluit van 6 december 2018, par. 10.2:
Vraag: Een belastingplichtige past vanaf 2011 de innovatiebox toe. In de vaststellingsovereenkomst is uitgegaan van een ideecomplex met een ingroeperiode van vier jaar te weten in 2011: 25%, in 2012: 50%, in 2013: 75% en vanaf 2014: 100%. Vanaf 2017 voldoet de belastingplichtige niet langer aan de voorwaarden van de innovatieboxfaciliteit. De belastingplichtige wil gebruik maken van het overgangsrecht van artikel 34d Wet Vpb. Wat is de uitgroei vanaf 2017 met toepassing van het overgangsrecht van artikel 34d Wet Vpb?
Antwoord: Op een immaterieel vast activum dat is voortgebracht voor 1 juli 2016 is het overgangsrecht van toepassing. Omdat in de vaststellingsovereenkomst is uitgegaan van een ideecomplex met een ingroeperiode van vier jaar, start vanaf 2017 een uiterste periode van vier jaar. Hierbij moet in 2017 op grond van de wettekst ook rekening worden gehouden met het halve jaar uitgroei in 2016. De uitgroei van de in de innovatiebox te belasten voordelen is in 2017: 37,50% (zijnde anderhalve “jaarmoot” maal 25%), in 2018: 62,50% en in 2019: 87,50%. Het wel in de innovatiebox te belasten voordeel is in 2017: 62,50%, in 2018: 37,50% en in 2019: 12,50%. Vanaf 2020 kan er niet langer van de innovatieboxfaciliteit gebruik worden gemaakt.
Dus ic. uitgroei in 3 jaar: 50% in 2017, 83,3% in 2018, en 100% in 2019.
6. Neem je dat verzoek in behandeling?
b. Het is beter het verzoek niet in behandeling te nemen. Dring aan op een nieuw verzoek (voorkomen van dubbel werk).
Wat vind je van die stelling? Hoe kijk je aan tegen de positie van HoHo?
HoHo hoort functioneel bij HO! en E daarvan niet echter los te zien, en “verticaal” aggregeren ligt niet voor de hand (de holding is geen “ander aggregatieniveau” o.i.d).
Kloppen de verrekenprijzen hier overigens wel? Dat was in het verleden wellicht al een issue. Het verleden aanpassen (want 12b winst HO! wellicht te hoog door achterwege laten doorbelasting) is vermoedelijk lastig nu de aangiften van HoHo al zijn gevolgd. Een nieuwe afspraak wordt in beginsel gemaakt op fiscale EBIT van de fiscale eenheid. Er van uitgaande dat er 1 product/1 platform is waardoor er geen verdere precieze berekening van het boxvoordeel mogelijk is.
4. Kan de bestaande afspraak voor wat betreft de toerkening van de EBIT aan 125 (nieuw) in beginsel voor toepassing Nexus verlengd worden voor de 55% uit de vorige VSO?
Ja, als functionaliteit niet is aangepast. De vraag is echter of dat hier zo is, nu het profiel van belastingplichtige van start-up naar mature gaat. Een herweging van de functionaliteit zou goed op een lagere boxpercentage uit kunnen komen. Bijvoorbeeld doordat er nu een salefunctie wordt onderkend en beloond.
5. Gekochte immateriële activa kunnen leiden tot verschillende complicaties.
a. Stel dat op dat gekochte IP art 12ba lid 5 niet van toepassing kan worden geacht. Hoe verwerk je dit gegeven dan in de te maken afspraak?
Art 12ba lid 5: Indien het speur- en ontwikkelingswerk, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft op het doorontwikkelen van een immaterieel activum dat niet door de belastingplichtige zelf is voortgebracht, is slechts sprake van een immaterieel activum dat door de belastingplichtige zelf is voortgebracht voor zover dat speur- en ontwikkelingswerk heeft geleid tot een nieuw immaterieel activum en het nieuwe immateriële activum is voortgebracht uit dat speur- en ontwikkelingswerk.
Als art. 12ba lid 5 niet van toepassing is, moet het gekochte IP gesepareerd worden van het overgebleven IP, bijv. door het separaat (routinematig) te belonen. Dat zou kunnen door bijv. een rendement in aanmerking te nemen over de gemiddelde fiscale boekwaarde als routinematig af te dragen in het model. Vraag is wat dit rendement moet zijn: de WACC, de financieringsrente, een mix. Dat is maatwerk. In het voorbeeld hierna wordt 5% gehanteerd:
1-1-2018 1-1-2015 1-1-2020 1-1-2021 1-1-2028 1-1-2023
boekwaarde 10.000.000 2.000.000 6.000.000 4.000.000 2.000.000 –
2018 2019 2020 2021 2022 2023
gemiddelde boekwaarde 9.000.000 7.000.000 3.000.000 3.000.000 1.000.000 –
stel rendement 5% 450.000 350.000 250.000 150.000 50.000 –
b. En wat als dat IP wordt doorontwikkeld, en wel volledig onder art. 12ba lid 5?
In dat geval is er sprake van gekocht IP in de zin van de Nexusbreuk dat behoort tot de totale uitgaven (art. 12bb lid 7). Schattenderwijs betekent dit een forse beperking van het boxvoordeel (m.i.v. 2018 ruwweg (5/15)*1,3 = 43,3%).
6. Steldat sprake zal zijn van een overname van de aandelen HoHo. Welke consequenties onderken je dan voor de te maken boxafspraak?
a. Bij CGVP (CEF) nagaan of sprake is van excessieve financiering/bestrijding? Eventueel geen boxafspraak, bij boxafspraak zie letter b.
b. Financieringsbepaling opnemen in VSO (saldobenadering): Par. 3.1, 4° aanvullen met: Indien en voor zover de aftrekbare rentelasten op enig moment de normaal belaste winst overstijgen, zal het meerdere (rentesurplus) in mindering worden gebracht op de berekende voordelen uit kwalificerende immateriële activa in dat jaar, doch niet verder dan min.
c. Er komen/zijn gegevens bij de overdracht van de aandelen. Denk aan een vendor due diligence of een ppabg de koper. Deze gegevens mogen niet contra-indicatief zijn aan voorliggende afspraak.
d. Uitwisseling (en 2° htz inschakelen).
7. Er zou sprake zijn van een overname van alle activa en passiva? Wat zijn dan de consequenties voor de toepassing van art. 126 en de te maken boxafspraak?
a. Na de activa/passivatransactie geen toepassing art. 12b (of 34d lid 1) meer.
b. Restwinstverdeling is hier wel een goede indicator van de te belonen IP-component omdat de prijs op de hele onderneming ziet.
c. De 125 winst moet nog wel gesplitst worden in 12b (oud) en 125 (nieuw), nu de driejaars ingroei geldt voor ideaalcomplex, maar niet per se voor IP-verkoop (zie VSO par. IIL1).
8. Door alle verwikkelingen is het de verwachting dat dit vooroverlegtraject nog wel enkele maanden zal gaan duren. En passant kom je er achter dat het Private Equity fund is gevestigd op de Bahamas. Heeft dat nog verdere consequenties?
Het vooroverlegtraject is niet voor 1 juli 2018 afgerond. En dat betekent dat de herziene van de rulingpraktijk hier aan de orde is. In dit geval is er sprake van een aandeelhouder op de Bahamas, die blijkens de casus ook vreemd vermogen verstrekt. Volgens onderdeel 3 van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter van 19 juni 2019 mag in zo’n geval geen vooroverleg worden gevoerd: “Er wordt geen vooroverleg gevoerd ter verkrijging van zekerheid vooraf in de vorm van een ruling met een internationaal karakter als…
i. als de gevraagde zekerheid vooraf betrekking heeft op de fiscale gevolgen van directe transacties met entiteiten die zijn gevestigd in landen die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.”
De Bahamas staan in de Regeling. Het vooroverleg moet derhalve worden afgebroken.
Geef een reactie